Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Osteogenesis imperfecta
Een zeldzame, genetische primaire botdysplasie, gekenmerkt door verhoogde botfragiliteit, lage botmassa, en susceptibiliteit voor botfracturen. De klinische ernst is heterogeen.
ORPHA:666
Classification level: Aandoening
- Brozebottenziekte
- Glazenbottenziekte
- OI
- Ziekte van Lobstein
Prevalentie: 1-5 / 10 000
Erfelijkheid: Autosomaal dominant, Autosomaal recessief, X-gebonden recessief
Leeftijd bij eerste symptomen: Elke leeftijd
De prevalentie wordt geschat tussen 1/10.000 en 1/20.000.
De leeftijd bij de diagnose hangt af van de ernst van de ziekte. Er werden vijf klinisch verschillende types van osteogenesis imperfecta (OI) geïdentificeerd. Het meest relevante klinische kenmerk van alle types van OI is botfragiliteit, die zich manifesteert als meervoudige spontane fracturen. Type I is mild en zonder deformiteit, met normale lichaamslengte of kleine gestalte, blauwe sclerae, en geen dentinogenesis imperfecta (DI). Patiënten met type II vertonen multipele fracturen van ribben en pijpbeenderen bij de geboorte, opvallende misvormingen, brede pijpbeenderen, lage densiteit bij röntgenopname van schedel, en donkere sclera. Deze patiënten sterven bij de geboorte, of kort daarna. Type III is ernstig, en de voornaamste verschijnselen zijn zeer kleine gestalte, driehoekig aangezicht, ernstige scoliose, grijsachtige sclerae, en DI. Type IV en V zijn matige of ernstige vormen. Patiënten met type IV vertonen matig kleine gestalte, scoliose met variabele gradaties van ernst, grijsachtige of witte sclerae, en sommigen lijden aan DI. Type V wordt gekenmerkt door mild tot matig kleine gestalte, metafysaire dysplasie bij de geboorte, luxatie van radiuskop, gemineraliseerde interossale membranen van onderarm en onderbeen, hyperplastische callus (vooral bij snellere groei, e.g. tijdens de zuigelingentijd of puberteit), witte sclerae, en geen DI. Ze hebben scoliose met variabele gradaties van ernst.
In ongeveer 90% van de gevallen wordt OI veroorzaakt door monoallelische varianten in de genen COL1A1 en COL1A2 (17q21.33 en 7q21.3), die respectievelijk coderen voor alfa1- en alfa2-keten van type 1 collageen. Deze varianten kunnen types I-IV van OI veroorzaken. Bij Type V is de variant gelegen in de promotor van het gen IFITM5 (11p15.5). Meer dan 15 causale genen werden reeds geïdentificeerd, en enkele relaties tussen genotype en fenotype worden gekarakteriseerd: zo wordt bij kinderen met BMP1-varianten hoge botmassa geobserveerd. Kinderen met homozygote WNT1-varianten hebben ptosis en neurologische ontwikkelingsachterstand; defecten van craniosynostose zijn geassocieerd met varianten van P4HB of SEC24D.
Diagnose is gebaseerd op skeletale en extraskeletale klinische bevindingen. Radiologische onderzoeken tonen osteoporose en aanwezigheid van Wormiaanse botstructuren. Botdensitometrie bevestigt de lage botmassa.
Differentiële diagnoses zijn onder meer in utero diagnose van chondrodysplasie, idiopathische juveniele osteoporose, osteoporose - pseudoglioom-syndroom, syndroom van Cole-Carpenter, syndroom van Bruck, hyper- of hypofosfatasie, panostotische vorm van polyostotische fibreuze dysplasie, niet-accidenteel letsel (multipele fracturen zonder osteoporose), en osteoporose door medicatie, voedingsdeficiëntie, stofwisselingsstoornis, of leukemie.
Prenatale diagnose kan vermoed worden bij echografie en/of bevestigd worden door moleculaire analyse van amniocyten of cellen van chorionvilli indien de causale mutatie in de familie werd geïdentificeerd.
Transmissie is autosomaal dominant voor zowel varianten van type I collageen als IFITM5-varianten. Autosomaal recessieve vormen worden ook waargenomen, en worden veroorzaakt door varianten in minstens 15 andere genen; deze zijn doorgaans ernstig, maar er worden variabele gradaties van ernst opgemerkt, vooral voor type VI door SERPINF1-varianten en voor OI door BMP1- of PPIB-varianten. Transmissie is X-gebonden voor MBTPS2-varianten. Erfelijkheidsadvies is aangewezen voor getroffen families.
Ziektebeheer dient multidisciplinair te zijn, met betrokkenheid van ervaren medische, orthopedische en fysiotherapeutische specialisten, alsook revalidatiespecialisten. Bisfosfonaten die fungeren als krachtige inhibitoren van botresorptie worden nu beschouwd als standaardbehandeling voor ernstige vormen, maar zijn niet curatief. Levenslange preventie van deficiëntie van vitamine D en calcium is essentieel. Chirurgische behandeling is essentieel voor correctie van misvormingen van bot en wervelkolom, en preventie van fracturen van pijpbeenderen (insertie van intramedullaire pennen in pijpbeenderen; spinale staven wanneer de groei vervolledigd is, of bijna vervolledigd is). Vroege fysiotherapie verbetert mogelijk de autonomie door evaluatie van motorische beperkingen te faciliteren, het risico op vallen te verminderen, en patiënten aan te zetten tot sportactiviteiten. Ergotherapie en aandacht voor activiteiten met fijne motoriek zijn zeer relevant voor schoolse prestaties. Vele families hebben nood aan ondersteuning met psychologische en sociale zorg.
Functionele prognose hangt af van de ernst van de ziekte en van de kwaliteit van behandeling. Vitale prognose hangt af van de ernst van respiratoire complicaties geassocieerd met misvormingen van de wervelkolom.
Laatste update: mei 2021
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Beperking
Genetische testen
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (62)
- Klinische studies (7)
- Biobanken (10)
- Registers (31)
- Netwerk van experten (6)
Neonatale screening