Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Syndroom van chronische intestinale pseudo-obstructie
Een zeldzaam en heterogeen gastro-enterologisch klinisch syndroom, gekenmerkt door recidiverende symptomen van darmobstructie met radiologische kenmerken van gedilateerde dunne of dikke darm in afwezigheid van enige mechanische occlusieve laesie. Permanente veranderingen in neurale, musculaire, of mesenchymale structuren van de darmwand of de extrinsieke neurale controle ervan leiden tot chronische verstoring van tonische en propulsieve motorische functies in een of meer darmsegmenten.
ORPHA:2978
De incidentie van de pediatrische vorm van CIPO werd geschat op hoogstens 1/40.000 levende geboortes. In Japan bedraagt de prevalentie van CIPO bij kinderen jonger dan 15 jaar 1/270.000; bij volwassenen met een aanvangsleeftijd boven 15 jaar is dit tussen 1/100.000 en 1/125.000; de jaarlijkse incidentie bedraagt respectievelijk 1/476.000 en 1/435.000 bij mannen en vrouwen.
Patiënten presenteren zich met chronisch abdominale pijn en zwelling; tussenin zijn er acute episodes van ernstige abdominale pijn en braken die doen denken aan mechanische obstructie. Patiënten hebben diarree door bacteriële overgroei in de dunne darm of constipatie door vertraagde transit. Gewichtsverlies is het gevolg van malabsorptie en ontoereikende voedselinname.
De incidentie van de pediatrische vorm van syndroom van chronische intestinale pseudo-obstructie (CIPO) werd geschat op hoogstens 1/40.000 levende geboortes. In Japan bedraagt de prevalentie van CIPO bij kinderen jonger dan 15 jaar 1/270.000; bij volwassenen met een aanvangsleeftijd boven 15 jaar is dit tussen 1/100.000 en 1/125.000; de jaarlijkse incidentie bedraagt respectievelijk 1/476.000 en 1/435.000 bij mannen en vrouwen.
MRI- of CT-scan van abdomen bevestigt de chronische dilatatie van dunne of dikke darm, en moet mechanische obstructie uitsluiten. Patiënten dienen onderzocht te worden op aanwezigheid van talrijke ziekten die zijn geassocieerd met CIPO, zoals ziekte van Hirschsprung, mitochondriële of paraneoplastische ziekten, het gebruik van medicatie die de gastro-intestinale motiliteit verstoort, en een familiegeschiedenis van gelijkaardige symptomen. Oesofageale, antroduodenale en anorectale manometrie spelen een ondersteunende rol bij de diagnose; contracties met lage amplitude wijzen op een myopathische aandoening terwijl gedesorganiseerde motorische patronen wijzen op een neuropathische aandoening. Biopsie over de volledige dikte is meestal niet aangeraden maar kan geïndiceerd worden voor bevestiging van een lopende inflammatoire viscerale neuropathie of myopathie vooraleer immunotherapie wordt opgestart. Genen die kunnen onderzocht worden in geval van CIPO zijn ACTG2, MYH11 en FLNA. Screening van TYMP en POLG moet overwogen worden in geval van vermoedelijke mitochondriële neurogastro-intestinale encefalomyopathie (MNGIE). De genetische screening van FLNA (NM_001110556.1) in de context van CIPO kan beperkt worden tot exon 1, aangezien pathogene mutaties die resulteren in een visceraal fenotype beperkt zijn tot de langere isovorm, die specifiek tot expressie komt in intestinale gladde spiercellen.
Differentiële diagnoses zijn onder meer mechanische obstructie, acute pseudo-obstructie van colon, motiliteitsstoornis van darm en constipatie door trage transit.
Prenatale diagnose van de ACTG2-mutatie kan voorgesteld worden wanneer foetale dilatatie van blaas wordt waargenomen. Prenatale diagnose van andere genen is theoretisch mogelijk maar werd niet gerapporteerd in de literatuur. Prenatale diagnose is mogelijk wanneer een pathogene variant reeds werd geïdentificeerd bij een familielid met de ziekte.
Erfelijkheidsadvies wordt aangeraden wanneer gevallen van chronische intestinale pseudo-obstructie terugkeren binnen dezelfde familie of wanneer de arts een genetische etiologie vermoedt.
Behandeling hangt af van de oorzaak van de aandoening, de mate en locatie van de betrokkenheid van de darm, en de ernst van de symptomen. Algemene maatregelen zijn onder meer een dieet arm aan residue, orale en/of enterale voeding ter preventie van malnutritie, prokinetische middelen (prucalopride), neostigmine of pyridostigmine om intestinale dilatatie te verminderen, en cycli van antibiotica om bacteriële overgroei onder controle te houden. Auto-immune/inflammatoire vormen kunnen baat hebben bij immuunsuppressieve behandelingen. Chirurgie dient vermeden te worden, behalve in selectieve gevallen; aanleggen van een stoma kan zorgen voor veilige en doeltreffende van segmentale dilatatie van de darm. Darmtransplantatie is een therapeutische optie geworden in selectieve gevallen.
CIPO is een klinisch syndroom, gekenmerkt door invaliderende en potentieel levensbedreigende complicaties die na verloop van tijd optreden. Behandeling en uitkomst op lange termijn zijn heterogeen en vaak niet bevredigend.
Laatste update: juni 2024 - Deskundige recensent(en): Dr. Guido BASILISCO - Dr. Margherita MARCHI
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
Neonatale screening