Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Lamellaire ichthyosis
Een zeldzame autosomaal recessieve congenitale ichthyosis, gekenmerkt door aanwezigheid van grote schilfers over geheel lichaam zonder significante erytrodermie.
ORPHA:313
Classification level: Aandoening
Prevalentie: 1-9 / 1 000 000
Erfelijkheid: Autosomaal dominant, Autosomaal recessief
Leeftijd bij eerste symptomen: Neonataal
Het is de meest voorkomende variant van autosomaal recessieve congenitale ichthyosis (ARCI). De prevalentie in Europa wordt geschat op ongeveer 1/100.000-1/300.000 individuen.
Neonaten zijn vaak omhuld door een collodionmembraan (strak gespannen, glimmend, doorschijnend membraan gelijkend op een extra huidlaag) met ectropion en eclabium. Na afvallen van de membraan (na één tot twee weken) worden schilfers merkbaar die het hele lichaam bedekken. Bij klassieke lamellaire ichthyosis (LI) zijn huidschilfers groot, donker en plaatvormig. Mildere vormen met lichter gekleurde en dunnere huidschilfers zijn ook mogelijk. In tegenstelling tot congenitale ichthyosiforme erytrodermie (CIE) is er geen significante erytrodermie. Desalniettemin zijn LI en CIE twee extremen van hetzelfde spectrum, en vele patiënten vertonen intermediaire fenotypes. Daarenboven kunnen fenotypes van patiënten veranderen na verloop van tijd of onder behandeling. De huid is meestal jeukend of pijnlijk (met fissuren), mobiliteit kan beperkt worden vanwege stijfheid van huid aan gewrichten, en de barrièrefunctie van de huid is verstoord, wat kan resulteren in verhoogd transepidermaal waterverlies en vatbaarheid voor dehydratie. Overige geassocieerde kenmerken zijn onder meer persisterend ectropion en geassocieerde oogcomplicaties (keratitis, littekenvorming aan cornea), nageldystrofie, alopecie met littekenvorming, palmoplantaire keratodermie, niet-gedijen, kleine gestalte, hypohidrose met hitte-intolerantie, en gehoorverlies (door accumulatie van schilfers in uitwendig oor).
LI is een genetisch heterogene ziekte binnen het ziektespectrum van autosomaal recessieve congenitale ichthyosis (ARCI), doorgaans veroorzaakt door mutaties in de genen TGM1, ABCA12, ALOX12B en NIPAL4. De meeste mutaties worden aangetroffen in het gen TGM1, dat codeert voor transglutaminase 1, een enzym dat betrokken is bij vorming van verhoornde celenvelop in epidermis. Het gen ABCA12 codeert voor een ATP-bindende cassette (ABC)-transporter, die een rol speelt in lipidetransport, en ALOX12B en NIPAL4 coderen respectievelijk voor arachidonaat-12(R)-lipoxygenase en ichthine, en zijn betrokken bij lipidemetabolisme. Er is geen duidelijke correlatie tussen genotype en fenotype. Er bestaat ook een autosomaal dominante lamellaire ichthyosis met palmoplantaire keratodermie door mutaties in het gen ASPRV1, dat codeert voor een protease betrokken bij modificatie van filaggrine.
Diagnose is gebaseerd op het klinische beeld van de huid en kan bevestigd worden door genetisch testen. Histologische kenmerken zijn onder meer orthohyperkeratose, normaal tot licht verbreed stratum granulosum, acanthose, en papillomatose van epidermis. Immuunhistochemie met antilichamen tegen transglutaminase 1 of meting van de enzymactiviteit van transglutaminase 1 is beschikbaar in sommige centra. Moleculair testen (zoals diagnostiek met behulp van genpanel) is mogelijk in nationale referentielaboratoria.
Differentiële diagnoses zijn onder meer syndromale vormen van ichthyosis, recessieve X-gebonden ichthyosis en semidominante ichthyosis vulgaris, en CIE in geval van erytrodermie.
Prenatale diagnose is gebaseerd op DNA-analyse op materiaal van vruchtwaterpunctie en vlokkentest.
Erfelijkheidsadvies dient aangeboden te worden aan getroffen families.
Neonaten die zich presenteren als collodionbaby worden meestal opgenomen in een afdeling voor neonatale intensieve zorg gedurende 2 tot 4 weken. In latere levensfasen is behandeling gebaseerd op dagelijks aanbrengen van emollientia en/of keratolytica. Orale retinoïden zijn bruikbaar in geval van ernstige vormen. Acitretine is het enige retinoïde dat is goedgekeurd door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). Meestal volstaan doseringen van 0,5 mg/kg/dag. Doses dienen beperkt te blijven tot 10-25 mg/dag.
De prognose varieert. Gedurende de neonatale periode is er risico op sepsis en verstoorde elektrolytenbalans. De ziekte blijft vaak levenslang stabiel, met periodes van exacerbatie. De levensverwachting is normaal na de ietwat kritieke neonatale periode. LI heeft een grote impact op de levenskwaliteit door verandering van fysiek uiterlijk, problematische symptomen, en vele beperkingen als gevolg van de ziekte en behandeling ervan.
Laatste update: december 2022 - Deskundige recensent(en): Dr. Kira SÜßMUTH | ERN-Skin*
Français,
Español,
Deutsch,
Italiano,
Português
Suomi,
Polski
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (42)
- Klinische studies (3)
- Biobanken (8)
- Registers (23)
- Netwerk van experten (6)
Neonatale screening