Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Autosomaal dominante epidermolytische ichthyosis
Een zeldzame keratinopathische ichthyosis (KPI), gekenmerkt door een blaarvormend fenotype bij de geboorte dat progressief hyperkeratotisch wordt.
ORPHA:312
Classification level: Aandoening
- BCIE
- Bulleuze ichthyosis
- EHK
- EI
- Bulleuze congenitale ichthyosiforme erytrodermie
- Bulleuze congenitale ichthyosiforme erytrodermie van Brock
- Epidermolytische hyperkeratose
- Ichthyosis bullosa
- Ichthyosis hystrix, Brocq-type
Bron: PubMed ID 31190940
Prevalentie: Unknown
Erfelijkheid: Autosomaal dominant
Leeftijd bij eerste symptomen: Neonataal
De prevalentie van alle types van KPI wordt geschat op 1/909.000 in Frankrijk. De precieze wereldwijde prevalentie van epidermolytische ichthyosis (EI) is niet gekend, maar varieert tussen 1/2.300.000 en 1/4.350.000 in Japanse en Deense populatiestudies.
Zuigelingen vertonen bij of kort na de geboorte erytrodermie, milde schilfering, ernstige blaarvorming, en oppervlakkige huiderosies op plekken met kleine letsels en op buigzame delen van het lichaam. Geelbruine hyperkeratotische plaques, vaak met milde erytrodermie in de achtergrond, ontwikkelen tijdens de eerste levensmaanden. De huid heeft een kenmerkend vuil uitziend voorkomen. Hyperkeratose heeft een gerafeld uitzicht langsheen huidlijnen en een kassei-patroon aan de strekzijden van gewrichten. Het is meestal gegeneraliseerd maar kan beperkt blijven tot gewrichtsplooien, hals, buikwand, en infragluteale plooien, en het aangezicht blijft relatief gespaard. Na verloop van tijd verergert de hyperkeratose en neemt de blaarvorming af, hoewel deze nog steeds kan optreden (na traumatisch huidletsel of tijdens de zomer). Bij sommige patiënten wordt palmoplantaire betrokkenheid waargenomen, vaak met eronder ontwikkeling van pijnlijke blaren. Contracturen van vinger/teen en pseudoainhum kunnen optreden. De huid is vaak jeukerig, onwelriekend en onderhevig aan infecties. Andere mogelijke kenmerken zijn onder meer hypohidrose, afschilfering van scalp, nageldystrofie, en abnormale lichaamshouding. In ernstige gevallen kan groeiachterstand waargenomen worden. EI houdt aan tot in de volwassenheid, met hyperkeratose met variabele intensiteit en omvang.
De ziekte wordt veroorzaakt door mutaties in de genen die coderen voor epidermaal suprabasaal keratine 1 (KRT1; 12q13.13) en 10 (KRT10; 17q21-q23), met als gevolg een verstoorde vorming van intermediaire keratinefilamenten in de suprabasale keratinocyten. Er is een correlatie tussen genotype en fenotype, waarbij palmoplantaire betrokkenheid doorgaans geassocieerd is met KRT1, aangezien KRT10 minder tot expressie komt op deze locaties. De positie van de mutatie kan de ernst van het fenotype beïnvloeden.
Diagnose is gebaseerd op klinisch beeld en op histologisch onderzoek dat hyperkeratose met orthokeratose, hypergranulose, en cytolyse in de bovenste lagen van stratum spinosum en stratum granulosum met typische intracellulaire vacuolisatie aantoont (epidermolytische hyperkeratose). Elektronenmicroscopie toont suprabasale keratinocyten aggregaten van intermediaire keratinefilamenten en perinucleaire aggregaten van keratine in bovenste epidermis. Genetisch testen bevestigt de diagnose.
Differentiële diagnoses bij de geboorte zijn onder meer andere aandoeningen met blaarvorming: toxische epidermale necrolyse, erfelijke epidermolysis bullosa, staphylococcal scalded skin-syndroom, incontinentia pigmenti of infectie door herpesvirus. In latere stadia helpen blaarvorming, randen langsheen huidlijnen, en histologische kenmerken om de ziekte te onderscheiden van andere vormen van ichthyosis. Oppervlakkige EI heeft meestal een milder fenotype, zonder keratodermie, en vertoont gebieden met kenmerkende oppervlakkige schilfering. Annulaire epidermolytische ichthyosis wordt onderscheiden door de polycyclische en intermitterende laesies.
Genetische prenatale diagnose is beschikbaar.
De aandoening volgt een autosomaal dominant overervingspatroon. Erfelijkheidsadvies kan aangeboden worden aan getroffen families indien reeds een causale mutatie werd geïdentificeerd.
Behandeling is symptomatisch. Vaak worden emollientia gebruikt, maar hun doeltreffendheid is beperkt. Topische keratolytica en mechanische verwijdering van schilfers kunnen hyperkeratotische laesies verbeteren, maar verergeren mogelijk blaarvorming. Sommige patiënten, vooral diegenen met een KRT10-mutatie, kunnen baat hebben bij lage doses acitretine. Antiseptische wasbeurten verminderen de bacteriële kolonisatie en de lichaamsgeur. Therapie met antibiotica is vereist in gevallen van bacteriële infectie.
De ernst van de ziekte is variabel. EI beïnvloedt de levenskwaliteit en sociale interacties door het uitzicht van de huid, pijn, moeilijkheden met lopen, pruritus, lichaamsgeur, infecties, malnutritie, en contracturen van hand. EI kan levensbedreigend zijn tijdens de neonatale periode door infecties en/of dehydratie.
Laatste update: februari 2023 - Deskundige recensent(en): Dr. Eulalia BASELGA TORRES | ERN-Skin*
Français,
Español,
Deutsch,
Italiano,
Português
Suomi,
Polski,
Ελληνικά,
Русский
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (41)
- Klinische studies (1)
- Biobanken (8)
- Registers (22)
- Netwerk van experten (5)
Neonatale screening