Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Trombocytopenie - afwezige radius-syndroom
Een zeldzaam congenitaal malformatiesyndroom, gekenmerkt door bilaterale afwezigheid/hypoplasie van de radii met aanwezigheid van beide duimen, en trombocytopenie. Mogelijke bijkomende manifestaties zijn onder meer allergie voor koemelk, en anomalieën van onderste ledematen, hart en urogenitaal stelsel.
ORPHA:3320
Classification level: Aandoening
- TAR-syndroom
- Trombocytopenie - aplasie van radius-syndroom
- Trombocytopenie - afwezige radius-syndroom
Prevalentie: Unknown
Erfelijkheid: Autosomaal recessief
Leeftijd bij eerste symptomen: Antenataal, Neonataal
De prevalentie van trombocytopenie - afwezige radius (TAR)-syndroom wordt geschat rond 1/100.000-200.000 mensen.
Individuen met TAR-syndroom hebben nagenoeg altijd bilaterale afwezigheid of hypoplasie van radius. De duimen zijn altijd aanwezig, wat zeer specifiek is voor TAR-syndroom. De bovenste ledematen kunnen ernstiger aangetast zijn (hypoplasie of afwezigheid van ulnae en/of humeri, syndactylie van vingers, clinodactylie van vijfde vinger). Onderste ledematen zijn aangetast in bijna 50% van de gevallen, met variabele ernst (luxatie van heup, coxa valga, torsie van femur en/of tibia, genu varum (O-benen), afwezigheid van patella). De meest ernstige betrokkenheid van ledematen is tetrafocomelie. Trombocytopenie is congenitaal of ontwikkelt binnen de eerste weken of maanden na de geboorte. Meestal blijft het aantal bloedplaatjes laag tijdens de eerste twee levensjaren; daarna verhoogt dit maar is er geen normalisatie. Bijkomende terugkerende manifestaties zijn onder meer hartanomalieën (atrium- en/of ventrikelseptumdefect, persisterend foramen ovale), gastro-intestinale betrokkenheid (allergie voor koemelk, verhoogde vatbaarheid voor gastro-enteritis), urogenitale anomalieën (agenesie of malrotatie van nier, hoefijzernier, hydronefrose, pyelectasie). Overige zeldzame manifestaties zijn onder meer syndroom van Mayer-Rokitansky-Küster-Hauser, anomalieën van rib en wervel, Langerhanscelhistiocytose, transiënte leukemoïde reactie, en acute myeloïde of lymfoblastische leukemie. Cognitieve ontwikkeling is meestal normaal.
TAR-syndroom wordt veroorzaakt door samengestelde heterozygositeit voor een nul-allel (meestal een 1q21.1-deletie met inbegrip van RBM8A) en een hypomorf RBM8A-allel.
Diagnose is gebaseerd op de klinische verschijnselen en wordt bevestigd door moleculair genetisch testen.
De voornaamste differentiële diagnoses zijn andere aandoeningen geassocieerd met aplasie van radius, hetzij met een genetische etiologie (syndroom van Holt-Oram, ESCO2-spectrumstoornis, Fanconi-anemie, RAPADILINO-syndroom, SALL4-gerelateerde aandoeningen) hetzij zonder (VACTERL-associatie, thalidomide-embryopathie, foetaal valproaat-spectrumstoornis).
Prenatale diagnose kan vermoed worden bij identificatie van anomalieën van radius tijdens foetale echografie, en bevestigd worden door moleculair genetisch testen.
TAR-syndroom wordt op een autosomaal recessieve manier overgeërfd. De penetrantie is volledig, met variabele expressiviteit. Verschillende kenmerken zijn ongewoon voor autosomaal recessieve aandoeningen: nul-allelen zijn zeldzaam en kunnen de novo optreden bij de proband, waardoor het percentage van aangetaste broers/zussen lager is dan verwacht; hypomorfe allelen komen geregeld voor, en dus kan transmissie van ouder naar kind duidelijk waargenomen worden, wat resulteert in pseudodominante overerving. Biallelische dragers van hypomorfe varianten zijn asymptomatisch.
Er bestaat geen curatieve behandeling voor TAR-syndroom. Symptomatische behandeling van manifestaties en preventie van complicaties bestaan uit onder meer vroege detectie van trombocytopenie, preventie van bloeding en hemorragie, transfusie van bloedplaatjes in geval van ernstige trombocytopenie, indien nodig chirurgische ingrepen voor malformaties van hart, urinewegen of skelet, en vermijden van koemelk.
Prognose is variabel en wordt hoofdzakelijk bepaald door de ernst van trombocytopenie en complicaties hiervan (intracranieel, bloeding in spijsverteringskanaal). Ook hartdefecten, niermalformaties, acute complicaties van intolerantie voor koemelk, of acute leukemie kunnen de prognose beïnvloeden.
Laatste update: augustus 2023 - Deskundige recensent(en): Dr. Simon BOUSSION | ITHACA* - Pr. Florence PETIT | ITHACA*
Français,
Español,
Deutsch,
Italiano,
Português,
Polski
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Genetische testen
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
Neonatale screening