Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Ernstige congenitale neutropenie
Ernstige congenitale neutropenie is een immuundeficiëntie, gekenmerkt door lage gehaltes van granulocyten (minder dan 200/mm3) zonder een geassocieerde deficiëntie van lymfocyten.
ORPHA:42738
De prevalentie in de algemene populatie wordt geschat op 1-1,7/333.300. De jaarlijkse incidentie ligt rond 1/250.000 geboortes.
Deze neutropenie leidt tot herhaaldelijke bacteriële of mycotische infecties op verschillende plaatsen, meestal huid/slijmvlies, oor, neus, keel, en long. Stomatologische verschijnselen zijn nagenoeg altijd aanwezig na de leeftijd van twee jaar, en worden gekenmerkt door erosieve gingivitis, hemorragie en pijn, geassocieerd met papillen van tong en slijmvlies. Infecties kunnen ernstig of zelfs letaal zijn. Ongeveer 15% van de patiënten evolueert naar acute leukemie of een myelodysplastisch syndroom.
Tot op heden werden mutaties in vier genen geïmpliceerd in ernstige congenitale neutropenie. Deze zijn het gen voor neutrofiel elastase (ELA2), het gen GFI1, het gen HAX1 en activerend gen van ziekte van Wiskott-Aldrich (WASP). De combinatie van deze mutaties leidt tot deficiënte productie van neutrofielen.
Het definiërende cytologische kenmerk is zeer ernstige neutropenie geassocieerd met monocytose. Blokkade van de myeloïde reeks in het promyelocyt-stadium geassocieerd met eosinofilie en monocytose wordt waargenomen op myelogram.
Bij ontdekking van deze kenmerken dient een volledige biologische analyse uitgevoerd te worden, zodoende verschillende differentiële diagnoses uit te sluiten, in het bijzonder lymfocytaire immuundeficiënties en auto-immune neutropenie.
Prenatale diagnose kan aangeboden worden indien het genotype gekend is.
De vier mutaties worden op een verschillende manier overgedragen: ELA2 en GFI1 zijn autosomaal dominant, HAX1 is autosomaal recessief, en WASP is X-gebonden recessief. Erfelijkheidsadvies is essentieel en dient rekening te houden met familiegeschiedenis en de causale mutatie.
Alle febriele episodes of infecties dienen onderzocht te worden in een ziekenhuis en actief behandeld te worden. Profylactische antibiotica worden gebruikt ter preventie van infecties. Indien dit niet doeltreffend is, kunnen hematopoëtische groeifactoren (vooral G-CSF) zowel neutropenie als vatbaarheid voor infecties corrigeren, en deze kunnen continu of naar aanleiding van infectie toegediend worden. De vereiste dosis G-CSF varieert sterk. Onafgebroken toediening van G-CSF in hoge doses (meer dan 20microg/kg/dag) bevordert op lange termijn aanvang van leukemie, en dus dient beenmergtransplantatie te worden overwogen in geval behandeling met hoge doses vereist is.
De prognose hangt in grote mate af van de kwaliteit van zorg en van de tijdigheid van behandeling van ernstige infecties, maar ook van de mogelijkheid voor beenmergtransplantatie, vooral in gevallen met maligne transformatie.
Laatste update: juli 2007 - Deskundige recensent(en): Dr. Jean DONADIEU
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (52)
- Klinische studies (2)
- Biobanken (10)
- Registers (50)
- Netwerk van experten (8)
Neonatale screening