Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Syndroom van Smith-Magenis
Een zeldzame, genetische neurologische ontwikkelingsstoornis, gekarakteriseerd door cognitieve functiestoornis met variabele gradaties van ernst, gedragsafwijkingen, en slaapstoornis. Patiënten vertonen typische lichamelijke kenmerken en een brede waaier van malformaties (e.g. hart, nier).
ORPHA:819
Classification level: Aandoening
Prevalentie: 1-9 / 100 000
Erfelijkheid: Autosomaal dominant
Leeftijd bij eerste symptomen: Puber, Volwassenheid, Kindertijd, Kindsheid, Neonataal
Syndroom van Smith-Magenis (SMS) heeft een geschatte prevalentie van 1/15.000-25.000 en werd wereldwijd bij alle etnische groepen geïdentificeerd, maar mogelijk is de aandoening ondergediagnosticeerd. Mannen en vrouwen worden in gelijke mate getroffen.
Patiënten hebben een herkenbaar klinisch beeld Craniofaciale kenmerken zijn onder meer brachycefalie, een breed en vierkant aangezicht, synophrys, mild schuin naar boven hellende ooglidspleten, retrusie van middengezicht met relatieve prognathie met ouder worden, en eversie van bovenlip met tentvormig uiterlijk. Kleine gestalte komt geregeld voor bij jonge patiënten, maar als volwassenen hebben ze een lichaamslengte die binnen normale waarden ligt. Overgewicht en/of obesitas is gangbaar bij tieners en volwassenen. Overige skeletanomalieën zijn onder meer brachydactylie, clinodactylie van vijfde vinger, syndactylie van tenen 2-3, en scoliose. Otolaryngologische problemen zoals velofaryngeale insufficiëntie, anomalieën van larynx, een hese diepe stem, en middenoorontsteking komen vaak voor. Gehoorverlies komt vaak voor, en kan mild tot matig zijn. Oftalmologische kenmerken (bij meer dan 80%) zijn onder meer strabisme, myopie, anomalieën van iris, en netvliesloslating (vaak ten gevolge van gewelddadig gedrag). De meerderheid van de individuen vertoont milde tot matige intellectuele achterstand. Significante spraakachterstand en onaangepast gedrag (uitbarstingen/woedeaanvallen, nagels uittrekken, inbrengen van vreemde objecten in lichaamsholtes, zelfverwonding, aandachtzoekend gedrag, en angst) zijn gangbaar. Slaapstoornis is te wijten aan een inversie van het circadiane ritme van melatonine. Malformaties van organen zijn onder meer afwijkingen van hart, nier en centraal zenuwstelsel.
SMS is doorgaans een sporadische aandoening veroorzaakt door deletie van 17p11.2 met inbegrip van het gen retinoïnezuur-geïnduceerd 1 (RAI1) (90%) of een mutatie van het gen (10%). Patiënten met een mutatie kunnen een minder ernstig fenotype vertonen, en manifestaties kunnen later aanvangen in de minst ernstige gevallen.
Diagnose is gebaseerd op initieel klinisch vermoeden, gevolgd door bevestiging van het genetische defect door moleculair onderzoek. Zorgvuldige afname van anamnese van geboortedefecten, slaapstoornis, vertraagde ontwikkelingsmijlpalen, chronische oorinfecties, zelfverwonding, en familiegeschiedenis zijn belangrijk om de typische kenmerken te herkennen.
Differentiële diagnoses zijn onder meer syndroom van Down, syndroom van Williams, syndroom van brachydactylie en intellectuele achterstand (del 2q37), en syndroom van Kleefstra.
In nagenoeg alle gevallen gaat het om één enkel voorval in een familie, maar prenataal testen kan aangeboden worden voor risicovolle zwangerschappen wanneer de genetische verandering reeds eerder werd geïdentificeerd bij een getroffen familielid.
De aandoening is autosomaal dominant en de meeste gevallen ontstaan sporadisch. Erfelijkheidsadvies wordt aanbevolen aan getroffen families vanwege de mogelijkheid op verticale transmissie, parentaal kiembaanmozaïcisme, en complexe familiale chromosomale herschikkingen. Wanneer een chromosomale deletie wordt geïdentificeerd, wordt analyse van parentale chromosomen aangeraden om translocatie of andere herschikkingen die het herhalingsrisico kunnen beïnvloeden, uit te sluiten.
Degelijke bepaling van de mate van cognitieve, ontwikkelings-, en gedragsstoornissen, en van systemische/organische afwijkingen is essentieel voor doelmatig en specifiek ziektebeheer. Behandeling is symptomatisch en omvat mogelijk psychotrope medicatie ter bevordering van de aandacht, vermindering van hyperactiviteit en stabilisatie van gedrag, en behandeling van slaapstoornissen. Geen enkele regime toont echter consistente doeltreffendheid. Psychosociale ondersteuning van familie wordt aangeraden.
De prognose hangt af van de leeftijd bij diagnose, ernst van de ziekte, en tijdigheid van therapeutische interventies.
Laatste update: november 2020 - Deskundige recensent(en): Dr. Laurence PERRIN | ITHACA*
Français,
Español,
Deutsch,
Italiano,
Português,
Polski
Suomi,
Polski,
Ελληνικά,
Русский
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Beperking
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (53)
- Klinische studies (2)
- Biobanken (14)
- Registers (26)
- Netwerk van experten (6)
Neonatale screening