Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Autosomaal recessieve gegeneraliseerde dystrofische epidermolysis bullosa, ernstige vorm
Een ernstige vorm van dystrofische epidermolysis bullosa (DEB), gekenmerkt door gegeneraliseerde cutane en mucosale blaar- en littekenvorming, geassocieerd met ernstige misvormingen en aanzienlijke extracutane betrokkenheid.
ORPHA:79408
Classification level: Aandoening
- Gegeneraliseerde RDEB, ernstige vorm
- Autosomaal recessieve dystrofische epidermolysis bullosa generalisata gravis
- Autosomaal recessieve dystrofische epidermolysis bullosa, Hallopeau-Siemens-type
- Ernstige gegeneraliseerde RDEB
- RDEB generalisata gravis
- RDEB, Hallopeau-Siemens-type
Prevalentie: 1-9 / 1 000 000
Erfelijkheid: Autosomaal recessief
Leeftijd bij eerste symptomen: Neonataal
De gerapporteerde prevalentie bij de geboorte varieert tussen populaties, gaande van 1/333.000 in de Verenigde Staten tot 1/77.000 in Europa.
Blaren ontwikkelen spontaan of na het mildste trauma bij de geboorte of tijdens de neonatale periode, en tasten het hele lichaam aan (maar vooral huid over benige prominenties) met omvangrijke betrokkenheid van oraal en gastro-intestinaal slijmvlies. Congenitale ulceratie van huid met omvangrijke ontvelling van een deel van het lichaam kan aanwezig zijn. Laesies helen met retractie van littekens en milia. Epidermolysis bullosa (EB)-naevi kunnen voorkomen. Overmatige littekenvorming kan leiden tot adhesie van vingers en tenen met als resultaat pseudosyndactylie, en tot gewrichtscontracturen die op hun beurt invaliderende misvormingen van handen en voeten veroorzaken (''mitten'' (wantjes) misvormingen). Littekenvormende alopecie van scalp en permanent verlies van nagelplaten worden ook waargenomen. Betrokkenheid van de ogen komt geregeld voor, onder meer met blefaritis, verlies van wimpers, ectropion, symblefaron, en blaren op hoornvlies die tot verlies van gezichtsvermogen kunnen leiden. Moeilijkheden met kauwen en slikken zijn te wijten aan ankyloglossie, obliteratie van mondvoorhof, en progressieve microstomie. Tandbederf komt veelvuldig voor. Oesofageale vernauwing komt veel voor en resulteert in ernstige dysfagie. Anale en perianale erosies veroorzaken hevige pijn tijdens ontlasting en bevorderen constipatie. Extensieve gastro-intestinale betrokkenheid in combinatie met een hyperkatabole toestand als gevolg van permanente verwonding, infectie en inflammatie, induceert een toestand van chronische malnutritie die bijdraagt tot groeiretardatie, uitgestelde puberteit, osteopenie, en osteoporose. Vernauwing van urethra kan ook optreden. Refractaire anemie, ijzerdeficiëntie en hypoalbuminemie worden ook waargenomen. Nagenoeg alle patiënten ontwikkelen tenminste één agressief plaveiselcelcarcinoom (PCC), doorgaans tijdens het derde tot vierde levensdecennium.
De ziekte wordt veroorzaakt door homozygote of samengesteld heterozygote biallelische nonsense mutaties in het gen COL7A1 (3p21.31), die meestal resulteren in een prematuur terminatiecodon, wat vervolgens leidt tot gebrek aan functioneel collageen VII, de voornaamste component van vezels die de basale membraan verankeren aan de dermis.
Diagnose wordt vermoed bij klinisch onderzoek, en wordt bevestigd door het in kaart brengen van antigenen met behulp van immunofluorescentie en/of transmissie-elektronenmicroscopie van huidstalen die een splijtvlak toont dat zich situeert onder de lamina densa van de basale membraan van huid. Genetisch testen bevestigt de diagnose.
Differentiële diagnoses zijn onder meer andere vormen van EB. In de neonatale periode dienen ook infectie door herpes-simplexvirus, congenitale erosieve en vesiculaire dermatose, epidermolytische ichthyosis, bulleus pemfigoïd, neonatale pemfigus en pemfigoïde gestationis, en scalded skin-syndroom door stafylokokken overwogen te worden.
Prenatale diagnose wordt altijd aangeraden aan ouders die een kind met ernstige RDEB hebben. De causale pathogene varianten van de ziekte dienen vooraf geïdentificeerd te worden.
Het overervingspatroon is autosomaal recessief. Erfelijkheidsadvies dient aangeboden te worden aan koppels die risico lopen (beide individuen zijn drager van een causale mutatie van de ziekte) om hen te informeren over het risico van 25% op het krijgen van een getroffen kind bij elke zwangerschap.
Preventief afdekken van huid vermindert blaarvorming, en zorgvuldige wondverzorging helpt secundaire infecties te voorkomen. Behandeling van pijn en jeuk wordt sterk aangeraden, maar de doeltreffendheid ervan is deels beperkt. Regelmatige opvolging bij een tandarts met ervaring in EB is aanbevolen. Fysiotherapie en ergotherapie zijn nodig om gradueel verlies van mobiliteit en autonomie te vertragen. Misvormingen van handen en voeten kunnen chirurgisch behandeld worden. Opvolging door een diëtist is essentieel, en voeden door gastrostomie kan nodig zijn. Oesofageale vernauwingen worden behandeld door verwijding met behulp van een fluoroscopie-geleide ballon. Transfusies, suppletie van ijzer, en toediening van erytropoëtine verbeteren anemie en ijzerdeficiëntie. Suppletie van vitamine D kan geïndiceerd worden ter preventie van osteoporose. Regelmatige opvolging is nodig om toezicht te houden op de ontwikkeling van PCC. Psychologische ondersteuning dient aangeboden te worden.
De levensverwachting ligt aanzienlijk lager, vooral vanwege de ontwikkeling van agressief PCC met frequente uitzaaiingen. Tegen de leeftijd van 55 jaar is het cumulatieve risico op ontwikkeling van PCC groter dan 90% en bedraagt het risico op overlijden ongeveer 80%. Andere complicaties die de prognose beïnvloeden zijn onder meer chronisch nierfalen en, in zeldzamere gevallen, multifactoriële cardiomyopathie.
Laatste update: mei 2021 - Deskundige recensent(en): Pr. Martin LAIMER | ERN-Skin*
Français,
Español,
Deutsch,
Italiano,
Português
Polski
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Beperking
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (54)
- Klinische studies (12)
- Biobanken (8)
- Registers (26)
- Netwerk van experten (4)
Neonatale screening