Startpagina > Zeldzame ziekten > Zoek

Zoek een zeldzame ziekte

*
(*) verplicht veld

Intermediaire gegeneraliseerde junctionele epidermolysis bullosa

Opmerking
Your message has been sent Your message has not been sent. Please contact an administrator.
Definitie ziekte

Een vorm van junctionele epidermolysis bullosa (JEB), gekenmerkt door gegeneraliseerde blaarvorming op huid, atrofische littekenvorming, nageldystrofie of afwezigheid van nagels, en hypoplasie van tandglazuur, met extracutane betrokkenheid.

ORPHA:79402

Classification level: Aandoening

Synoniem(en):
  • Intermediaire gegeneraliseerde JEB
  • Gegeneraliseerde junctionele epidermolysis bullosa, niet-Herlitz-type
  • Junctionele epidermolysis bullosa generalisata mitis
  • Junctionele epidermolysis bullosa, Disentis-type
  • Gegeneraliseerde atrofische goedaardige epidermolysis bullosa

Prevalentie: Unknown

Erfelijkheid: Autosomaal recessief

Leeftijd bij eerste symptomen: Neonataal

ICD-1O: Q81.8

OMIM-nummer: 226650 619785 619783 619787 619816

UMLS: C0432326

Samenvatting
Epidemiologie

De prevalentie van intermediaire junctionele epidermolysis bullosa (intermediaire JEB) is niet gekend.

Klinische beschrijving

De aandoening is klinisch merkbaar bij de geboorte. Blaarvorming op huid is gegeneraliseerd, en heling treedt op met vorming van atrofische littekens, soms vergezeld van hypopigmentatie of hyperpigmentatie, of, minder gangbaar, met vorming van excessief granulatieweefsel. Dystrofie of verlies van nagels is een constant kenmerk, en mettertijd kan focale palmoplantaire keratodermie ontwikkelen. Progressief en permanent verlies van haar is vaak aanwezig, en tast scalp, wimpers en wenkbrauwen aan; schaam- en okselhaar zijn schaars of ontwikkelen niet volledig. Mucosale laesies tasten vooral mond- en neusholte aan, maar er is aanzienlijke individuele variatie. Betrokkenheid van oog werd gerapporteerd bij sommige patiënten, en omvat erosies en littekens van hoornvlies, en in zeldzame gevallen ectropion. Tanden vertonen geregeld hypoplasie van tandglazuur, wat leidt tot ernstige cariës. Chronische anemie met multifactoriële etiologie en variabele gradaties van ernst is vaak aanwezig en mogelijk geassocieerd met groeiachterstand.

Etiologie

Intermediaire JEB wordt veroorzaakt door mutaties in de genen COL17A1 (10q24.3), ITGB4 (17q25.1), LAMA3 (18q11.2), LAMB3 (1q32), en LAMC2 (1q25-q31).

Diagnostische methodes

Diagnose wordt vermoed op basis van klinische presentatie, en bevestigd door kartering met immunofluorescentie of transmissie-elektronenmicroscopie en genetisch testen.

Differentiële diagnose

Differentiële diagnoses zijn onder meer andere vormen van EB. Tijdens de neonatale periode dienen mogelijk aplasia cutis congenita, infectie door herpes-simplexvirus, congenitale erosieve en vesiculaire dermatose, epidermolytische ichthyosis, lineaire IgA bulleuze dermatose, bulleus pemfigoïd, neonatale pemfigus en pemfigoïde gestationis, bulleuze impetigo, en scalded skin-syndroom door stafylokokken overwogen te worden.

Antenatale diagnose

Prenatale diagnose kan aangewezen zijn voor families met dit subtype, afhankelijk van de mate van ernst.

Genetisch advies

Het overervingspatroon is autosomaal recessief. Erfelijkheidsadvies dient aangeboden te worden aan koppels die risico lopen (beide individuen zijn drager van een causale mutatie van de ziekte) om hen te informeren over het risico van 25% op het krijgen van een getroffen kind bij elke zwangerschap.

Beheersing en behandeling

Het ziektebeheer is preventief: preventief afdekken van huid vermindert blaarvorming, en zorgvuldige wondverzorging voorkomt secundaire infecties en vermindert littekenvorming. Mondhygiëne is belangrijk voor verzorging van cariës. Voedingsbehoeften dienen geëvalueerd te worden door een diëtist. Oculaire, gastro-intestinale, urinaire en renale manifestaties vereisen specifieke behandeling.

Prognose

Hoewel intermediaire JEB minder ernstig is dan andere vormen van JEB kan overlijden optreden in de zuigelingentijd en kindertijd als gevolg van sepsis, niet-gedijen en respiratoir falen. Volwassen patiënten lopen verhoogd risico op ontwikkeling van plaveiselcelcarcinoom, vooral op onderste ledematen, en in gebieden met chronische blaarvorming, langdurige erosies, of atrofische littekens.

Laatste update: juni 2021 - Deskundige recensent(en): Pr. Cristina HAS | ERN-Skin*

* Europese referentienetwerken

Er is een tekst voor deze aandoening beschikbaar in het English, Logo ERN Français, Logo ERN Español, Logo ERN Deutsch, Logo ERN Italiano, Português Logo ERN Русский
Gedetailleerde informatie

Logo ERN: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s) Logo FSMR: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)

Het brede publiek
Artikel voor het grote publiek
Svenska (2024) - Socialstyrelsen
Richtlijnen
Richtlijnen voor spoedgevallen
Français (2012.pdf) - Orphanet Urgences
Richtlijnen klinische praktijk
English (2020) - Br J Dermatol Logo ERN
English (2020) - Br J Dermatol Logo ERN
English (2019.pdf) - Debra International Logo ERN
English (2016) - Br J Dermatol Logo ERN
English (2014) - Orphanet J Rare Dis Logo ERN
English (2019) - Orphanet J Rare Dis Logo ERN
English (2012) - Int J Paediatr Dent Logo ERN
English (2014) - BMC Med Logo ERN
English (2019.pdf) - Debra International Logo ERN
English (2019) - Orphanet J Rare Dis Logo ERN
English (2020) - Orphanet J Rare Dis Logo ERN
English (2017.pdf) - Wounds International
Español (2017.pdf) - Wounds International
Anesthesierichtlijnen
English (2020) - Orphananesthesia
Čeština (2020) - Orphananesthesia
Overzichtsartikelen over ziekten
Clinical genetics review
English (2018) - GeneReviews
Review artikel
English (2010) - Orphanet J Rare Dis
Beperking
Handicap informatiefiche
Español (2018.pdf) - Orphanet
De documenten op deze website zijn louter ter informatie. Het materiaal is geenszins bestemd om professionele medische zorgen door een gediplomeerde specialist te vervangen en mag niet worden gebruikt als basis voor een diagnose of behandeling.