Startpagina > Zeldzame ziekten > Zoek

Zoek een zeldzame ziekte

*
(*) verplicht veld

Lymfangioleiomyomatose

Opmerking
Your message has been sent Your message has not been sent. Please contact an administrator.
Definitie ziekte

Een zeldzame multipele cystische longziekte, gekenmerkt door progressieve cystische destructie van long en lymfatische afwijkingen, vaak geassocieerd met renale angiomyolipomen (AML's).

ORPHA:538

Classification level: Aandoening

Synoniem(en):
  • LAM

Prevalentie: 1-9 / 1 000 000

Erfelijkheid: Niet toepasbaar

Leeftijd bij eerste symptomen: Volwassenheid

ICD-1O: D48.7

ICD-11: CB07

OMIM-nummer: 606690

UMLS: C0751674

MeSH: D018192

GARD: 3319

MedDRA: 10049459

Samenvatting
Epidemiologie

Sporadische lymfangioleiomyomatose (LAM) treft ongeveer 1/129.000 - 385.000 volwassen vrouwen in Europa. LAM kan echter ook optreden als kenmerk van tubereuze sclerose complex (TSC) en is aanwezig bij tot wel 30-40% van de volwassen TSC-gevallen. Sporadische LAM treft nagenoeg enkel vrouwen.

Klinische beschrijving

Definiërende manifestaties van de ziekte zijn respiratoir, waaronder progressieve dyspneu, klaplong en chylothorax. LAM kan leiden tot chronisch respiratoir falen. Een gangbare extrapulmonale manifestatie is een hoge incidentie van AML, meestal gesitueerd in nier en meestal asymptomatisch (hemorragie is zeldzaam). Chyleuze ascites, abdominale en thoracale lymfadenopathie en lymfangioleiomyoom (vooral retroperitoneaal) kunnen waargenomen worden. Symptomen kunnen verergeren tijdens zwangerschap.

Etiologie

Sporadische LAM is het gevolg van somatische mutaties in genen van tubereuze sclerose, TSC2 en/of TSC1, die coderen voor de belangrijke signaaleiwitten tuberine en hamartine. Mutaties resulteren in excessieve proliferatie van LAM-cellen. TSC daarentegen is te wijten aan kiembaanmutaties.

Diagnostische methodes

Definitieve diagnose van LAM is gebaseerd op computertomografie met hoge resolutie (HRCT) die typische longcysten met diffuse distributie toont, mogelijk geassocieerd met een van de volgende: TSC; longbiopsie die cysten en abnormale onrijpe cellen gelijkend op gladde spiercellen (LAM-cellen) toont; AML's in nier; thoracale of abdominale chyleuze effusie; lymfangioleiomyoom; verhoogd gehalte van vasculaire endotheliale groeifactor D (VEGF-D) in serum boven 800 mg/L. Diagnose van LAM is mogelijk wanneer enkel kenmerkende longcysten aanwezig zijn.

Differentiële diagnose

De twee voornaamste differentiële diagnoses zijn adulte pulmonale Langerhanscelhistiocytose en emfyseem. Minder frequente differentiële diagnoses zijn onder meer hypersensitiviteitspneumonitis, lichteketendepositieziekte, syndroom van Birt-Hogg-Dubé en syndroom van Sjögren.

Genetisch advies

Sporadische LAM wordt niet overgeërfd. TSC daarentegen kan overgeërfd worden, of het gevolg zijn van de novo kiembaanmutaties in TSC1 of TSC2.

Beheersing en behandeling

Bij LAM-patiënten die respiratoire symptomen ontwikkelen, dient de longfunctie periodiek getest te worden. Behandeling van obstructie van de luchtstroom is essentieel, en een kwart van de patiënten reageert op geïnhaleerde bronchodilatatoren. Patiënten dienen geïnformeerd te worden over het risico op klaplong. Pleurodese kan uitgevoerd worden bij de eerste klaplong om verhoogd risico op recidiverende pneumothorax te voorkomen. Chirurgische pleurodese is vaak noodzakelijk voor recidiverende klaplong of chylothorax. Enkelvoudige/bilaterale longtransplantatie wordt uitgevoerd wanneer andere opties niet succesvol bleken. De mTOR-remmer sirolimus kan gebruikt worden in expertisecentra om longfunctie te stabiliseren of verbeteren in gevallen met gewijzigde longfunctie (geforceerd expiratoir volume in één seconde [FEV1] kleiner dan 70% van de voorspelde waarde) of afnemende longfunctie (afname van FEV1 groter dan 90 mL/jaar). Asymptomatisch AML's met een diameter kleiner dan 4 cm moeten meestal niet behandeld te worden, maar dienen gemonitord te worden. AML's met een diameter groter dan 4 cm of met microaneurysmata groter dan 0,5 cm of risico op bloeding dienen behandeld te worden met selectieve arteriële embolisatie, therapie met sirolimus of everolimus, of nefronsparende chirurgie. Therapie met oestrogeen dient vermeden te worden.

Prognose

De mate van progressie en ernst van de ziekte zijn zeer variabel. De voornaamste voorspellende factor voor de prognose is het tempo waaraan de longfunctie achteruitgaat.

Laatste update: mei 2022 - Deskundige recensent(en): Pr. Vincent COTTIN | ERN-LUNG*

* Europese referentienetwerken

Er is een tekst voor deze aandoening beschikbaar in het English, Logo ERN Français, Logo ERN Español, Logo ERN Deutsch, Italiano, Português Logo ERN Polski
Gedetailleerde informatie

Logo ERN: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s) Logo FSMR: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)

Het brede publiek
Artikel voor het grote publiek
Svenska (2016) - Socialstyrelsen
Richtlijnen
Richtlijnen voor spoedgevallen
Français (2022.pdf) - Orphanet Urgences
Español (2024.pdf) - Orphanet Urgences
Richtlijnen klinische praktijk
English (2022) - Eur Respir J Logo ERN
English (2016) - Am J Respir Crit Care Med Logo ERN
English (2010) - Eur Respir J
Overzichtsartikelen over ziekten
Review artikel
English (2015) - Clin Epidemiol
Beperking
Handicap informatiefiche
Español (2019.pdf) - Orphanet
De documenten op deze website zijn louter ter informatie. Het materiaal is geenszins bestemd om professionele medische zorgen door een gediplomeerde specialist te vervangen en mag niet worden gebruikt als basis voor een diagnose of behandeling.