Startpagina > Zeldzame ziekten > Zoek

Zoek een zeldzame ziekte

*
(*) verplicht veld

Ziekte van Lafora

Opmerking
Your message has been sent Your message has not been sent. Please contact an administrator.
Definitie ziekte

Een zeldzame, erfelijke, ernstige vorm van progressieve myoclonusepilepsie, gekenmerkt door medicatieresistente epilepsie, myoclonus, en psychomotorische achteruitgang die voorheen gezonde kinderen of adolescenten treft.

ORPHA:501

Classification level: Aandoening

Synoniem(en):
  • EPM2
  • PME type 2
  • Progressieve myoclonische epilepsie type 2
  • Progressieve myoclonusepilepsie type 2

Prevalentie: 1-9 / 1 000 000

Erfelijkheid: Autosomaal recessief

Leeftijd bij eerste symptomen: Puber, Kindertijd

ICD-1O: G40.3

ICD-11: 8A61.41

OMIM-nummer: 254780 620681

UMLS: C0751783

MeSH: D020192

GARD: 8214

MedDRA: 10054030

Samenvatting
Epidemiologie

Ziekte van Lafora is uiterst zeldzaam, met wereldwijd een geschatte frequentie van minder dan één geval per miljoen individuen. De prevalentie is het hoogst in Mediterrane landen, alsook in Noord-Afrika, het Midden-Oosten, en enkele regio's van Zuid-India.

Klinische beschrijving

De ziekte vangt doorgaans aan tijdens de late kindertijd of adolescentie, met gegeneraliseerde tonisch-clonische insulten, myoclonus, en vaak focale occipitale insulten met visuele symptomen. De aanvallen worden geleidelijk aan moeilijker om te behandelen en verergeren, wat leidt tot episodes van status epilepticus. Myoclonus is een belangrijk kenmerk en kan zich presenteren als myoclonische insulten, maar ook als myoclonus geïnduceerd door rust, actie of stimulus, die nagenoeg continu wordt in de gevorderde stadia van de ziekte. Ataxie draagt bij aan motorische invaliditeit. Cognitieve achteruitgang is altijd aanwezig, en manifesteert zich aanvankelijk met moeilijkheden op school gevolgd door progressie naar dementie.

Etiologie

Ziekte van Lafora wordt veroorzaakt door biallelische mutaties in het gen EPM2A of het gen NHLRC1 (ook gekend als EPM2B), die respectievelijk coderen voor de proteïnen laforine en maline, die een rol spelen in het glycogeenmetabolisme. Functieverlies van een van beide proteïnen resulteert in accumulatie van onoplosbare polyglucosanaggregaten gekend als Laforalichaampjes in verschillende organen. Neurodegeneratie en klinische manifestaties zijn hoofdzakelijk te wijten aan accumulatie van Laforalichaampjes in de hersenen.

Diagnostische methodes

Bij aanvang heeft het elektro-encefalogram (EEG) een normale achtergrond, met gegeneraliseerde en, vaak, focale occipitale epileptiforme ontladingen die kunnen geactiveerd worden door stimulatie met licht. Mettertijd vertraagt de EEG-achtergrond, en stijgt de prevalentie van epileptiforme afwijkingen, die overvloedig of subcontinu worden. MRI van hersenen is vaak onopvallend of toont variabele gradaties van cerebrale en cerebellaire atrofie. FDG-PET van hersenen kan grote gebieden met verlaagd glucosemetabolisme aantonen, die mogelijk correleren met progressie van de ziekte. Gericht genetisch testen van EPM2A en NHLRC1 is momenteel de referentiestandaard om de diagnose bij vermoedelijke gevallen te bevestigen. Biopsie van huid of andere weefsels toont mogelijk Laforalichaampjes, maar levert veel vals positieve en vals negatieve resultaten.

Differentiële diagnose

Bij aanvang kan ziekte van Lafora lijken op juveniele myoclonusepilepsie, dat geen progressief verloop heeft. In later stadia van de ziekte wordt het klinische beeld vrij typerend, wat de diagnose vereenvoudigt. Atypische gevallen met trage progressie kunnen verward worden met ziekte van Unverricht-Lundborg.

Antenatale diagnose

Prenataal testen is mogelijk voor families waarbij de diagnose werd bevestigd door moleculair testen.

Genetisch advies

Erfelijkheidsadvies is aanbevolen om ouders te informeren over het autosomaal recessieve overervingspatroon; indien beide ouders drager zijn, is er een kans van 25% bij elke zwangerschap dat hun kind de aandoening zal ontwikkelen, een kans van 50% dat hun kind een drager zal zijn, en een kans van 25% dat hun kind geen drager zal zijn of de aandoening zal hebben.

Beheersing en behandeling

Momenteel bestaat er geen remedie voor ziekte van Lafora; anti-epileptica worden gebruikt om zowel de insulten als de myoclonus te behandelen. Psychologische en sociale ondersteuning zijn ook essentieel voor patiënten en hun families. Metformine lijkt de progressie van de ziekte af te remmen. Er worden verschillende etiologische therapieën ontwikkeld die mogelijk het verloop van ziekte van Lafora kunnen wijzigen, waaronder gentherapie of therapie met antisense oligonucleotiden, en antilichaam-enzym verbindingen die Laforalichaampjes kunnen afbreken.

Prognose

Verlies van autonomie treedt meestal op in de late adolescentie en overlijden tijdens de jonge volwassenheid; de helft van de patiënten verliest autonomie binnen 6 jaar en sterft binnen 11 jaar na aanvang van de ziekte. Overlijden is doorgaans het gevolg van status epilepticus of aspiratiepneumonie en andere complicaties van chronische neurodegeneratie. Bepaalde genetische varianten kunnen de prognose beïnvloeden en leiden tot een vorm van de ziekte met snellere of tragere progressie.

Laatste update: oktober 2024 - Deskundige recensent(en): Pr. Francesca BISULLI | EpiCARE* - Dr. Ieva MICULE | EpiCARE* - Dr. Lorenzo MUCCIOLI | EpiCARE* - Dr. José SERRATOSA FERNÁNDEZ | EpiCARE*

* Europese referentienetwerken

Er is een tekst voor deze aandoening beschikbaar in het English, Logo ERN Français, Logo ERN Español, Logo ERN Deutsch, Logo ERN Italiano
Gedetailleerde informatie

Logo ERN: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s) Logo FSMR: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)

Het brede publiek
Artikel voor het grote publiek
Español (2023) - Asociación Nacional de Personas con Epilepsia-ANPE
Richtlijnen
Richtlijnen voor spoedgevallen
Français (2013.pdf) - Orphanet Urgences
Overzichtsartikelen over ziekten
Clinical genetics review
English (2025) - GeneReviews
De documenten op deze website zijn louter ter informatie. Het materiaal is geenszins bestemd om professionele medische zorgen door een gediplomeerde specialist te vervangen en mag niet worden gebruikt als basis voor een diagnose of behandeling.