Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Epidermolysis bullosa simplex
Een groep van vormen van hereditaire epidermolysis bullosa (HEB), gekenmerkt door fragiliteit van huid die resulteert in intra-epidermale blaren en erosies die ofwel spontaan ofwel na fysiek trauma optreden.
ORPHA:304
De gerapporteerde prevalentie van epidermolysis bullosa simplex (EBS) varieert wereldwijd tussen 1/85.000-500.000.
De ziekte vangt meestal aan bij of kort na de geboorte, hoewel blaarvorming bij gelokaliseerde EBS mogelijk pas in de late kindertijd of vroege volwassenheid optreedt. Naast gelokaliseerde of gegeneraliseerde blaren en erosies, die soms typische patronen vertonen (herpetiforme groepering), zijn mogelijke cutane kenmerken onder meer verlies en dystrofie van nagels, en in zeldzame gevallen vorming van milia. Littekenvorming is meestal afwezig of minimaal (milde atrofische rimpels en dispigmentatie). Overige mogelijke bevindingen zijn onder meer congenitale afwezigheid van huid, en gelokaliseerde of diffuse keratodermie van handpalmen en voetzolen. De meest voorkomende extracutane manifestatie is blaarvorming in de mondholte. Er kunnen verschillende extracutane, leeftijdsafhankelijke complicaties optreden, en het moment waarop ze optreden alsook het cumulatieve risico op hun optreden hangt sterk af van het subtype van EBS (e.g. spierdystrofie bij PLEC-gerelateerde EBS, cardiomyopathie bij KLHL24-gerelateerde EBS, en nefropathie bij CD151-gerelateerde EBS). Blaren komen voor in de basale laag van epidermis.
EBS is een genetisch heterogene groep veroorzaakt door pathogene varianten in specifieke genen, afhankelijk van het subtype.
Diagnose is gebaseerd op bepaling van het niveau waarop blaren zich ontwikkelen in epidermis na geringe tractie van huid. Aanbevolen technieken zijn kartering van antigenen met immunofluorescentie (IFM) en transmissie-elektronenmicroscopie (TEM) op stalen van huidbiopsie. Subtypes worden vervolgens gedefinieerd op basis van de manier van transmissie, IFM en TEM, en klinische presentatie. Cutane bevindingen zijn geen betrouwbare diagnostische merkers, vooral bij neonaten. Genetisch testen dient steeds uitgevoerd te worden om het onderliggende genetische defect te bepalen. Gezien de genetische heterogeniteit wordt analyse door 'next generation' sequentiebepaling van EB-genpanel aangeraden.
De diagnose is meestal duidelijk, en er is weinig nood aan uitgebreid nagaan van differentiële diagnoses. In de neonatale periode dient mogelijk echter in utero infectie door herpes-simplexvirus overwogen te worden, vooral wanneer er geen sprake is van een familiegeschiedenis van ziekte met blaarvorming of wanneer de klinische bevindingen zeer atypisch zijn voor epidermolysis bullosa. Mogelijke differentiële diagnoses bij neonaten en kleine kinderen zijn onder meer congenitale aplasia cutis, neonatale pemfigus, neonatale herpes gestationis, scalded skin-syndroom door stafylokokken, alsook incontinentia pigmenti, epidermolytische ichthyosis, lineaire IgA-dermatose, bulleus pemfigoïd, en bulleuze impetigo.
Prenatale diagnose aangeboden te worden aan families met ernstige EBS.
In geval van autosomaal dominante subtypes van EBS hebben individuen een getroffen ouder van wie ze een pathogene variant overerfden, maar in een groot aantal gevallen treden de pathogene varianten de novo op. Elk kind van een individu met EBS loopt een risico van 50% op overerving van de pathogene variant. In geval van autosomaal recessieve subtypes van EBS zijn de ouders van een getroffen kind obligate heterozygoten voor een EBS-gerelateerde pathogene variant. Elke broer/zus van een getroffen individu heeft een kans van 25% om getroffen te worden, een kans van 50% om heterozygoot te zijn, en een kans van 25% om niet-getroffen en niet heterozygoot te zijn. Autosomaal recessieve EBS komt vaak voor in landen waar veel huwelijken tussen bloedverwanten plaatsvinden.
Ziektebeheer is gebaseerd op vermijden van blaarvorming door zorgvuldig afdekken van huid ter bescherming en aanpassing van de levensstijl om trauma te vermijden, en preventie van secundaire infectie door nauwgezette wondverzorging. Airconditioning kan helpen om verergering van de ziekte in warm weer te voorkomen. Patiënten met subtypes van EBS met het hoogste risico op specifieke extracutane complicaties dienen van nabij gemonitord te worden, en gepaste maatregelen dienen geïmplementeerd te worden om te voorkomen dat de aangetaste weefsels ernstig beschadigd raken. Topische remmers van IL-1 toonden reeds enig nut in kleine klinische studies. Er is geen specifieke behandeling beschikbaar voor de extracutane manifestaties van EBS.
De prognose is sterk afhankelijk van het subtype. De meeste patiënten hebben een normale levensverwachting maar significante morbiditeit, en bij sommige subtypes kan zelfs vroegtijdig overlijden optreden.
Laatste update: juli 2021 - Deskundige recensent(en): Pr. Cristina HAS | ERN-Skin*
Français,
Español,
Deutsch,
Italiano,
Português
Suomi,
Ελληνικά
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Beperking
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (45)
- Klinische studies (8)
- Biobanken (8)
- Registers (26)
- Netwerk van experten (4)
Neonatale screening