Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Auto-immune polyendocrinopathie type 1
Een zeldzame, genetische ziekte die zich manifesteert in de kindertijd of vroege adolescentie met een combinatie van chronische mucocutane candidiasis, hypoparathyreoïdie en auto-immune bijnierschorsinsufficiëntie.
ORPHA:3453
Classification level: Aandoening
- APECED-syndroom
- APS type 1
- APS1
- Auto-immune hypoparathyreoïdie - chronische candidiasis - ziekte van Addison-syndroom
- Auto-immuun polyendocrien syndroom type 1
- Auto-immuun polyglandulair syndroom type 1
- HAM-syndroom
- Auto-immune polyendocrinopathie - candidiasis - ectodermale dystrofie-syndroom
- MEDAC-syndroom
- Hypoparathyreoïdie - ziekte van Addison - mucocutane candidiasis-syndroom
- Meervoudige endocriene deficiëntie - ziekte van Addison - candidiasis-syndroom
Prevalentie: 1-9 / 1 000 000
Erfelijkheid: Autosomaal recessief
Leeftijd bij eerste symptomen: Puber, Kindertijd
Het is een zeldzame ziekte die vaker voorkomt in populaties met hogere percentages van bloedverwante huwelijken, en in Finland, als gevolg van een stichtereffect, waar de prevalentie wordt geschat op 1/25.000. In het noordwesten van Frankrijk wordt de prevalentie geschat op 1/500.000.
De eerste manifestatie van de ziekte (meestal candidiasis) treedt op in de in kindertijd, en andere manifestaties verschijnen progressief. Candidiasis treft vooral mucosa van mond, nagels, en in zeldzamere gevallen geslachtsorganen, en veroorzaakt zelden cutane effecten. Het meest voorkomende auto-immune endocriene manifestatie is hypoparathyreoïdie (79-96% van de gevallen). Bijnierschorsinsufficiëntie manifesteert zich het vaakst met gelijktijdige deficiëntie van mineralocorticoïd en glucocorticoïd (78% van de gevallen). Ovariumfalen is mogelijk. Diabetes type 1, auto-immune thyreoïditis, en lymfocytaire hypofysitis zijn zeldzamer. Overige auto-immune manifestaties komen vaak voor, zoals intestinale malabsorptie, atrofische gastritis, auto-immune hepatitis, alopecie, vitiligo, hypoplasie van tandglazuur, unguale dystrofie, keratoconjunctivitis, en reumatologische en hematologische stoornissen alsook stoornissen van bot, spier, nier, en bronchioli. Atrofie van milt verhoogt het risico op ernstige infecties. Er is een hoge mate van fenotypische variabiliteit, soms ook binnen eenzelfde familie, en het aantal manifestaties varieert sterk, gaande van 1 tot 10.
De ziekte wordt veroorzaakt door mutaties in het gen AIRE (21q22.3), dat codeert voor de transcriptiefactor AIRE, die een rol speelt in mechanismen voor immuuntolerantie en bijdraagt aan de negatieve selectie van autoreactieve T-lymfocyten in thymus, lymfeklieren en milt.
Diagnose is gebaseerd op de aanwezigheid van minstens twee van de drie volgende pathologieën: mucocutane candidiasis, hypoparathyreoïdie, en bijnierschorsinsufficiëntie. Indien één van de nakomelingen van de patiënt getroffen is, volstaat één van de drie criteria voor initiële diagnose, die dan kan bevestigd worden door moleculaire analyse. De aanwezigheid van tal van antilichamen, vooral tegen organen gerichte antilichamen (soms voorbode van een viscerale aanval) of meer algemene antilichamen (anti-interferon) kan de diagnose ondersteunen.
Differentiële diagnoses zijn onder meer IPEX-syndroom en, voornamelijk, auto-immune polyendocrinopathie type 2.
Transmissie gebeurt autosomaal recessief. Hoewel prenatale diagnose niet aangeraden wordt, dient erfelijkheidsadvies aangeboden te worden.
Behandeling is in wezen symptomatisch. Hormoonvervanging wordt gebruikt om endocriene aandoeningen te behandelen. Langdurige systemische behandeling met orale antimycotica is doeltreffend voor behandeling van candidiasis, hoewel sommige patiënten resistent blijven. Immuunsuppressieve behandeling is aanbevolen voor gevallen met auto-immune hepatitis of met ernstige malabsorptie.
De prognose is variabel. Hoe vroeger de manifestaties verschijnen, hoe talrijker de betrokken organen zijn. De prognose kan negatief beïnvloed worden door oraal of oesofageaal plaveiselcelcarcinoom, sepsis, fulminante hepatitis, nierfalen als gevolg van interstitiële nefritis, of betrokkenheid van bronchiën. Gemiddeld leven patiënten tot in hun veertiger jaren, maar dit varieert aanzienlijk tussen patiënten, afhankelijk van de ernst van aandoeningen.
Laatste update: februari 2009 - Deskundige recensent(en): Dr. Emmanuelle PROUST-LEMOINE
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Genetische testen
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (57)
- Klinische studies (5)
- Biobanken (10)
- Registers (36)
- Netwerk van experten (9)
Neonatale screening