Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Syndroom van Lennox-Gastaut
Een zeldzame, ernstige, vroeg optredende ontwikkelings- en epileptische encefalopathie, gekenmerkt door de triade van intellectuele stoornis, meerdere types van insulten, en typische afwijkingen bij elektro-encefalografie (EEG).
ORPHA:2382
Classification level: Aandoening
Bron: PubMed ID 36859290
Prevalentie: 1-5 / 10 000
Erfelijkheid: Autosomaal dominant, Multigeen/multifactorieel, Niet toepasbaar
Leeftijd bij eerste symptomen: Kindertijd, Kindsheid
De incidentie van syndroom van Lennox-Gastaut (LGS) wordt geschat op 0,1 tot 0,28 per 100.000 mensen per jaar, en de levenslange prevalentie op de leeftijd van tien jaar bedraagt 0,26 per 1000 kinderen. Hoewel het gaat om een zeldzame ziekte, vertegenwoordigt deze aandoening 1-10% van de epilepsieën in de kindertijd, en 1-2% van alle patiënten met epilepsie. Mannen worden ietwat vaker getroffen.
Kenmerkende types van insulten zijn onder meer atypische absences en tonische insulten tijdens de slaap, maar atonische insulten in wakkere toestand, myoclonische, tonisch-clonische, en focale insulten alsook niet-convulsieve status epilepticus treden geregeld op. Tonische, myoclonische, of atonische insulten kunnen leiden tot plotse vallen (valaanvallen). Interictale EEG toont doorgaans trage piekgolfcomplexen (minder dan 3/s), paroxysmale snelle ritmes (10-20/s) tijdens non-REM ('rapid eye movement') slaap, en vertraging van de achtergrondactiviteit. De ziekte vangt meestal aan op een leeftijd tussen 3 en 5 jaar, en mettertijd ontwikkelt de volledige triade. Bij meer dan de helft van de patiënten is intellectuele stoornis aanwezig bij aanvang van de ziekte, en verergert deze mettertijd. Gedragsproblemen worden vaak waargenomen, en kunnen de behandeling bemoeilijken.
De etiologie is heterogeen, met onder meer prenatale of perinatale infarcten, infectie van centraal zenuwstelsel, metabole aandoeningen, traumatische laesies, en corticale malformaties. Meer en meer genetische de-novo mutaties worden geïdentificeerd, onder meer in de genen GABRB3 (15q12), CHD2 (15q26.1), DNM1 (9q34.11), SCN1A (2q24.3), MAPK10 (4q21.3), CUX2 (12q24.11-q24.12), en CACNA1A (19p13.13). LGS kan evolueren vanuit vroeg optredende epileptische encefalopathieën zoals syndroom van West. In ongeveer een vierde van de gevallen blijft de etiologie onduidelijk.
De aanwezigheid van typische klinische kenmerken en EEG-afwijkingen bevestigt de diagnose. Beeldvorming met magnetische resonantie identificeert structurele afwijkingen bij meer dan twee derde van de patiënten. Genetisch testen helpt LGS te onderscheiden van andere ziekten, en dient uitgevoerd te worden in selectieve gevallen (e.g. bij vermoeden van tubereuze sclerose complex, laat infantiele neuronale ceroïdlipofuscinose, ringchromosoom 20-syndroom).
In principe kunnen alle epilepsieën met frequente en korte motorische insulten die optreden in de kindertijd overwogen worden; de meest relevante differentiële diagnoses zijn myoclonisch-atonische epilepsie, syndroom van Dravet, en focale epilepsieën met secundaire bilaterale synchroniciteit.
Indien een monogenetische etiologie wordt vermoed, is erfelijkheidsadvies aangeraden.
Insulten bij LGS zijn moeilijk te behandelen, en de behandeling dient gericht te zijn op verbetering van de levenskwaliteit en reductie van de last van insulten met vallen. Natriumvalproaat wordt aanbevolen als eerstelijns anti-epilepticum. Gerandomiseerde gecontroleerde studies met lamotrigine, felbamaat, en clobazam hebben doeltreffendheid aangetoond bij alle types van insulten. Het gebruik van felbamaat wordt beperkt door nadelige bijwerkingen. Topiramaat, rufinamide, en cannabidiol bleken doeltreffend voor reductie van valaanvallen. Overige anti-epileptica als levetiracetam, zonisamide, en perampanel, alsook ketogeen dieet, stimulatie van nervus vagus, corpus callosotomie, en hersenchirurgie met excisie bij kandidaat gevallen dienen ook overwogen te worden. In sommige gevallen werd verergering van insulten gerapporteerd met carbamazepine, lacosamide, oxcarbazepine, fenytoïne, en vigabatrine.
De prognose van kinderen met LGS is slecht. Tussen 80-90% van de patiënten lijdt aan recidiverende insulten, en de mortaliteit ligt 14 keer hoger dan in de algemene populatie, vooral als gevolg van aan epilepsie gerelateerde gebeurtenissen (e.g. status epilepticus, plots onverwachte sterfte bij epilepsie). Cognitieve en gedragsproblemen zijn aanwezig bij nagenoeg alle getroffen individuen. De ernst van de ziekte heeft een significante impact op familieleden.
Laatste update: april 2021 - Deskundige recensent(en): Pr. Alexis ARZIMANOGLOU | EpiCARE* - Pr. Rima NABBOUT | EpiCARE* - Pr. Rainer SURGES | EpiCARE*
Français,
Español,
Deutsch,
Italiano
Slovenčina
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (56)
- Klinische studies (5)
- Biobanken (10)
- Registers (24)
- Netwerk van experten (6)
Neonatale screening