Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Congenitale ichthyosiforme erytrodermie
Een zeldzame autosomaal recessieve congenitale ichthyosis (ARCI), gekenmerkt door gegeneraliseerde afschilfering vergezeld van min of meer ernstige erytrodermie, zonder blaarvorming.
ORPHA:79394
Classification level: Aandoening
- CIE
- Erytrodermische ichthyosis
- Niet-bulleuze congenitale ichthyosiforme erytrodermie
Bron: PubMed ID 20643494
Prevalentie: 1-9 / 1 000 000
Erfelijkheid: Autosomaal recessief
Leeftijd bij eerste symptomen: Kindsheid, Neonataal
De prevalentie varieert tussen 1/200.000 en 1/1.000.000 individuen.
Congenitale ichthyosiforme erytrodermie (CIE) is een gegeneraliseerde huidziekte waarbij een meer of minder uitgesproken erytrodermie overheerst. Een collodionmembraan kan soms aanwezig zijn bij de geboorte en zal na enkele dagen veranderen naar ichthyosiforme erytrodermie. Bovenop erytrodermie is er meestal een gegeneraliseerde, fijne, witte of grijze schilfering. De fenotypische expressie is zeer variabel en hangt af van het getroffen gen en de omgeving van de patiënt. Patiënten met CIE zijn bijzonder gevoelig voor ernstige jeuk en intolerantie voor hitte. Bijkomende complicaties (vooral bij patiënten geboren met een collodionmembraan) kunnen waargenomen worden, zoals ectropion en geassocieerde oculaire complicaties (keratitis, littekenvorming op hoornvlies), eclabium, palmoplantaire keratodermie, nageldystrofie en alopecie. Niet-gedijen en kleine gestalte kunnen voorkomen, net als slechthorendheid door accumulatie van schilfers in uitwendig oor.
CIE maakt deel uit van het spectrum van aandoeningen met autosomaal recessieve congenitale ichthyosis (ARCI), en wordt meestal veroorzaakt door mutaties in gekende ARCI-gerelateerde genen (ABCA12, ALOX12B, ALOXE3, CYP4F22, NIPAL4, TGM1, PNPLA1). Pathofysiologisch veroorzaken defecten van epidermale lipiden en differentiatie verstoring van de epidermale barrière, wat resulteert in verhoogd transepidermaal verlies van water (TEWL). Erytheem en ernst van de ziekte zijn sterk gecorreleerd met expressie van IL-17 bij patiënten met ichthyosis.
Diagnose is gebaseerd op klinisch beeld, en wordt bevestigd aan de hand van genetisch testen, vooral met 'next generation'-sequentiebepaling (NGS) zoals sequentiebepaling van panels met meerdere genen of sequentiebepaling van geheel exoom.
Differentiële diagnoses zijn onder meer andere vormen van neonatale erytrodermie, vooral syndromale ichthyoses (zoals syndroom van Netherton, KID-syndroom), congenitale reticulaire ichthyosiforme erytrodermie (CRIE) veroorzaakt door specifieke mutaties in het gen KRT10 of het gen KRT1, verschillende congenitale immuundeficiënties (zoals hyper-IgE-syndroom), en atopische dermatitis.
Prenatale diagnose (na vruchtwaterpunctie of chorionvillusbiopsie) gebaseerd op moleculaire genetische methodes is mogelijk indien de pathogene variant in het getroffen gen reeds eerder werd geïdentificeerd bij een familielid.
CIE behoort tot het spectrum van autosomaal recessieve congenitale ichthyosis (ARCI). Erfelijkheidsadvies dient aangeboden te worden aan koppels die risico lopen (beide individuen zijn drager van een causale mutatie van de ziekte) om hen te informeren over het risico van 25% op het krijgen van een getroffen kind bij elke zwangerschap.
Ziektebeheer is gebaseerd op dagelijks aanbrengen van emollientia. Keratolytica kunnen gebruikt worden maar worden vaak niet getolereerd. Orale retinoïden en analogen van vitamine A worden eerder geïndiceerd voor hyperkeratose dan voor erytrodermie, en staan erom bekend dat ze huidontsteking en pruritus verergeren. Daarenboven kunnen deze geneesmiddelen enkel beperkt gebruikt worden vanwege de gekende bijwerkingen (teratogeniciteit, hypertriglyceridemie, hyperostose). Topische anti-inflammatoire geneesmiddelen (zoals steroïden en calcineurineremmers) zijn minder doeltreffend en hebben het nadeel dat ze systemisch worden geabsorbeerd. Recombinante humane monoklonale anti-IL-17 (secukinumab), anti-IL-12/IL-23 (ustekinumab) en anti-IL-4/IL-13 (dupilumab) antilichamen worden getest in klinische studies en hebben reeds veelbelovende resultaten getoond.
De prognose hangt af van het onderliggende genetische defect. Er is een verhoogd risico op sepsis tijdens de neonatale periode. Bij sommige patiënten kan de aandoening verbeteren met ouder worden. Bijkomende ziekten of systemische infecties kunnen de huidaandoening drastisch verergeren. Afhankelijk van de ernst van het fenotype van de huid kan de levenskwaliteit ernstig beïnvloed worden.
Laatste update: maart 2023 - Deskundige recensent(en): Pr. Judith FISCHER | ERN-Skin*
Français,
Español,
Deutsch,
Italiano,
Português
Polski
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (42)
- Klinische studies (2)
- Biobanken (8)
- Registers (23)
- Netwerk van experten (5)
Neonatale screening