Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Infantiele hypofosfatasie
Een zeldzame, ernstige, genetische vorm van hypofosfatasie (HPP), gekarakteriseerd door infantiele rachitis zonder verhoogde activiteit van alkalische fosfatase (ALP) in serum en een brede waaier van klinische manifestaties als gevolg van hypomineralisatie.
ORPHA:247651
De prevalentie van infantiele hypofosfatasie (I-HPP) is niet gekend. Tot op heden werden ongeveer 160 gevallen gerapporteerd.
Individuen met infantiele HPP (I-HPP) zijn mogelijk normaal bij de geboorte. Klinische tekenen gelijkend op rachitis worden doorgaans aangetroffen tussen de geboorte en de leeftijd van zes maanden. Mogelijke initiële manifestaties zijn onder meer prikkelbaarheid, weinig eten, niet gedijen, hypotonie, en in zeldzamere gevallen insulten. Andere klinische kenmerken zijn onder meer groeifalen, kleine gestalte, blauwe sclerae, hypomineralisatie van bot (week of dun worden van schedel, rachitische ribben, scoliose, verdikking van polsen en enkels, en kromstand van pijpbeenderen), craniosynostose (mogelijk met verhoogde intracraniële druk), laxiteit van ligamenten, en hypercalciurie/hypercalciëmie. Sommige patiënten vertonen prematuur verlies van melktanden. Bij enkele oudere zuigelingen wordt nierschade (nefrocalcinose door hypercalciurie) gerapporteerd. De ernst is variabel maar vele getroffen patiënten lopen risico op respiratoire insufficiëntie als gevolg van rachitische misvormingen van de borstkas binnen het eerste levensjaar. Er kan enige klinische overlap zijn met de matige vorm, die is geclassificeerd als HPP met aanvang in de kindertijd.
Er is geweten dat mutaties met functieverlies in het gen ALPL (1p36.12) hypofosfatasie veroorzaken. De meeste patiënten die lijden aan de infantiele vorm hebben twee mutaties in ALPL.
Diagnose is gebaseerd op klinisch onderzoek, en analyse van alkalische fosfatase, en genetisch testen.
De voornaamste differentiële diagnose is osteogenesis imperfecta.
Hoewel dit doorgaans niet wordt opgepikt bij echografie is er bewijs dat doet vermoeden dat getroffen individuen reeds prenataal radiografische bevindingen kunnen vertonen, waaronder verkromming van ledematen, abnormaal korte ledematen, en/of hypomineralisatie van skelet. Genetische prenatale diagnose kan aangeboden worden in geval van risicovolle zwangerschap indien de genetische mutatie reeds eerder werd geïdentificeerd in een getroffen familielid.
Meestal wordt een autosomaal recessief overervingspatroon gerapporteerd. Enkele gevallen kunnen dominant overgeërfd worden. Erfelijkheidsadvies dient aangeboden te worden aan getroffen families. Tot op heden werd geen relatie tussen genotype en fenotype geïdentificeerd, en bij individuen die een pathogene mutatie erven, kan eender welke vorm van HPP (perinatale letale tot odontoHPP) tot uiting komen.
Asfotase alfa werd goedgekeurd (Europa en VSA) voor enzymvervangingstherapie (EVT) bij patiënten met pediatrische aanvang van hypofosfatasie, en is geassocieerd met heling van skeletmanifestaties van hypofosfatasie, alsook met verbetering van respiratoire en motorische functies.
Prognose hangt af van de organen die zijn aangetast en van tijdige interventie. Momenteel zijn geen data beschikbaar over de prognose op lange termijn na behandeling met EVT.
Laatste update: februari 2020 - Deskundige recensent(en): Dr. Severine BACROT - Dr. Etienne MORNET
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Genetische testen
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
Neonatale screening