Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Ernstige gegeneraliseerde junctionele epidermolysis bullosa
Een ernstige vorm van junctionele epidermolysis bullosa (JEB), gekenmerkt door blaren en omvangrijke erosies gesitueerd op huid en slijmvlies.
ORPHA:79404
Classification level: Aandoening
- Junctionele epidermolysis bullosa, Herlitz-type
- Epidermolysis bullosa letalis
- JEB-H
- Junctionele epidermolysis bullosa generalisata gravis
- Junctionele epidermolysis bullosa, Herlitz-Pearson-type
- Ernstige gegeneraliseerde JEB
Prevalentie: 1-9 / 1 000 000
Erfelijkheid: Autosomaal recessief
Leeftijd bij eerste symptomen: Kindsheid, Neonataal
De prevalentie bij de geboorte varieert wereldwijd naar schatting tussen 1/200.000-2.500.000. Volgens gegevens van EB-registers in de V.S. en Italië, heeft ongeveer 20% van de patiënten met JEB het ernstige type.
De extreme ernst van deze aandoening is merkbaar bij de geboorte. Bullae presenteren zich spontaan bij zelfs de minste aanraking, met aanvang in de eerste levensmaanden tot in het eerste of tweede levensjaar. Na de eruptie verliezen blaren hun toplaag, en blijven ze zichtbaar als erosies die niet helen. Overvloedig granulatieweefsel is een kenmerkende manifestatie die ontstaat op dergelijk geërodeerd epitheel, en kan huid (rond nagelwallen, volgens een maskerachtige distributie op aangezicht, en op plaatsen van wrijving zoals schouder en billen) en bovenste luchtwegen aantasten. Betrokkenheid van slijmvlies kan geheel gastro-intestinaal (GI) stelsel, urogenitaal stelsel, en ademhalingsstelsel tot bronchioli beïnvloeden. De meest significante en frequente mucosale laesies treden echter op in bovenste delen van GI- en ademhalingsstelsel. De uitgebreide erosies en ulceraties van mondslijmvlies hinderen in ernstige mate voeding, en betrokkenheid van laryngotracheale mucosa, die zich manifesteert als heesheid, dyspneu en stridor, kan leiden tot acuut respiratoir falen en tracheostomie vereisen. Overige consistente kenmerken zijn onder meer nagelanomalieën met paronychia, verschillende mate van onychodystrofie, en uitval van nagels. Dentale anomalieën, die pas kunnen waargenomen worden wanneer patiënten lang genoeg overleven, zijn onder meer regelmatig opgemerkte hypoplasie of volledige afwezigheid van tandglazuur. Frequente oculaire laesies zijn onder meer corneale blaren, erosies en littekens, en vorming van ectropion. Niet-gedijen is een nagenoeg constante bevinding, en multifactoriële anemie is ook gangbaar.
Ernstige JEB wordt veroorzaakt door mutaties in één van de drie genen die coderen voor laminine-332: LAMA3 (18q11.2), LAMB3 (1q32), en LAMC2 (1q25-q31). In de meeste gevallen worden nulmutaties aangetroffen op beide allelen van het causale gen.
Bovenop de bevinding van een splijtvlak in lamina lucida van de cutane basale membraan, is een negatieve immunofluorescentiekleuring voor laminine-332 typisch voor ernstige JEB. In zeldzame gevallen is de kleuring echter sterk gereduceerd, en bijgevolg niet in staat ernstige JEB te onderscheiden van intermediaire JEB. In deze gevallen is het aantonen van nulmutaties in één van de drie genen die coderen voor laminine-332 aan de hand van genetisch testen noodzakelijk om de diagnose te bevestigen.
Differentiële diagnoses zijn onder meer andere types van epidermolysis bullosa, vooral congenitale auto-immune bulleuze aandoeningen.
Prenatale diagnose dient steeds aangeraden te worden, en causale pathogene varianten van de ziekte dienen vooraf geïdentificeerd te worden.
Transmissie gebeurt autosomaal recessief. Erfelijkheidsadvies dient aangeboden te worden aan koppels die risico lopen (beide individuen zijn drager van een causale mutatie van de ziekte) om hen te informeren over het risico van 25% op het krijgen van een getroffen kind bij elke zwangerschap.
Ziektebeheer is multidisciplinair, met opname op een dienst voor neonatale pathologie in geval van ernstig getroffen patiënten, antibiotica voor pulmonale infecties, lokale antisepsis voor traag helende laesies, en aanleggen van geavanceerde verbanden voor behandeling van zweren. Voedingsondersteuning is vereist.
De prognose is slecht, en de meeste patiënten met ernstige JEB sterven in de eerste paar levensjaren, met als voornaamste doodsoorzaken niet-gedijen, respiratoir falen, sepsis, en pneumonie. Enkele zeldzame patiënten met gegeneraliseerde cutane en inwendige ziekte bereiken een leeftijd tussen 10 en 15 jaar. Daarenboven kan plaveiselcelcarcinoom ontstaan bij een minderheid van de patiënten met ernstige JEB (4,5% volgens gegevens van het Nationale EB-Register in de V.S.).
Laatste update: juni 2021 - Deskundige recensent(en): Dr. Michela BRENA | ERN-Skin* - Dr. Sophie GUEZ | ERN-Skin* - Dr. Gianluca TADINI | ERN-Skin*
Français,
Español,
Deutsch,
Português
Русский
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Beperking
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (50)
- Klinische studies (6)
- Biobanken (8)
- Registers (26)
- Netwerk van experten (4)
Neonatale screening