Startpagina > Zeldzame ziekten > Zoek

Zoek een zeldzame ziekte

*
(*) verplicht veld

Neurofibromatose type 1

Opmerking
Your message has been sent Your message has not been sent. Please contact an administrator.
Definitie ziekte

Neurofibromatose type 1 (NF1) is een klinisch heterogene, neurocutane, genetische aandoening gekenmerkt door café-au-lait-vlekken, Lisch-knobbeltjes in de iris, sproeten op oksel en lies en meervoudige neurofibromen.

ORPHA:636

Classification level: Aandoening

Synoniem(en):
  • Niet-mozaïsche NF1
  • Ziekte van von Recklinghausen
  • Niet-mozaïsche neurofibromatose type 1

Bron: PubMed ID 12403561 29083628 35713653

Prevalentie: 1-5 / 10 000

Erfelijkheid: Autosomaal dominant

Leeftijd bij eerste symptomen: Kindsheid, Neonataal

ICD-1O: Q85.0

ICD-11: LD2D.10

OMIM-nummer: 162200 162210 613675

UMLS: C0027831

MeSH: D009456

GARD: 7866

MedDRA: 10029270

Samenvatting
Epidemiologie

De prevalentie bedraagt 1/3.000 levendgeborenen. NF1 wordt in vele etnische groepen gemeld en treft mannen en vrouwen in gelijke mate.

Klinische beschrijving

De klinische kenmerken zijn zeer variabel, zelfs binnen dezelfde familie. Bij bijna alle patiënten komen meerdere café-au-lait-vlekken voor (enkele vlekken bij de geboorte en de meeste voor het eerste levensjaar). Intertrigineuze sproetvorming ontwikkelt zich vanaf de leeftijd van 5 jaar. Bij volwassenen ontwikkelen zich meerdere cutane en subcutane neurofibromen. Deze blijven toenemen, zowel in aantal als grootte, bij oudere patiënten. Cutane neurofibromen worden niet kwaadaardig. Plexiforme neurofibromen (die groeien langs de zenuw en zijn vertakkingen) kunnen misvorming, pijn en functionele problemen veroorzaken en zijn meestal bij de geboorte aanwezig en kunnen later in het leven kwaadaardig worden. Oculaire manifestaties omvatten optische gliomen en hamartomen van de iris (Lisch-knobbeltjes). Optische gliomen ontwikkelen meestal vóór de leeftijd van 6 jaar en evolueren daarna nog slechts zelden verder. Osteopenie, osteoporose, overmatige botgroei, kleine gestalte, macrocefalie, scoliose, skeletdysplasie (wiggenbeenvleugel, wervels) en pseudoartrose kunnen aanwezig zijn. Andere kenmerken zijn onder meer een hoge bloeddruk, vasculopathie, intracraniële tumoren, een kwaadaardige perifere zenuwschedetumor (MPNST; zie deze term) en af en toe insulten of waterhoofd. De intellectuele ontwikkeling is gewoonlijk niet ernstig getroffen, maar cognitieve stoornissen en leerproblemen komen vaak voor (50% -75%). Het algemene risico op kanker is hoger dan bij de totale bevolking (een levenslang risico van 10-12% voor MPSNT, meestal tussen de leeftijd van 20-40 jaar; een verhoogd risico op borstkanker vóór de leeftijd van 50 jaar). Familiale spinale en segmentale vormen van NF1 werden beschreven. Watsonsyndroom maakt deel uit van het NF1-spectrum. Neurofibromatose-Noonansyndroom is een variant van NF1 in 99% van de gevallen (zie deze termen).

Etiologie

NF1 wordt veroorzaakt door mutaties in het tumorsuppressorgen neurofibromine 1 NF1 (17q11.2) en zelden door 17q11 microdeletie (slechts 5%).

Diagnostische methodes

Er werden formele diagnostische criteria vastgesteld. Twee of meer van de volgende criteria zijn diagnostisch: meer dan 5 café-au-lait-vlekken, 2 of meer neurofibromen of één plexiform neurofibroom, optische gliomen, sproetvorming, 2 of meer Lisch-knobbeltjes, specifieke botdysplasieën, een eerstegraads familielid. MRI kan de omvang van plexiforme neurofibromen bepalen. Moleculair genetisch onderzoek kan worden aangevraagd, maar is meestal niet nodig.

Differentiële diagnose

Legiussyndroom (zie deze term) is klinisch vaak niet te onderscheiden van NF1 en komt voor bij ongeveer 2% van de mensen die voldoen aan NF1-diagnostische criteria. Er is echter een klein aantal personen met NF1 die zoals patiënten met Legiussyndroom geen niet-pigmentaire manifestaties ontwikkelen. Constitutioneel mismatch-repair-deficiëntiesyndroom moet worden overwogen. Andere differentiële diagnoses omvatten McCune-Albrightsyndroom, Noonansyndroom met lentigines en Proteussyndroom. De meeste gevallen van meervoudige niet-verbenende fibromatose zijn gevallen van NF1 (zie deze termen).

Antenatale diagnose

Prenataal en pre-implantatie genetisch onderzoek voor risicozwangerschappen is mogelijk.

Genetisch advies

De wijze van overerving is autosomaal dominant. 1 van de 2 gevallen wordt veroorzaakt door de novo NF1-mutaties. De penetrantie is 100%, maar de ziekteverschijnselen variëren sterk en bemoeilijken zo de erfelijkheidsadvisering.

Beheersing en behandeling

Specifieke cardiovasculaire, oculaire, neurologische en orthopedische manifestaties dienen te worden behandeld door overeenkomstige specialisten. Cutane of subcutane neurofibromen kunnen operatief worden verwijderd. Plexiforme neurofibromen zijn veel moeilijker te behandelen.

Prognose

De globale prognose is goed, maar er is vaak een aanzienlijke morbiditeit. MPNST heeft meestal een slechte prognose. Maligniteit en vaatziekte zijn de meest voorkomende oorzaken van vroegtijdig overlijden.

Laatste update: juli 2014 - Deskundige recensent(en): Pr. Eric LEGIUS
Er is een tekst voor deze aandoening beschikbaar in het English, Français, Español, Deutsch, Italiano, Português, Polski Suomi, Ελληνικά, Slovenčina
Gedetailleerde informatie

Logo ERN: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s) Logo FSMR: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)

Het brede publiek
Artikel voor het grote publiek
Español (2015.pdf) - Asoc Sínd Noonan Cantabria
Svenska (2022) - Socialstyrelsen
Richtlijnen
Richtlijnen klinische praktijk
English (2020) - Orphanet J Rare Dis
English (2023) - EClinicalMedicine
English (2021) - Genet Med
Richtlijnen voor spoedgevallen
Français (2019.pdf) - Orphanet Urgences
Overzichtsartikelen over ziekten
Clinical genetics review
English (2007.pdf) - Eur J Hum Genet
English (2022) - GeneReviews
Review artikel
English (2014) - Lancet Neurol
Beperking
Handicap informatiefiche
Dansk (2018) - Sjaeldne Diagnoser
De documenten op deze website zijn louter ter informatie. Het materiaal is geenszins bestemd om professionele medische zorgen door een gediplomeerde specialist te vervangen en mag niet worden gebruikt als basis voor een diagnose of behandeling.