Startpagina > Zeldzame ziekten > Zoek

Zoek een zeldzame ziekte

*
(*) verplicht veld

Tubereuze sclerose complex

Opmerking
Your message has been sent Your message has not been sent. Please contact an administrator.
Definitie ziekte

Een zeldzame neurocutane aandoening, gekenmerkt door multisystemische hamartomen, doorgaans met betrokkenheid van huid, hersenen, nier, long, oog en hart, en geassocieerd met neuropsychiatrische aandoeningen.

ORPHA:805

Classification level: Aandoening

Synoniem(en):
  • Tubereuze sclerose
  • Syndroom van Bourneville

Bron: PubMed ID 29924239 35963265 24053982

Prevalentie: 1-9 / 100 000

Erfelijkheid: Autosomaal dominant

Leeftijd bij eerste symptomen: Elke leeftijd

ICD-1O: Q85.1

ICD-11: LD2D.2

OMIM-nummer: 191100 613254

UMLS: C0041341

MeSH: D014402

GARD: 7830

MedDRA: 10080584

Samenvatting
Epidemiologie

Terwijl de prevalentie in het verleden werd geschat op 1/10.000, wordt op basis van recentere gegevens uit het VK en Taiwan de prevalentie geschat op respectievelijk 1/20-25.000 en 1/100.000. De huidige schattingen zijn waarschijnlijk echter een onderschatting, gezien de variabiliteit in fenotypische expressie, ernst en aanvangsleeftijd.

Klinische beschrijving

Betrokkenheid van huid is nagenoeg altijd aanwezig, aanvankelijk als hypomelanotische maculae in de eerste levensjaren, met evolutie naar faciale angiofibromen tegen de leeftijd van 3-4 jaar, gevolgd door unguale fibromen, cefale en lumbale (chagrin-aspect) fibreuze plaques, en ''confetti''-huidlaesies die verschijnen in de kindertijd tot vroege adolescentie. Betrokkenheid van hersenen omvat corticale dysplasieën (tubers), subependymale noduli, en/of subependymaal reuscelastrocytoom (SEGA), en wordt in bijna alle gevallen waargenomen. SEGA treft 10 tot 20% van de patiënten met tubereuze sclerose complex (TSC), bijna uitsluitend kinderen en jonge volwassenen. Vroeg optredende epilepsie (focale insulten en/of infantiele spasmen) is aanwezig bij 85% van patiënten. TSC-geassocieerde neuropsychiatrische aandoeningen (TAND) zijn onder meer intellectuele achterstand, aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit, autismespectrumstoornis (ASS), psychiatrische aandoeningen, neuropsychologische gebreken, alsook schoolse en professionele moeilijkheden. Angiomyolipomen (AML) van nier ontwikkelen tijdens de kindertijd met een hoger risico op groei tijdens de adolescentie en volwassenheid, en manifesteren zich met pijn, hematurie/retroperitoneale bloedingen, abdominale massa's, hypertensie, en nierfalen. Lymfangioleiomyomatose, multifocale micronodulaire hyperplasie van pneumocyten, en longcysten ontwikkelen tijdens de volwassenheid, en manifesteren zich met dyspneu, pneumothorax, of chylothorax. Rhabdomyomen van hart verschijnen tijdens de foetale periode, zijn zelden symptomatisch, en hebben de neiging te verkleinen in de vroege kindertijd. Bijkomende kenmerken zijn onder meer hamartomen van retina en lever, kuiltjes in tandglazuur, intraorale fibromen, skeletdysplasie, en in zeldzame gevallen neuro-endocriene tumoren.

Etiologie

TSC is te wijten een mutaties in TSC1 (9q34) of TSC2 (16p13.3), genen die coderen voor proteïnen die onrechtstreeks de mTOR-signaalweg remmen. In overmaat veroorzaakt mTOR verhoogde groei en proliferatie van cellen, alsook disproportionele activiteit van glutamaat die leidt tot disruptie van synaptische plasticiteit. Expressiviteit van TSC is variabel vanwege mozaïcisme en genetische-epigenetische modificatoren.

Diagnostische methodes

Definitieve diagnose wordt gedefinieerd als aanwezigheid van minstens 2 hoofdkenmerken of van 1 hoofdkenmerk en minstens 2 bijkomstige kenmerken. Mogelijk TSC wordt overwogen bij aanwezigheid van 1 hoofdkenmerk of minstens 2 bijkomstige kenmerken. De identificatie van een pathogene variant bevestigt de diagnose, ongeacht de klinische kenmerken.

