Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Syndroom van Susac
Een zeldzame, systemische of reumatologische ziekte, gekarakteriseerd door de triade van disfunctie van centraal zenuwstelsel (CZS), occlusies van vertakkingen van retinale arterie (BRAO's), en sensorineuraal gehoorverlies (SNHL) als gevolg van auto-immune occlusies van microvaten in hersenen, netvlies, en binnenoor.
ORPHA:838
De prevalentie van syndroom van Susac (SuS) is nog steeds niet gekend. Tot op heden werden wereldwijd meer dan 500 gevallen gerapporteerd. Jonge vrouwen (20-40 jaar) worden meer getroffen (vrouw/man-verhouding van 3,5:1). De aanvangsleeftijd gaat van 8 tot 72 jaar (gemiddelde aanvangsleeftijd: 32 jaar).
Kenmerkend is een triade van encefalopathie (cognitieve en gedragsstoornissen, persoonlijkheidsveranderingen, psychose, voorafgaande hoofdpijn) en/of focale disfunctie van CZS, visuele disfunctie door BRAO, en SNHL. De componenten van de triade zijn mogelijk niet gelijktijdig aanwezig en kunnen achtereenvolgens ontwikkelen. Er werden drie voorname types van ziekteverloop voorgesteld: monocyclisch (fluctuerende ziekte die zichzelf beperkt na een periode van hoogstens 2 jaren), polycyclisch (met terugvallen die aanhouden na een periode van 2 jaren) en chronisch-aanhoudend.
De etiologie en precieze pathofysiologie zijn nog niet duidelijk. Volgens recente data veroorzaakt klonale expansie van autoreactieve cytotoxische CD8+ T-cellen inflammatie-gemedieerde schade aan microvasculair endotheel, wat leidt tot zwelling van endotheelcellen, occlusie van bloedvaten in het getroffen orgaan en uiteindelijk micro-ischemische schade en disfunctie.
Diagnose is gebaseerd op het aantonen van de typische triade. Er is geen enkelvoudige ''merker'' van SuS. Naast klinisch onderzoek zijn de meest relevante diagnostische middelen beeldvorming met magnetische resonantie (MRI) van hersenen, retinale fluorescentie-angiografie (FA), en audiometrie. In de acute fase toont T2-gewogen MRI van hersenen vaak vage laesies in de centrale vezels van het corpus callosum (''sneeuwbal-laesies'') die later omvormen tot scherp begrensde ''punched out'' laesies. Vaak zijn ook periventriculaire laesies aanwezig en is er betrokkenheid van cerebellum, hersenstam en dieper gelegen grijze stof. FA toont BRAO en lekkage van fluoresceïne, vaak in perifeer netvlies (mogelijk nog niet klinisch merkbaar). Analyse met een audiometer toont uni- of bilaterale SNHL aan. Analyse van het cerebrospinaal vocht toont vaak milde pleocytose en matige toename van het eiwitgehalte aan, en oligoklonale banden komen weinig voor. In enkele gevallen werden antilichamen tegen endotheelcellen gerapporteerd. Een vroege en betrouwbare diagnose wordt vergemakkelijkt door gebruik van de gevalideerde diagnostische criteria van het Europese Susac Consortium (EUSAC).
De differentiële diagnose omvat inflammatoire demyeliniserende ziekte van CZS (zoals multipele sclerose, acute verspreide encefalitis, neuromyelitis optica-spectrumstoornissen), auto-immune encefalitis, en verschillende andere ziekten met betrokkenheid van CZS, netvlies, of inwendig oor, waaronder infecties, kwaadaardige tumoren, psychotische aandoeningen, cerebrovasculaire ziekte, migraine, ziekte van Ménière geïsoleerde BRAO, alsook een verscheidenheid aan auto-immuunziekten zoals syndroom van Cogan, ziekte van Eales, auto-immuunziekte van binnenoor, polyarteriitis nodosa, Wegener-granulomatose, syndroom van Churg-Strauss, systemische lupus erythematosus, antifosfolipidensyndroom, syndroom van Sjögren, en Ziekte van Behçet.
Er bestaan geen evidence-based behandelingsstrategieën. Empirisch blijkt pulserende behandeling met glucocorticosteroïden doeltreffend in de acute fase. In ernstige gevallen kan behandeling aangevuld worden met cyclofosfamide en/of intraveneuze immunoglobulinen (IvIg), methotrexaat (MTX), azathioprine (AZA) of mycofenolaatmofetil (MMF). methotrexaat (MTX), azathioprine (AZA) of mycofenolaatmofetil (MMF). Na stabilisatie dienen glucocorticosteroïden zeer langzaam afgebouwd te worden. Langdurige immuunsuppressieve behandeling met MTX, AZA, MMF, en/of IvIg is meestal nodig. Recenter werden positieve ervaringen gerapporteerd met monoklonale antilichamen zoals rituximab, natalizumab, en infliximab. Cochleaire implantaten kunnen voordelig zijn voor patiënten met ernstig gehoorverlies.
De ziekte is meestal zelfbeperkend na 2-4 jaar, maar late terugvallen na enkele decennia werden reeds gerapporteerd. De finale uitkomst is zeer variabel wat betreft invaliditeit, gaande van onaangetast tot dementie, doofheid en blindheid. De meerderheid van de patiënten behoudt variabele gradaties van cognitieve, visuele en/of auditieve beperkingen.
Laatste update: januari 2020 - Deskundige recensent(en): Dr. Jan-Markus DÖRR
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
Neonatale screening