Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Junctionele epidermolysis bullosa
Een groep van erfelijke vormen van epidermolysis bullosa, gekenmerkt door betrokkenheid van huid en slijmvlies, en gedefinieerd door vorming van blaarvormende laesies tussen epidermis en dermis ter hoogte van lamina lucida van cutane basale membraan en door heling van laesies met atrofie en/of excessieve vorming van granulatieweefsel.
ORPHA:305
Junctionele epidermolysis bullosa (JEB) is de minder gangbare maar vaak vroeg letale vorm van EB. De puntprevalentie ligt wereldwijd doorgaans onder 1/1.000.000, behalve in Nederland waar deze geschat wordt op 1/475.000. De prevalentie bij de geboorte schommelt wereldwijd tussen 1/110.000 en 1/455.000.
Aanvang vindt doorgaans plaats bij de geboorte, behalve in geval van laat optredende JEB. Er werden verschillende subtypes van JEB beschreven op basis van klinische kenmerken. Alle subtypes worden gekenmerkt door de aanwezigheid van hypoplasie van tandglazuur die zich manifesteert als lokale of uitgebreidere vingerhoed-achtige putjes op oppervlakken van sommige of alle tanden. Blaarvorming is meestal geassocieerd met vorming van atrofische littekens of excessief granulatieweefsel en nageldystrofie. Mogelijke bijkomende bevindingen van huid zijn onder meer congenitale aplasia cutis en progressief verlies van haar. Mucosale betrokkenheid is altijd aanwezig, zij het met variabele gradaties van ernst, en kan gastro-intestinaal stelsel, luchtwegen, urogenitaal stelsel, en ogen treffen. Pylorusatresie is het typische kenmerk van het subtype JEB met pylorusatresie. JEB wordt onderverdeeld in de volgende subtypes: ernstige JEB, intermediaire JEB, gelokaliseerde JEB, JEB met pylorusatresie (JEB-PA), JEB inversa, laat optredende JEB, laryngo-onychocutaan (LOC) syndroom, en JEB met interstitiële longziekte en nefrotisch syndroom.
JEB wordt veroorzaakt door mutaties in verschillende genen, waaronder COL17A1 (10q25.1), ITGA6 (2q31.1), ITGB4 (17q25.1), LAMA3 (18q11.2), LAMB3 (1q32.2), LAMC2 (1q25.3), en ITGA3 (17q21.33).
Diagnose is gebaseerd op bepaling van het niveau waarop blaren zich ontwikkelen met gebruik van stalen van huidbiopten na geringe tractie van huid. De aanbevolen technieken zijn kartering van antigenen met immunofluorescentie en transmissie-elektronenmicroscopie. Bij JEB bevindt het splijtvlak van de blaren zich in de lamina lucida van de cutane basale membraan. Subtypes worden vervolgens gedefinieerd op basis van bevindingen van immunofluorescentie en elektronenmicroscopie, en klinische presentatie. Genetisch testen dient altijd uitgevoerd te worden, aangezien dit noodzakelijk is voor prenatale diagnose.
De diagnose is meestal duidelijk, en er is weinig nood aan uitgebreid nagaan van differentiële diagnoses. In de neonatale periode dient mogelijk echter in utero infectie door herpes-simplexvirus overwogen te worden, vooral wanneer er geen sprake is van een familiegeschiedenis van ziekte met blaarvorming of wanneer de klinische bevindingen zeer atypisch zijn voor EB. Mogelijke differentiële diagnoses bij neonaten zijn onder meer overgeërfde of verworven huidaandoeningen met een gelijkaardige presentatie.
Prenatale diagnose dient steeds aangeboden te worden aan families die risico lopen om een kind met ernstige JEB te krijgen.
Overerving gebeurt autosomaal recessief. Ouders van een kind met JEB zijn obligate dragers van de pathogene varianten. Bij elke zwangerschap lopen ouders een risico van 25% op het krijgen van een getroffen kind.
Bij de meeste vormen van JEB vereisen getroffen patiënten hospitalisatie op een afdeling voor neonatale intensieve zorg vanwege de ernst van huidlaesies en extracutane manifestaties, en dienen onder meer water-elektrolytenbalans, niet-gedijen, anemie, en infectieuze en respiratoire complicaties opgevolgd en behandeld te worden. Behandeling van pijn is ook uiterst belangrijk bij deze patiënten en vereist vaak opioïden. Vervolgens dient zorgbeleid van patiënten te gebeuren door een multidisciplinair team, teneinde gecoördineerde zorg te verzekeren. Verzorging van huid is gebaseerd op vermijden van blaarvorming door zorgvuldig afdekken van huid ter bescherming, vermijden van trauma in het dagelijkse leven, doorprikken en draineren van nieuwe blaren, en preventie van secundaire infectie door nauwgezette wondverzorging.
Patiënten met JEB, vooral diegenen met ernstige subtypes (ernstige JEB, JEB-PA en JEB met interstitiële longziekte en nefrotisch syndroom) lopen groot risico op overlijden tijdens de eerste levensjaren.
Laatste update: mei 2021 - Deskundige recensent(en): Pr. Cristina HAS | ERN-Skin*
Français,
Español,
Deutsch,
Italiano,
Português
Ελληνικά,
Русский
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Beperking
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (50)
- Klinische studies (8)
- Biobanken (8)
- Registers (27)
- Netwerk van experten (4)
Neonatale screening