Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Familiale Middellandse Zeekoorts
Familiale mediterrane koorts (FMF) is een autoinflammatoire aandoening die wordt gekenmerkt door terugkerende korte episodes van koorts en serositis, die resulteren in pijn in de buik, borst, gewrichten en spieren. FMF wordt vooral aangetroffen in het zuidoostelijke Middellandse Zeegebied.
ORPHA:342
Classification level: Aandoening
- FMF
- Familiale mediterrane koorts
- Familiale paroxysmale polyserositis
- Goedaardige paroxysmale peritonitis
- Goedaardige terugkerende polyserositis
- Periodieke ziekte
Prevalentie: 1-5 / 10 000
Erfelijkheid: Autosomaal dominant, Autosomaal recessief
Leeftijd bij eerste symptomen: Puber, Volwassenheid, Kindertijd, Kindsheid
Populaties met een hoge prevalentie (1/200-1/1000) van de ziekte zijn niet-Asjkenazische Joden, Turken, Armeniërs en Arabieren. In Italië, Griekenland of Spanje wordt de ziekte niet als zeldzaam beschouwd.
De ziekte ontstaat meestal vóór de leeftijd van 30, waarbij een vroeger begin overeenkomt met een ernstiger fenotype. FMF kan worden ingedeeld in 2 types: FMF type 1 en 2. Type 1 wordt gekenmerkt door aanvallen (eenmaal per week of om de paar jaren) van koorts en serositis die 1-4 dagen duren en vanzelf verdwijnen. Stress, blootstelling aan koude, vetrijke maaltijden, infecties, bepaalde geneesmiddelen en menstruele cycli zijn mogelijke triggers van aanvallen. Milde symptomen (myalgie, hoofdpijn, nausea, dyspneu, artralgie, lage rugpijn, asthenie en angst) gaan de aanvallen vooraf en duren ongeveer 17 uur. Aanvallen manifesteren zich als koorts (38-40 °C die 12 tot 72 uur duurt en niet reageert op antibiotica), diffuse of gelokaliseerde abdominale pijn (vaak gelijkend op acuut abdomen), obstipatie (diarree bij kinderen), artralgieën (in grote gewrichten), artritis (in de bovenste/onderste ledematen/kniegewrichten) en pijn op de borst veroorzaakt door pleuritis en/of pericarditis. Bij 7-40% van de patiënten bestaat er ook cutane betrokkenheid. Amyloïdose type AA kan een ernstige complicatie vormen op lange termijn. FMF type 2 beschrijft een fenotype waarbij amyloïdose optreedt als de eerste en enige manifestatie van de ziekte.
Tot op heden zijn 218 mutaties in het MEFV-gen op chromosoom 16, dat codeert voor het pyrine-/marenostrine-eiwit, verantwoordelijk voor de fenotypische variatie (M694V homozygote mutaties zijn geassocieerd met een verhoogde ernst) die van de ziekte wordt gezien. Aangezien niet alle patiënten een mutatie in het MEFV-gen hebben, kunnen andere factoren een rol spelen.
De Tel-Hashomer-criteria bepalen dat 2 belangrijke criteria (koorts en serositis, amyloïdose AA, werkzaamheid van colchicine) of 1 belangrijk criterium en 2 minder belangrijke criteria (terugkerende koortsaanvallen, erysipelasachtig erytheem, familieleden getroffen door FMF) aanwezig moeten zijn voor de diagnose. Genetische testen hebben een positief voorspellende waarde van maar 70-80%.
Differentiële diagnoses zijn hyperimmunoglobulinemie D en periodiek koortssyndroom (HIDS), TNF-receptorgeassocieerd periodiek syndroom en periodieke koorts (TRAPS), stomatitis aphthosa, faryngitis en adenopathiesyndroom (PFAPA), transthyretineamyloïdose en ziekte van Behçet (zie deze termen).
FMF volgt een autosomaal recessief overervingspatroon. Prenatale tests voor zwangerschappen met verhoogd risico zijn mogelijk.
Erfelijkheidsadvies voor ouders met een MEFV-mutatie kan informatie geven over het risico op het overdragen van de aandoening aan hun kinderen.
Colchicine (oraal of intraveneus) is het geneesmiddel dat wordt gebruikt om FMF te behandelen. Het vermindert of stopt FMF-aanvallen en voorkomt het optreden van amyloïdose type AA. De dosering bedraagt tot 0,03 mg/kg lichaamsgewicht/dag of tot maximaal 3 mg/dag, en het geneesmiddel moet levenslang regelmatig worden genomen. Tijdens een aanval kan een niet-steroïdaal anti-inflammatoir geneesmiddel worden toegediend. Voor patiënten die colchicine niet verdragen is er geen alternatief dat even werkzaam is, maar Anakinra, interferon-alfa en selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's) hebben bemoedigende resultaten getoond bij sommige patiënten. Een jaarlijks lichamelijk onderzoek, samen met een regelmatige controle van het serum-amyloïd-eiwit A (SAA), is aanbevolen om amyloïdose te voorkomen; colchicine kan de B12-malabsorptie versterken, maar kan in zeldzame gevallen alopecia en beenmergsuppressie veroorzaken. Macroliden, diltiazem, grapefruit en cyclosporine mogen niet samen worden ingenomen met colchicine omdat fatale toxiciteit kan optreden. Dialyse en orgaantransplantatie kunnen nodig zijn voor mensen met renale amyloïdose.
Er is geen remedie voor FMF, maar de colchicinebehandeling verbetert de levenskwaliteit van de patiënten. Onbehandelde FMF-patiënten of mensen met renale amyloïdose hebben een minder gunstige prognose.
Laatste update: januari 2012 - Deskundige recensent(en): Pr. Raffaele MANNA
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Genetische testen
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (63)
- Klinische studies (4)
- Biobanken (11)
- Registers (40)
- Netwerk van experten (9)
Neonatale screening