Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Epidermolysis bullosa simplex met spierdystrofie
Een vorm van epidermolysis bullosa simplex (EBS), gekenmerkt door gegeneraliseerde blaarvorming geassocieerd met spierdystrofie.
ORPHA:257
De prevalentie van epidermolysis bullosa simplex met musculaire dystrofie (EBS-MD) is niet gekend, maar tot op heden werden meer dan 40 gevallen gerapporteerd.
Blaarvorming treedt meestal reeds op bij de geboorte, terwijl spierdystrofie zich manifesteert tussen de zuigelingentijd en volwassenheid, met een mediane aanvangsleeftijd van 9,5 jaar. Blaren zijn vaak hemorragisch, en helen met milde atrofische littekenvorming en zelden vorming van milia. Geassocieerde bevindingen zijn onder meer opmerkelijke nageldystrofie, en focale keratodermie van handpalmen en voetzolen. Extracutane betrokkenheid is meestal aanwezig, waaronder hypoplasie van tandglazuur met prematuur tandbederf, blaarvorming in mondholte, farynx en, in zeldzame gevallen, larynx en luchtpijp met inspiratoire stridor en ademhalingsproblemen die tracheotomie vereisen. Traag progressieve zwakte van hoofd- en ledemaatspieren treedt op tussen het eerste levensjaar en vierde levensdecennium, en kan de patiënt afhankelijk maken van een rolstoel. Bijkomende neurologische symptomen (ptosis, zwakte en vermoeibaarheid van oculobulbaire spieren) die wijzen op een myastheen syndroom werden reeds beschreven bij sommige patiënten. Mucosale betrokkenheid, met onder meer slijmvliezen van urethra, is gangbaar. Cardiomyopathie kan geassocieerd zijn, en in zeldzame gevallen ook pylorusatresie.
EBS-MD wordt veroorzaakt door mutaties in het gen PLEC (8q24), dat codeert voor plectine. Deficiëntie van plectine kan aangetoond worden in huid en spier door analyse met specifieke antilichamen.
Diagnose is gebaseerd op de manier van transmissie, histopathologische bevindingen, en klinische presentatie. Kartering met immunofluorescentie toont gebrek aan immunoreactiviteit voor plectine, en een splijtvlak diep in de basale pool van basale keratinocyten. Transmissie-elektronenmicroscopie toont vorming van intra-epidermale splijting door lamina densa en lucida, en hemidesmosomen op de bodem van de blaren. Genetisch testen toont biallelische pathogene varianten met functieverlies in PLEC, dat codeert voor plectine.
Differentiële diagnoses zijn onder meer andere types van EBS, en aandoeningen met congenitale blaarvorming van huid.
Prenatale diagnose dient aangeboden te worden aan getroffen families bij wie de pathogene variant(en) reeds eerder werd(en) geïdentificeerd.
De aandoening is autosomaal recessief, en erfelijkheidsadvies dient aangeboden te worden aan koppels die risico lopen (beide individuen zijn drager van een causale mutatie van de ziekte) om hen te informeren over de kans van 25% op het krijgen van een getroffen kind bij elke zwangerschap.
Er is geen specifieke behandeling beschikbaar; behandeling is symptomatisch en omvat wondverzorging en algemene ondersteuning.
Met betrekking tot de prognose is immunohistochemische herkenning van EBS-MD in de zuigelingentijd zeer belangrijk, aangezien bij sommige patiënten de geassocieerde spierdystrofie mogelijk pas later in de kindertijd of volwassenheid merkbaar wordt. EBS-MD kan een fatale uitkomst hebben.
Laatste update: juli 2021 - Deskundige recensent(en): Pr. Cristina HAS | ERN-Skin*
Français,
Español,
Deutsch,
Italiano,
Português
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Beperking
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (71)
- Klinische studies (12)
- Biobanken (14)
- Registers (32)
- Netwerk van experten (9)
Neonatale screening