Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Sialidose type 2
Sialidose type 2 (ST-2) is een zeldzame lysosomale stapelingsziekte en de ernstige, vroeg aanvangende vorm van sialidose. De ziekte wordt gekarakteriseerd door een progressief ernstig mucopolysaccharidose-achtig fenotype (ruw gelaat, dysostosis multiplex, hepatosplenomegalie), maculaire kersrode vlekken, alsook psychomotorische achterstand en ontwikkelingsachterstand. ST-2 vertoont een breed spectrum van klinische ernst met prenatale/congenitale, infantiele en juveniele presentaties.
ORPHA:87876
De prevalentie van ST-2 is niet gekend. De prevalentie van sialidose (types 1 en 2 samen) werd geschat op ongeveer 1/5.000.000-1/1.500.000 levendgeborenen.
ST-2 vertoont een brede waaier van klinische manifestaties en wordt meestal onderverdeeld in congenitale/prenatale, infantiele en juveniele vormen. De congenitale/prenatale vorm wordt gekarakteriseerd door niet-immune hydrops foetalis, of ascites (vochtophoping in de buik), die zich voordoet in utero of bij de geboorte, en door de ontwikkeling van een mucopolysaccharidose-achtig fenotype met onder meer ruwe gelaatskenmerken, dysostosis multiplex, hepatosplenomegalie, en hernia inguinalis (liesbreuk) en umbilicalis (navelbreuk). Overlevende kinderen en patiënten met de infantiel aanvangende vorm (voor de leeftijd van 12 maanden) worden gekarakteriseerd door een mucopolysaccharidose-achtig fenotype met onder meer een ruw gelaat, dysostosis multiplex, kyfose, kleine gestalte (met een vertraging van de groei tegen de leeftijd van 18 maanden), hepatosplenomegalie, gehoorverlies, kersrode vlek op het netvlies (een constant kenmerk na de leeftijd van 3 jaar), hoornvliestroebelingen (zelden), en spraak- en ontwikkelingsachterstand, gevolgd door psychomotorische regressie, en myoclonus en ataxie bij sommigen. Nierziekte (nefrosialidose) werd bij sommige patiënten gerapporteerd. De juveniele vorm uit zich meestal na de leeftijd van 2 jaar met een minder uitgesproken ruw gezicht, angiokeratoom, myoclonische insulten, maculaire kersrode vlekken, en psychomotorische regressie.
ST-2 is het gevolg van een mutatie in het gen N-acetyl-alfa-neuraminidase-1 (NEU1) (6p21), dat codeert voor het lysosomale enzym neuraminidase. Dit enzym initieert de degradatie van sialoglycoconjugaten in lysosomen. Mutaties leiden tot een vermindering van de enzymactiviteit en bijgevolg tot accumulatie van sialyloligosacchariden in weefsels. In het algemeen is een hogere residuele neuraminidase-activiteit geassocieerd met mildere symptomen en een langere levensduur.
Een oftalmologisch onderzoek (fundoscopie) kan bilaterale kersrode vlekken visualiseren. Beeldvorming van de hersenen toont wisselende gradaties van hersenatrofie en cerebellaire atrofie. De diagnose wordt vermoed bij detectie van sialyloligosacchariden in de urine en dient te worden bevestigd met het aantonen van deficiënte neuraminidase-activiteit (in aanwezigheid van normale bèta-galactosidase-activiteit) in leukocyten of, bij voorkeur, in fibroblasten in cultuur. De diagnose kan ook bevestig worden door moleculair genetisch testen waarbij oorzakelijke mutatie(s) worden aangetoond. De aanwezigheid van echografische kenmerken (zoals hydrops foetalis, oedeem, ascites) kan helpen bij de diagnose van prenatale vormen tijdens de zwangerschap.
De voornaamste differentiële diagnoses zijn galactosialidose (gekarakteriseerd door deficiëntie van zowel neuraminidase als bèta-galactosidase) en mucopolysaccharidose types 1, 2 en 6. Vele patiënten, voornamelijk van de juveniele subgroep, kunnen schijnbaar lijden aan een vorm van galactosialidose.
Prenatale diagnose kan uitgevoerd worden door meting van de enzymactiviteit of door moleculaire genetische analyse indien het onderliggende moleculaire defect in de familie voldoende vastgesteld werd.
ST-2 wordt overgeërfd op een autosomaal recessieve manier. Erfelijkheidsadvies is mogelijk.
Er bestaat geen remedie voor ST-2 en het ziektebeheer gebeurt multidisciplinair met voornamelijk palliatieve zorg. Anticonvulsiva kunnen gebruikt worden om myoclonische insulten te behandelen, maar zijn zelden effectief. Hematopoëtische stamceltransplantatie was nog niet succesvol bij het vermijden van psychomotorische regressie, botveranderingen of nefrosialidose.
De prognose hangt af van de vorm van ST-2. De congenitale vorm leidt tot doodgeboorte of overlijden binnen de eerste twee levensjaren. In geval van de andere vormen is de levensverwachting doorgaans niet langer dan twee decennia.
Laatste update: november 2015 - Deskundige recensent(en): Dr. Roseline FROISSART - Dr. Nathalie GUFFON-FOUILHOUX
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Richtlijnen
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
Neonatale screening