Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Junctionele epidermolysis bullosa met pylorusatresie
Een ernstige vorm van junctionele epidermolysis bullosa (JEB), gekenmerkt door gegeneraliseerde blaarvorming bij de geboorte en congenitale atresie van pylorus en in zeldzame gevallen andere delen van maag-darmstelsel.
ORPHA:79403
De prevalentie van junctionele epidermolysis bullosa - pylorusatresie-syndroom (JEB-PA) is niet gekend. Wereldwijd werden meer dan 100 gevallen gerapporteerd.
Manifestaties van huid zijn onder meer ernstige blaarvorming, atrofische littekenvorming, en nageldystrofie. Congenitale afwezigheid van huid (aplasia cutis congenita) is gangbaar, en ooranomalieën komen ook relatief vaak voor. Manifestaties van pylorusatresie zijn onder meer refractair braken, abdominale distensie, en afwezigheid van ontlasting. Patiënten vertonen betrokkenheid van mondholte en, indien ze overleven, hypoplasie van tandglazuur. Overige extracutane manifestaties zijn onder meer betrokkenheid van respiratoir, gastro-intestinaal en urogenitaal stelsel. Vooral urogenitale malformaties en verworven urogenitale afwijkingen (polypoïde laesies van blaaswand, hemorragische cystitis, strictuur van urethra) komen relatief vaak voor en zijn kenmerkend. Groeiachterstand en anemie, secundair aan extensieve cutane en mucosale laesies, zijn gangbaar. Polyhydramnion, secundair aan pylorusatresie, is meestal aanwezig bij zwangerschappen met een getroffen foetus. Bij enkele patiënten met een identieke presentatie werd vorming van blaren aangetroffen in epidermis in plaats van in lamina lucida, waardoor ze werden ingedeeld bij de zeldzamere subtypes van ernstige EB simplex (EBS; epidermolytisch) met pylorusatresie in plaats van onder junctionele EB. Deze patiënten hebben mogelijk mutaties in het intracellulaire domein van integrine bèta-4, of deficiëntie van plectine.
De aandoening wordt veroorzaakt door biallelische mutaties in één van de genen die coderen voor de twee subeenheden van integrine alfa-6/bèta-4, ITGA6 (2q31.1) en ITGB4 (17q11-qter).
Diagnose bij neonaten wordt vermoed op basis van klinische bevindingen van huidfragiliteit en obstructie van maaguitgang aangetoond door beeldvorming met röntgenstraling zonder contrast. Bovenop de bevinding van een splijtvlak in de lamina lucida van de cutane basale membraan door kartering van antigenen door immunofluorescentie en/of transmissie-elektronenmicroscopie, is negatieve of sterk gereduceerde immunofluorescentiekleuring voor integrine alfa-6/bèta-4 typisch voor JEB-PA. Genetisch testen moet de gouden standaard zijn, teneinde het onderscheid te maken met EBS met pylorusatresie, vooral wanneer kartering door immunofluorescentie en/of transmissie-elektronenmicroscopie niet beschikbaar/mogelijk zijn.
De voornaamste differentiële diagnose is EBS met pylorusatresie.
Diagnose kan vermoed worden bij echografische bevindingen van polyhydramnion, secundair aan pylorusatresie, met hoge gehaltes van alfafoetoproteïne (meer dan 20 keer de normale waarden). Prenatale diagnose aan de hand van genetisch testen dient aangeboden te worden aan de familie.
Transmissie gebeurt autosomaal recessief. Erfelijkheidsadvies dient aangeboden te worden aan koppels die risico lopen (beide individuen zijn drager van een causale mutatie van de ziekte) om hen te informeren over het risico van 25% op het krijgen van een getroffen kind bij elke zwangerschap.
Pylorusatresie moet chirurgisch gecorrigeerd worden tijdens de eerste levensdagen; zonder deze ingreep is de aandoening letaal in de neonatale periode. Multidisciplinair ziektebeheer met hospitalisatie in een afdeling voor neonatale intensieve zorg is noodzakelijk. Patiënten dienen opgevolgd en behandeld te worden voor onder meer water-elektrolytenbalans, niet-gedijen, anemie, en infectieuze en respiratoire complicaties. Behandeling van pijn is ook uiterst belangrijk bij deze patiënten en vereist vaak opioïden. Verzorging van huid is gebaseerd op vermijden van blaarvorming door zorgvuldig afdekken van huid ter bescherming, vermijden van trauma in het dagelijkse leven, doorprikken en draineren van nieuwe blaren, en preventie van secundaire infectie door nauwgezette wondverzorging.
JEB-PA leidt in de meeste gevallen tot vroege sterfte binnen de eerste levensmaanden. De prognose hangt vooral af van de snelle chirurgische correctie van pylorusatresie. Van de patiënten bij wie dit succesvol verloopt, vertoont een minderheid milde betrokkenheid van huid of graduele verbetering van blaarvormende laesies, waardoor de gerekanaliseerde patiënten een normale levensduur kunnen behalen.
Laatste update: juni 2021 - Deskundige recensent(en): Dr. Michela BRENA | ERN-Skin* - Dr. Sophie GUEZ | ERN-Skin* - Dr. Gianluca TADINI | ERN-Skin*
Français,
Español,
Deutsch,
Italiano,
Português
Русский
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Beperking
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (50)
- Klinische studies (6)
- Biobanken (8)
- Registers (26)
- Netwerk van experten (4)
Neonatale screening