Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Ataxie van Friedreich
Friedreichataxie (FRDA) is een erfelijke neurodegeneratieve aandoening die doorgaans gekarakteriseerd wordt door progressieve ataxie van de gang en de ledematen, dysartrie, dysfagie, oculomotorische stoornissen, verlies van spierrekkingsreflexen, indicaties van het piramidaal systeem, scoliose, en in sommige gevallen cardiomyopathie, diabetes mellitus, visuele handicap en gebrekkig gehoor.
ORPHA:95
De prevalentie van FRDA in de Kaukasische populatie wordt geschat op 1/20.000 tot 1/50.000.
De gebruikelijke vertoning van FRDA vangt aan in de kindertijd of de adolescentie. Algemene onhandigheid en ataxie van de gang zijn doorgaans de eerste tekenen die verschijnen, vaak gevolgd door indicaties aan het piramidaal systeem, ataxie van de bovenste ledematen en dysartrie. Oculomotorische manifestaties komen vroeg tot uiting en omvatten instabiele fixatie (blokgolfvormige schokbewegingen) en nystagmus. Later kan functieverlies van het zicht optreden. Auditieve neuropathie (8-39% van de gevallen) leidt tot gehoorproblemen. De intelligentie lijkt niet getroffen te worden. Areflexie en distaal gevoelsverlies zijn in de meeste gevallen aanwezig. Dysfagie is aanvankelijk mild maar kan bij vergevorderde ziekte leiden tot stikken in voedsel en vloeistoffen. Scoliose en misvormingen van de voeten (holvoet en klompvoet) kunnen mild of verzwakkend zijn. Spasticiteit, die later wordt waargenomen in het ziekteverloop, kan leiden tot ongemakken, pijn, problemen met positionering en contracturen bij sommige patiënten. Betrokkenheid van het hart (doorgaans hypertrofische cardiomyopathie) treedt meestal later in het verloop van de ziekte op, maar kan in zeldzame gevallen voorafgaan aan neurologische symptomen. Diabetes mellitus, dat wordt waargenomen in tot 30% van de gevallen, komt vaak later tot uiting. In sommige gevallen werd hyperactiviteit van de blaas gerapporteerd. De gemiddelde tijd tussen aanvang van de symptomen en afhankelijkheid van een rolstoel bedraagt 15,5 jaar (van 3 tot 44 jaar). Er werden verschillende atypische fenotypes beschreven maar de overlap is significant.
FRDA wordt veroorzaakt door een onstabiele GAA-expansie in intron 1 van het gen FXN (9q21.11), dat codeert voor frataxine. De functie van dit proteïne is momenteel niet gekend, maar de meest aanvaarde theorie is dat het een rol speelt in de biogenese van ijzer-zwavel clusters. Een deficiëntie in dit proteïne leidt tot de progressieve beschadiging van het centrale en perifere zenuwstelsel die wordt waargenomen bij FRDA. De lengte van het kortere allel is omgekeerd evenredig met zowel de aanvangsleeftijd als de tijd tussen de aanvang en het in een rolstoel belanden, en positief gecorreleerd met de prevalentie van cardiomyopathie.
Onderzoek naar de motorische zenuwgeleiding toont een snelheid hoger dan 40m/s met afwezige of verminderde actiepotentiaal van sensorische zenuwen. ECG toont inferolaterale of wijdverspreide inversie van T-golven. MRI kan atrofie van de wervelkolom en de kleine hersenen tonen. Moleculair genetisch testen identificeert mutaties in het gen FXN en bevestigt de diagnose.
Differentiële diagnoses omvatten Charcot-Marie-Tooth type 1 en 2, ataxie met vitamine E-deficiëntie, ataxie - oculomotorische apraxie type 1 en 2 (zie deze termen) en andere ataxieën met vroege aanvang.
Prenatale diagnose is mogelijk in families met een gekende mutatie.
FRDA wordt autosomaal recessief overgedragen. Erfelijkheidsadvies is mogelijk.
Er is geen remedie voor FRDA en de controle is multidisciplinair. Fysiotherapie en het gebruik van hulpmiddelen om te stappen, prothesen en rolstoelen helpen om een actieve levensstijl te behouden. Een spraaktherapeut kan nodig zijn. Rekoefeningen en het gebruik van spalken en farmacologische middelen (baclofen en botulinetoxine) helpen met de spasticiteit. Behandeling van hartziekten omvat antistollingsmiddelen, antiaritmische middelen en pacemakers. Patiënten met diabetes mellitus hebben doorgaans insuline nodig. In latere stadia kan een percutane endoscopische gastrostomie sonde nodig zijn. Er kan psychologisch advies aangeboden worden. Een jaarlijkse opvolging omvat ECG, echocardiografie en testen van glucose en geglyceerd hemoglobine (HbA1c) in het bloed.
De prognose is verbeterd maar de levenskwaliteit wordt nog steeds significant getroffen. De gemiddelde levensverwachting bedraagt ongeveer 40 jaar, afhankelijk van de aanvangsleeftijd en de aanwezigheid van diabetes en cardiomyopathie. Overlijden is meestal het gevolg van hartziekte (hartfalen of hartritmestoornis) en longontsteking.
Laatste update: maart 2014 - Deskundige recensent(en): Pr. Kathrin BÜRK
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Beperking
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (61)
- Klinische studies (3)
- Biobanken (14)
- Registers (30)
- Netwerk van experten (9)
Neonatale screening