Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Lysinurische proteïne-intolerantie
Een zeldzame aandoening van absorptie en transport van aminozuren, gekenmerkt door een secundaire stoornis van de ureumcyclus met niet-gedijen, hepatosplenomegalie, en een brede waaier van klinische manifestaties waaronder betrokkenheid van hematologisch systeem (macrofaagactivatiesyndroom of hemofagocytaire lymfohistiocytose, HLH), immuunsysteem, spijsverteringsstelsel, nieren, longen en/of botten.
ORPHA:470
Classification level: Aandoening
- Lysinurische eiwitintolerantie
- LPI
- Hyperdibasische aminoacidurie
- Lysine-eiwitintolerantie
Prevalentie: Unknown
Erfelijkheid: Autosomaal recessief
Leeftijd bij eerste symptomen: Kindsheid, Neonataal
Lysinurische proteïne-intolerantie (LPI) wordt vooral aangetroffen in Japan en Finland, waar de prevalentie ongeveer 1/60.000 bedraagt. Er werden meer dan 200 gevallen gerapporteerd in de literatuur.
De metabole stoornis bij LPI veroorzaakt verhoogde excretie via nier en verminderde absorptie door darm van dibasische aminozuren, en orootacidurie. Patiënten die getroffen zijn door LPI kunnen zich presenteren met misselijkheid en braken na inname van eiwit, diarree, niet-gedijen, hepatosplenomegalie, afwijkingen van beenmerg, osteopenie, episodes van hyperammoniëmische coma, gewijzigde immuunrespons, auto-immune manifestaties, cytopenieën geassocieerd met macrofaagactivatiesyndroom, chronische nierziekte, en betrokkenheid van long (interstitiële longziekte door alveolaire proteïnose).
Het wordt veroorzaakt door verstoord transport van dibasische aminozuren aan de basolaterale membraan van epitheelcellen in nier en darm. LPI wordt veroorzaakt door minstens 69 varianten die de functie beïnvloeden in het gen dat codeert voor 'solute carrier family 7A member 7' (SLC7A7), gesitueerd op chromosoom 14q11.2; tot op heden werd geen duidelijke correlatie tussen genotype en fenotype gevonden.
Diagnose vereist analyse van aminozuren in plasma en urine. Verhoogde excretie in urine en lage concentratie in plasma van lysine, arginine en ornithine wijzen op een positieve diagnose, maar deze verschijnselen kunnen mettertijd variëren. Macrofaagactivatiesyndroom is een constante bevinding, met hepatosplenomegalie, hyperferritinemie en verhoogd LDH-gehalte. Identificatie van biallelische pathogene varianten (door testen van een enkel gen of een panel van meerdere genen, afhankelijk van de klinische bevindingen) kan helpen om de diagnose te bevestigen.
Differentiële diagnoses zijn onder meer andere oorzaken van hyperammoniëmie, lysosomale stapelingsziekten, andere oorzaken van macrofaagactivatiesyndroom, en enkele auto-immuunziekten zoals systemische lupus erythematosus.
Prenatale diagnose is mogelijk indien de pathogene variant reeds eerder werd geïdentificeerd bij een familielid.
Transmissie gebeurt autosomaal recessief. Erfelijkheidsadvies dient aangeboden te worden aan koppels die risico lopen (beide individuen zijn drager van een causale mutatie van de ziekte) om hen te informeren over het risico van 25% op het krijgen van een getroffen kind bij elke zwangerschap.
Acute hyperammoniëmische manifestaties worden behandeld door intraveneuze toediening van geneesmiddelen ter eliminatie van stikstofverbindingen, infusie van dextrose en/of extrarenale zuivering volgens d gebruikelijke richtlijnen voor behandeling van hyperammoniëmie. Vanwege HLH dienen intraveneuze lipiden vermeden te worden. Langdurige behandeling is gebaseerd op een eiwitarm dieet (1-1,5 g/kg/dag bij kinderen en 0,5-0,8 g/kg/dag bij volwassenen) en suppletie van citrulline (minder dan 100 mg/kg/dag), alsook monitoring van biochemische merkers. Er werd gemeld dat de complicatie pulmonale alveolaire proteïnose succesvol werd behandeld door spoeling van gehele long.
De prognose varieert afhankelijk van vroege identificatie van de ziekte, hyperammoniëmie en pulmonale complicaties. Betrokkenheid van long is een belangrijke oorzaak van een problematisch klinisch verloop en fatale uitkomst. In de volwassenheid treedt vaak chronisch nierfalen op, waarvoor mogelijk dialyse vereist is, gevolg door niertransplantatie. Uitkomsten op lange termijn zijn ook gerelateerd aan de onvoorspelbare risico's op optreden van auto-immune en/of dysimmune manifestaties, onafhankelijk van de metabole behandeling.
Laatste update: januari 2024 - Deskundige recensent(en): Dr. Juliette BOUCHEREAU | MetabERN* - Pr. Manuel SCHIFF
Français,
Español,
Deutsch,
Italiano,
Português
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Genetische testen
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (59)
- Klinische studies (2)
- Biobanken (10)
- Registers (38)
- Netwerk van experten (11)
Neonatale screening