Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Myotone dystrofie van Steinert
Een zeldzame, genetische multisystemische aandoening, gekarakteriseerd door een brede waaier van spiergerelateerde manifestaties (spierzwakte, myotonie, vroeg aanvangend cataract (voor de leeftijd van 50 jaar) en systemische manifestaties (cerebrale, endocriene, cardiale, gastro-intestinale, uteriene, dermale en immunologische betrokkenheid) die variëren naargelang aanvangsleeftijd. Het zeer brede klinische spectrum gaat van letale presentaties in zuigelingentijd tot milde ziekte met late aanvang.
ORPHA:273
Classification level: Aandoening
Prevalentie: 1-5 / 10 000
Erfelijkheid: Autosomaal dominant
Leeftijd bij eerste symptomen: Puber, Volwassenheid, Antenataal, Kindertijd, Kindsheid, Neonataal
Het is de meest frequente adulte musculaire dystrofie en heeft een geschatte prevalentie gaande van 1/215.000 in Taiwan tot 1/5.500 in Kroatië. Het lijkt meer voor te komen in de regio Saguenay-Lac-Saint-Jean in Quebec, Canada (1/600), wat wijst op een stichtereffect. De ziekte komt wereldwijd voor.
De aanvangsleeftijd is zeer variabel, gaande van prenataal tot volwassenheid. De klinische manifestaties zijn ook zeer variabel en kunnen verschillen tussen en zelfs binnen getroffen families. Momenteel worden vijf vormen met verschillende aanvangsleeftijd herkend: congenitaal, vroege kindertijd, juveniel, adult en laat. Congenitale ziekte (15% van de gevallen) is de meest ernstige vorm en omvat ernstige gegeneraliseerde zwakte bij de geboorte met ademnood, hypotonie, en voedingsproblemen. Vervolgens ontwikkelen patiënten achterstand van cognitieve en motorische mijlpalen, intellectuele achterstand, en autismespectrumstoornis. Het verloop kan fataal zijn in congenitale gevallen (30-40%). In geval van aanvang in de kindertijd (aanvangsleeftijd tussen 1 en 10 jaar) zijn de voornaamste klinische manifestaties spierzwakte (van zowel proximale als distale spiergroepen, zwakte van aangezichtsspieren, respiratoire en gastro-intestinale complicaties zoals ademnood, aspiratie, dysfagie, constipatie en spraakstoornissen), myotonie, slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen, recidiverende infecties, cognitieve functiestoornis, psychiatrische aandoeningen (fobie, depressie, angst, aandachtstekortstoornis met-hyperactiviteit). De juveniele vorm met aanvangsleeftijd tussen 11 en 20 jaar wordt gekenmerkt door studie- en gedragsproblemen, en wordt vaak niet onderkend. De klassieke adulte vorm (75% van de gevallen), met aanvang op een leeftijd tussen 20 en 40 jaar, wordt gekenmerkt door progressieve distale spierzwakte, pijn, myotonie en betrokkenheid van multipele organen (prikkelbare darm, geleidingsstoornissen en andere hartaandoeningen, cataract, oftalmoplegie, diabetes mellitus, hypogonadisme, hypotestosteronemie, en disfunctie van schildklier). Intellectuele achterstand is ook aanwezig bij volwassen patiënten. Verlies van hoofdhaar kan optreden bij mannen en vrouwen, en infertiliteit kan aanwezig zijn. Ziekte met late aanvang na de leeftijd van 40 jaar omvat milde myotonie en zwakte, slaperigheid overdag, en cataract. Er werd een hoger risico op kanker gerapporteerd bij getroffen patiënten.
De ziekte is te wijten aan abnormale CTG-expansie in de niet-getranslateerde regio van het gen DMPK (19q13.3). De ernst van de ziekte is doorgaans gecorreleerd met het aantal DNA-herhalingen. Er kunnen meer dan 2000 CTG-herhalingen aangetroffen worden. De expansie is niet stabiel, hetgeen de klinische variabiliteit kan verklaren.
Diagnose wordt vermoed op basis van kenmerkende klinische manifestaties en een consistente familiegeschiedenis, en bevestigd door moleculair genetisch testen van de causale gen-expansie. Spierbiopsie is niet langer noodzakelijk voor diagnose en werd vervangen door genetisch testen, dat nu geldt als gouden standaard.
Er zijn meerdere overlappende kenmerken met myotone dystrofie type 2; de ziekten zijn echter genetisch verschillend en vertonen een verschillend ziekteverloop en verschillende vereisten voor behandeling.
Gevallen met vroege aanvang kunnen mogelijk prenataal geïdentificeerd worden door polyhydramnion en verminderde foetale bewegingen.
Het overervingspatroon is autosomaal dominant. Erfelijkheidsadvies dient voorzien te worden voor getroffen families. Terwijl het risico op transmissie van de ziekte van een getroffen ouder naar een nakomeling 50% bedraagt, vertoont de ziekte variabele penetrantie.
Momenteel is er geen specifieke behandeling voorhanden. Zorg omvat voornamelijk monitoren op complicaties en ondersteunende zorg (hulpmiddelen, hormoontherapie, pijnmedicatie).
Sommige gevallen zijn ernstig en kunnen een invloed hebben op de levensverwachting, vooral gevallen met vroege aanvang veroorzaakt door massale genexpansies. De prognose van gevallen met aanvang in de volwassenheid is vooral afhankelijk van de ernst van cardiale manifestaties. Doodsoorzaken zijn onder meer respiratoir falen, cardiovasculaire ziekte, aritmie, en neoplasma.
Laatste update: augustus 2020 - Deskundige recensent(en): Pr. Giovanni MEOLA
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Genetische testen
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (77)
- Klinische studies (7)
- Biobanken (18)
- Registers (40)
- Netwerk van experten (8)
Neonatale screening