Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Glycogeenstapelingsziekte door deficiëntie van glucose-6-fosfatase
Een zeldzame, erfelijke metabole aandoening (bestaande uit twee voorname subtypes: type Ia en Ib), gekenmerkt door lage tolerantie voor vasten, groeiachterstand en hepatomegalie als gevolg van accumulatie van glycogeen en vet in de lever.
ORPHA:364
Classification level: Aandoening
- GSD type I
- G6P-deficiëntie
- GSD type 1
- Glycogeenstapelingsziekte type 1
- Glycogeenstapelingsziekte door G6P-deficiëntie
- GSD door G6P-deficiëntie
- Glycogenose type 1
- Hepatorenale glycogenose
- Ziekte van von Gierke
- GSD door deficiëntie van glucose-6-fosfatase
- Glycogeenstapelingsziekte type I
- Glycogenose type I
- Glycogenose door deficiëntie van glucose-6-fosfatase
Prevalentie: Unknown
Erfelijkheid: Autosomaal recessief
Leeftijd bij eerste symptomen: Kindsheid, Neonataal
De prevalentie is niet gekend. De jaarlijkse incidentie bij de geboorte ligt rond 1/100.000. Type Ia treft 80% van de patiënten, en type Ib 20%.
De ziekte kan zich manifesteren bij de geboorte met hepatomegalie of, gangbaarder, op de leeftijd van drie tot vier maanden met symptomen van door vasten geïnduceerde hypoglycemie. Patiënten hebben een vergrote lever, groeiachterstand, osteopenie, soms osteoporose, rond aangezicht met volle wangen, nefromegalie, en vaak epistaxis (neusbloeding) door disfunctie van bloedplaatjes. Bij type b zijn daarenboven infecties en inflammatoire darmziekte het gevolg van neutropenie en disfunctie van neutrofielen. Late complicaties zijn hepatisch (hepatocellulair adenoom en in zeldzamere gevallen hepatocellulair carcinoom) en renaal (proteïnurie en soms nierinsufficiëntie).
De ziekte is te wijten aan disfunctie van het G6P-systeem, een belangrijke stap in de regulatie van glycemie. Mutaties in het gen G6PC (17q21) veroorzaken een defect van de katalytische subeenheid G6P-alfa met expressie beperkt tot lever, nier en darm (type a), en mutaties in het gen SLC37A4 (11q23) veroorzaken een defect van de alomtegenwoordig tot expressie gebrachte G6P-transporter (G6PT) of G6P-translocase (type b).
Diagnose is gebaseerd op klinische presentatie, en gehaltes van glycemie en lactacidemie na een maaltijd (hyperglycemie en hypolactacidemie) en na drie tot vier uur van vasten (hypoglycemie en hyperlactacidemie). Gehaltes van urinezuur, triglyceriden, en cholesterol in serum zijn verhoogd. Er is geen glycemische respons op glucagon. Moleculair genetisch testen laat toe de diagnose te bevestigen. Leverbiopsie om de G6P-activiteit te meten wordt niet langer uitgevoerd.
Differentiële diagnoses zijn onder meer de andere vormen van glycogenose, in het bijzonder glycogeenstapelingsziekte door deficiëntie van glycogeen debranching-enzym (GDE-deficiëntie) of GSD type III, maar in dit geval zijn glycemie en lactacidemie hoog na een maaltijd en laag in een periode van vasten. Er kan ook gedacht worden aan primaire levertumoren en syndroom van Pepper (uitzaaiingen naar lever van neuroblastoom) maar deze kunnen makkelijk uitgesloten worden op basis van klinische en echografische gegevens.
Prenatale diagnose is mogelijk indien de pathogene variant reeds eerder werd geïdentificeerd bij een familielid.
Transmissie gebeurt autosomaal recessief. Erfelijkheidsadvies dient aangeboden te worden aan koppels die risico lopen (beide individuen zijn drager van een causale mutatie van de ziekte) om hen te informeren over het risico van 25% op het krijgen van een getroffen kind bij elke zwangerschap.
Behandeling is gericht op het vermijden van hypoglycemie (frequente maaltijden, nachtelijke enterale voeding door een nasogastrische sonde of gastrostomie (enkel bij type Ia patiënten), en later orale toediening van ongekookt zetmeel), acidose (beperkte inname van fructose en galactose, orale suppletie van bicarbonaat), hypertriglyceridemie (dieet, colestyramine, statines), hyperurikemie (allopurinol) en complicaties van lever. Bescherming van de nieren door gebruik van remmers van converterend enzym dient opgestart te worden indien microalbuminurie gedetecteerd wordt. Levertransplantatie, die wordt uitgevoerd op basis van slechte metabole controle of levercarcinoom, corrigeert hypoglycemie, maar betrokkenheid van nier kan verder evolueren en neutropenie wordt niet altijd gecorrigeerd bij type b. Niertransplantatie kan uitgevoerd worden in geval van ernstig nierfalen. Gecombineerde transplantatie van lever en nier werd in enkele gevallen uitgevoerd.
Mits aangepast ziektebeheer is de prognose beter, en hebben patiënten een nagenoeg normale levensverwachting.
Laatste update: oktober 2023 - Deskundige recensent(en): Pr. Philippe LABRUNE | MetabERN*
Français,
Español,
Deutsch,
Italiano,
Português
Ελληνικά
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (45)
- Klinische studies (1)
- Biobanken (9)
- Registers (27)
- Netwerk van experten (7)
Neonatale screening