Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Erfelijk angio-oedeem
Hereditair angio-oedeem (HAE) is een genetische ziekte die wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van tijdelijke en terugkerende subcutane en/of submucosale oedemen, dat leidt tot zwelling en/of abdominale pijn.
ORPHA:91378
Classification level: Groep van aandoeningen
- Erfelijk angioneurotisch oedeem
- Erfelijk bradykinine-geïnduceerd angio-oedeem
- Erfelijk niet-histamine-geïnduceerd angio-oedeem
- Familiaal angioneurotisch oedeem
- HAE
Prevalentie: 1-9 / 100 000
Erfelijkheid: Autosomaal dominant
Leeftijd bij eerste symptomen: Elke leeftijd
De prevalentie wordt geschat op 1/100.000.
De ziekte kan op elke leeftijd beginnen, maar begint het vaakst tijdens de kinderjaren of de adolescentie. Patiënten vertonen witte, omschreven niet-pruritische oedemen die aanwezig zijn gedurende een periode van 48 tot 72 uur en met een variabele frequentie terugkeren. De oedemen kunnen het spijsverteringskanaal treffen, resulterend in een klinisch beeld dat overeenkomt met dat waargenomen bij intestinaal occlusie-syndroom, soms geassocieerd met ascites en hypovolemische shock. Laryngeaal oedeem kan levensbedreigend zijn, met een risico op overlijden van 25% zonder de geschikte behandeling. Tandheelkundige procedures vormen een uitlokkende factor voor laryngeaal oedeem. Bij oedemen van het aangezicht bestaat er een verhoogd risico op laryngeale betrokkenheid.
Er werden drie types van HAE beschreven. HAE types 1 en 2 worden veroorzaakt door anomalieën in het gen SERPING1 (11q12-q13-1), dat codeert voor de C1-inhibitor (C1-INH). Type 1 wordt veroorzaakt door deletie of door expressie van een getrunceerd transcript dat leidt tot een kwantitatief defect in C1-INH. Type 2 wordt veroorzaakt door puntmutaties die leiden tot een kwalitatief defect in C1-INH. De overdracht is autosomaal dominant en de meeste gevallen treffen heterozygoten. De oedemen worden uitgelokt door een verhoogde permeabiliteit van de bloedvaten als reactie op verhoogde gehalten aan bradykinine als gevolg van de C1-INH-deficiëntie. HAE type 3 treft voornamelijk vrouwen, met het gebruik van oestrogeenbevattende orale anticonceptiva en zwangerschap als uitlokkende factoren. HAE type 3 wordt niet veroorzaakt door C1-INH-deficiëntie, maar is geassocieerd met een verhoging in kininogenase-activiteit die leidt tot verhoogde gehalten van bradykinine. Sommige gevallen zijn geassocieerd met mutaties met functiewinst in coagulatiefactor 12 (Hageman-factor; F12; 5q33-qter), maar andere genetische anomalieën moeten nog worden geïdentificeerd.
De diagnose van HAE types 1 en 2 is gebaseerd op metingen van C4-concentraties en op kwantitatieve en functionele analyse van C1-INH. De diagnose van HAE type 3 draait rond herkenning van het klinisch beeld; C4- en C1-INH-gehaltes zijn normaal. Analyse van mutaties in het gen F12 kan worden voorgesteld, maar deze zijn aanwezig bij slechts 15% van de patiënten.
De differentiële diagnose omvat verworven angio-oedeem (zie deze term), intestinale occlusiesyndroom en histamine-geïnduceerd angio-oedeem (van allergene of niet-allergene oorsprong) dat over het algemeen gepaard gaat met urticaria. Screening van familieleden, inclusief asymptomatische personen, is aanbevolen.
Behandelingen met corticosteroïden zijn niet doeltreffend. In Europa dienen acute aanvallen te worden behandeld met subcutaan icatibant (een bradykinine-receptorantagonist) of intraveneuze toediening van C1-INH-concentraat. Profylactische behandeling met tranexaminezuur of danazol kan worden voorgesteld voor patiënten met frequente episodes.
De vitale prognose is goed voor patiënten die werden gediagnosticeerd en toegang hebben tot de juiste behandeling in geval van een keel-neus-oor (KNO) oedeem. Significante morbiditeit kan geassocieerd zijn met digestieve betrokkenheid, die resulteert in pijn en bedlegerigheid voor patiënten gedurende ten minste drie dagen na een episode.
Laatste update: augustus 2011 - Deskundige recensent(en): Pr. Laurence BOUILLET
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Beperking
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (37)
- Klinische studies (16)
- Biobanken (8)
- Registers (25)
- Netwerk van experten (4)
Neonatale screening