Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Ontwikkelings- en epileptische encefalopathie met activatie van piekgolven tijdens de slaap
Een zeldzame epileptische encefalopathie van de kindertijd, gekarakteriseerd door insulten, een elektro-encefalografisch (EEG) patroon van elektrische status epilepticus in slaap (ESES), en neurocognitieve achteruitgang in minstens 2 domeinen van de ontwikkeling.
ORPHA:725
Classification level: Aandoening
- CSWS
- CSWSS-syndroom
- Continue piekgolven tijdens de tragegolfslaap
- Epileptische encefalopathie met continue piekgolven tijdens de trage slaap
- Continue piekgolven tijdens de slaap
- DEE-SWAS
- Epileptische encefalopathie met activatie van piekgolven tijdens de slaap
Bron: PubMed ID 35503717
Prevalentie: Unknown
Erfelijkheid: Autosomaal dominant, Niet toepasbaar
Leeftijd bij eerste symptomen: Kindertijd
De prevalentie is niet gekend. Continue piekgolven tijdens de slaap (CSWS) is een zeldzame aandoening die 0,5-1,5% van de kinderen met epilepsie treft (in sommige series), en een gematigde man-vrouw verhouding heeft van 3:2.
CSWS is een leeftijdsgerelateerde epileptische encefalopathie waarbij de klinische kenmerken mettertijd evolueren. Na een normale of slechts matig abnormale basisontwikkeling vertonen zich doorgaans rond de leeftijd van 2-4 jaar insulten. Deze zijn vaak unilateraal, tonisch-clonisch of clonisch, en treden meestal op tijdens de slaap. Rond de leeftijd van 5-6 jaar worden de insulten frequenter, ernstiger en resistent tegen behandeling, en is er een uitgesproken verslechtering van de aanvallen, EEG en aspecten van de ontwikkeling (i.e. taal, sociale interacties, algehele intelligentie, motorische vaardigheden en gedrag). Tijdens deze acute fase zijn de aanvallen (absence-aanvallen, clonisch, tonisch-clonisch en andere) en de EEG-afwijkingen moeilijk te controleren. Spontane verbetering van de aanvallen en EEG-kenmerken treden op voor de pubertijd, maar de meeste patiënten blijven achter met een ernstige ontwikkelingsachterstand.
Afwijkingen tijdens de vroege ontwikkeling zoals vasculaire letsels, voornamelijk die waarbij thalamus getroffen wordt, of afwijkingen bij de ontwikkeling van hersenschors werden bij ongeveer de helft van alle gevallen aangetroffen. Recent werden genetische factoren, voornamelijk mutaties in het gen GRIN2A (16p13.2), gekoppeld aan CSWS.
Diagnose is gebaseerd op de typische klinische evolutie (met insulten en neurocognitieve regressie in minstens 2 domeinen) en EEG-bevindingen. Het voornaamste EEG-kenmerk van CSWS is ESES. ESES wordt gekenmerkt door een duidelijke versterking van epileptiforme ontladingen tijdens de overgang van waken naar slapen, wat zorgt voor (bijna) continue, bilaterale of soms gelateraliseerde trage pieken en golven die voorkomen tijdens een aanzienlijk deel van de 'non-rapid eye movement' (NREM)-slaap. Beeldvorming met magnetische resonantie (MRI) wordt uitgevoerd om mogelijke hersenletsels te identificeren. Het uitvoeren van genetische testen voor GRIN2A is momenteel geen routineuze klinische praktijk, maar deze testen zijn beschikbaar in bepaalde gespecialiseerde centra.
Differentiële diagnoses zijn onder meer elk epilepsiesyndroom met versterking van epileptiforme activiteit tijdens de slaap zoals syndroom van Landau-Kleffner, Panayiotopoulos-type en Gastaut-type van goedaardige occipitale epilepsie in de kinderjaren, en goedaardige familiale epilepsie in de kinderjaren met rolandische pieken.
Er werd een autosomaal dominante overerving gesuggereerd bij families met een mutatie in GRIN2A.
Het voornaamste doel van behandeling is de aanvallen te controleren. Het is niet geweten of het verbeteren van de EEG-afwijkingen ook leidt tot een verbetering van de ontwikkeling op lange termijn. Hoge nachtelijke doses benzodiazepinen zoals diazepam of clobazam kunnen succesvol de epileptiforme activiteit acuut en subacuut verminderen. De meest gebruikte anti-epileptica zijn onder meer valproïnezuur, levetiracetam, lamotrigine, en ethosuximide. Corticosteroïden zijn nuttig maar geassocieerd met bijwerkingen op lange termijn. Chirurgische behandeling van epilepsie is in bepaalde gevallen een effectieve therapie, zelfs bij bilaterale epileptiforme ontladingen.
Hoewel de aanvallen en EEG-afwijkingen neigen te normaliseren tegen de adolescentie, is de prognose van de ontwikkeling doorgaans ongunstig aangezien de neurocognitieve regressie in de meeste gevallen permanent is.
Laatste update: april 2014
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
Neonatale screening