Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Syndroom van Sturge-Weber
Een zeldzaam congenitaal neurocutaan syndroom, gedefinieerd door een capillaire malformatie of wijnvlek in het gelaat, geassocieerd met cerebrale en oculaire ipsilaterale vasculaire malformaties die in de meeste gevallen resulteren in variabele oculaire en neurologische complicaties.
ORPHA:3205
Classification level: Aandoening
- Encefalofaciale angiomatose
- Encefalotrigeminale angiomatose
- SWS
- Syndroom van Sturge-Weber-Dimitri
- Angiomatose van Sturge-Weber-Krabbe
- Syndroom van Sturge-Weber-Krabbe
Prevalentie: 1-9 / 100 000
Erfelijkheid: Niet toepasbaar
Leeftijd bij eerste symptomen: Antenataal, Neonataal
De prevalentie bij de geboorte in Europa wordt geschat rond 1/20.000 tot 1/50.000.
De faciale wijnvlek is aanwezig bij de geboorte en bedekt het voorhoofd en/of een bovenste ooglid (risicozone). Glaucoom is de meest gangbare oculaire complicatie, die 30 tot 60% van de patiënten treft en een risico op vroeg verlies van gezichtsvermogen met zich meebrengt. Epilepsie is vaak de eerste neurologische manifestatie. Rond 80% van de patiënten ontwikkelt insulten op een mediane leeftijd van 6 maanden. De eerste insulten zijn meestal van het focaal motorische type. Medicatieresistente insulten worden gerapporteerd bij wel 50% van de patiënten, en status epilepticus wordt vaak waargenomen. Door koorts geïnduceerde insulten worden vaak gerapporteerd. Een patroon van gegroepeerd optreden van insulten gevolgd door een langdurige periode zonder insulten wordt waargenomen in 40% van de gevallen. Het natuurlijke ziekteverloop is zeer variabel, maar wordt doorgaans gekenmerkt door insulten in de vroege kindertijd, beroerte-achtige gebeurtenissen, progressieve hemiparese en verstoorde ontwikkeling, glaucoom en gezichtsvelddefecten. Latere manifestaties zijn onder meer hoofdpijn, leermoeilijkheden, gedragsstoornissen en psychiatrische aandoeningen. Er wordt een verhoogd risico op deficiëntie van groeihormoon gerapporteerd.
Het syndroom wordt veroorzaakt door een somatische mozaïsche mutatie in GNAQ (9q21), dat codeert voor subeenheid alfa van guaninenucleotide-bindingsproteïne G(q). Dit eiwit is cruciaal voor intracellulaire signalering door een grote groep van G-proteïne gekoppelde receptoren die belangrijk zijn voor vasculaire ontwikkeling en functie. Mutaties in GNAQ kunnen ook resulteren in een geïsoleerd PWB-fenotype. De fenotypische presentatie wordt vermoedelijk bepaald door het moment waarop de somatische mutatie optreedt tijdens de ontwikkeling.
Diagnose bij de geboorte wanneer neonaten een faciale wijnvlek vertonen in de risicozone. Het risico op cerebrale betrokkenheid ligt in een dergelijke situatie tussen 15 en 40%. Diagnose kan bevestigd worden door contrastversterkte beeldvorming van hersenen met magnetische resonantie die directe (angioom) en indirecte (unilaterale vergroting van plexus choroideus) radiologische verschijnselen van leptomeningeaal angioom toont. Computertomografie kan helpen bij de diagnose door gelokaliseerde verkalking en atrofie aan te tonen, maar deze ontwikkelen mogelijk pas later tijdens het ziekteverloop. Elektro-encefalografie (EEG) kan verlaagde amplitude van het EEG-signaal tonen aan de zijde van de hersenen die betrokken is.
De voornaamste zorg bij de diagnose is het onderscheiden van zuigelingen met een geïsoleerde faciale wijnvlek en zuigelingen met syndroom van Sturge-Weber (SWS) met betrokkenheid van hersenen. Differentiële diagnoses zijn onder meer PIK3CA-gerelateerde overgroeisyndromen, vooral megalencefalie - capillaire malformatie - polymicrogyrie (MCAP)-syndroom.
Prenatale echografie is meestal normaal.
De ziekte is sporadisch en te wijten aan somatische mutaties.
Vanaf de aanvang van de ziekte is een multidisciplinaire vereist om progressie van de ziekte in huid, ogen en hersenen op te volgen. Laserbehandeling wordt voorgesteld in de zuigelingentijd om de wijnvlek te reduceren. Levenslang regelmatige controle van de ogen is aanbevolen. Oogdruppels worden gebruikt om de intraoculaire druk te verlagen, maar chirurgische interventies kunnen nodig zijn. Eveneens aanbevolen zijn voorlichting van ouders snel insulten te herkennen, en geïndividualiseerde noodplannen waaronder het gebruik van benzodiazepine als reddingstherapie. Aspirine in lage doses gebruikt worden om beroerte-achtige episodes en mogelijk insulten te voorkomen, maar de risico-batenverhouding van een dergelijke benadering is niet goed gekend. Anti-epileptica worden gebruikt voor behandeling van epilepsie. Voor patiënten met focale medicatieresistente insulten dient al vroeg prechirurgische evaluatie in een referentiecentrum overwogen te worden. Neuropsychologische onderzoeken en revalidatie zijn nodig, en fysiotherapie is vereist voor functionele beperkingen.
De prognose van SWS is zeer variabel. Vroege aanvang van insulten, medicatieresistente insulten, en bilaterale intracraniële betrokkenheid werden geassocieerd met slechte cognitieve uitkomsten.
Laatste update: januari 2021 - Deskundige recensent(en): Pr. Katarzyna KOTULSKA-JÓŹWIAK | EpiCARE* - Pr. Rima NABBOUT | EpiCARE*
Français,
Español,
Deutsch,
Italiano,
Polski
Polski,
Ελληνικά
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
Neonatale screening