Differentiële diagnose

Autosomaal dominante polycystische nierziekte type 1 met tubereuze sclerose wordt waargenomen bij tot wel 5% van de patiënten die zich presenteren met TSC en dient uitgesloten te worden. Overige differentiële diagnoses zijn onder meer vitiligo, hypomelanose van Ito, acne, huiduitslag, myxoom van hart, geïsoleerde hersentumoren, longemfyseem, en niercysten.

Antenatale diagnose

Prenatale diagnose gebeurt in twee situaties: familiale gevallen met genetische diagnose (vruchtwaterpunctie, vlokkentest), of de novo gevallen detectie van rhabdomyoom van hart of minder frequent hersenanomalieën bij routineuze onderzoeken in het kader van zwangerschap.

Genetisch advies

De aandoening is autosomaal dominant; twee derde van de gevallen is echter het resultaat van een de novo pathogene variant. In een derde van de gevallen wordt TSC overgeërfd van een van de ouders, en in dergelijke gevallen wordt erfelijkheidsadvies aanbevolen om de ouders te informeren over het risico van 50% op het krijgen van een getroffen kind bij elke zwangerschap.

Beheersing en behandeling

Ziektebeheer is multidisciplinair, en omvat regelmatige klinische opvolging, alsook behandeling van epilepsie, tumoren, en TAND. Vroege doorverwijzing naar een gespecialiseerd centrum voor pediatrische epilepsie wordt ten zeerste aanbevolen. Behandeling van epilepsie bestaat onder meer uit het gebruik van vigabatrine (remmer van GABA-transaminase) voor infantiele spasmen en vroeg optredende focale insulten. Voor presymptomatische zuigelingen wordt videoregistratie tijdens elektro-encefalografie aangeraden om subtiele of elektrografische insulten te identificeren. Indien vigabatrine faalt, kunnen andere anti-epileptica, ketogeen dieet, stimulatie van nervus vagus, of een remmer van de mTOR-signaalweg (everolimus) nuttig zijn. Vroege identificatie van kandidaten voor chirurgische behandeling van epilepsie wordt sterk aanbevolen. Ontwikkelende tumoren vereisen frequente opvolging, en kunnen behandeld worden met mTOR-remmers of chirurgie.

Prognose

TSC is een chronische, levenslange aandoening. Naarmate patiënten volwassen worden, kunnen insulten aanhouden, en nier- en/of longproblemen kunnen frequenter en klinisch significant worden.

Laatste update: december 2021 - Deskundige recensent(en): Pr. Alexis ARZIMANOGLOU | EpiCARE* - Pr. Katarzyna KOTULSKA-JÓŹWIAK | EpiCARE* - Pr. Rima NABBOUT | EpiCARE*

* Europese referentienetwerken

Er is een tekst voor deze aandoening beschikbaar in het English, Logo ERN Français, Logo ERN Español, Logo ERN Deutsch, Logo ERN Italiano, Logo ERN Português Logo ERN Suomi, Ελληνικά, Slovenčina
Gedetailleerde informatie

Logo ERN: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s) Logo FSMR: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)

Het brede publiek
Artikel voor het grote publiek
Deutsch (2020.pdf) - Kindernetzwerk e.V.
Svenska (2022) - Socialstyrelsen
Richtlijnen
Richtlijnen voor spoedgevallen
Français (2018.pdf) - Orphanet Urgences
Polski (2007.pdf) - Orphanet Urgences
Deutsch (2007.pdf) - Orphanet Urgences
English (2007.pdf) - Orphanet Urgences
Español (2007.pdf) - Orphanet Urgences
Italiano (2007.pdf) - Orphanet Urgences
Português (2007.pdf) - Orphanet Urgences
Richtlijnen klinische praktijk
English (2024) - Nat Rev Nephrol Logo ERN
English (2021) - Pediatr Neurol
English (2013) - Pediatr Neurol Logo ERN
English (2013) - Pediatr Neurol Logo ERN
Anesthesierichtlijnen
English (2022) - Orphananesthesia
Overzichtsartikelen over ziekten
Clinical genetics review
English (2006.pdf) - Eur J Hum Genet
English (2024) - GeneReviews
Beperking
Handicap informatiefiche
Español (2017.pdf) - Orphanet
Genetische testen
Guidance voor genetische testen
English (2013) - Eur J Hum Genet
De documenten op deze website zijn louter ter informatie. Het materiaal is geenszins bestemd om professionele medische zorgen door een gediplomeerde specialist te vervangen en mag niet worden gebruikt als basis voor een diagnose of behandeling.