Startpagina > Zeldzame ziekten > Zoek

Zoek een zeldzame ziekte

*
(*) verplicht veld

Resistentie voor arginine-vasopressine

Opmerking
Your message has been sent Your message has not been sent. Please contact an administrator.
Definitie ziekte

Een zeldzame, genetische aandoening van niertubuli, gekarakteriseerd door polyurie met polydipsie, terugkerende koortsaanvallen, constipatie, en acute hypernatriëmische dehydratie na de geboorte die neurologische restverschijnselen kan veroorzaken.

ORPHA:223

Classification level: Aandoening

Bron: PubMed ID 26077742 39438674

Prevalentie: 1-9 / 1 000 000

Erfelijkheid: Autosomaal dominant, Autosomaal recessief, X-gebonden recessief

Leeftijd bij eerste symptomen: Kindsheid, Neonataal

ICD-1O: N25.1

ICD-11: GB90.4A

OMIM-nummer: 125800 304800

UMLS: C0162283

MeSH: D018500

GARD: 7178

MedDRA: 10029147

Samenvatting
Epidemiologie

Tot op heden werden meer dan 350 families gerapporteerd met genetische mutaties, waarvan meer dan 90% in het gen AVPR2.

Klinische beschrijving

De ziekte presenteert zich doorgaans in het eerste levensjaar. Typische kenmerken van NDI zijn niet gedijen, geassocieerd met voedingsproblemen, braken, constipatie, koorts, en prikkelbaarheid. Hypernatriëmie komt voor op plaatsen waar geen zorg voorhanden is voor verlies van water via urine. Verworven NDI komt vaker voor in de volwassenheid, en presenteert zich met polyurie/polydipsie. Getroffen volwassenen drinken en lozen doorgaans tussen 10-12 liter per dag. Bij kinderen kan polyurie 10 liter overschrijden.

Etiologie

De ziekte is het gevolg van het niet reageren van niertubuli op antidiuretisch hormoon. In de meeste gevallen wordt de ziekte veroorzaakt door mutaties in het gen gesitueerd op Xq28 en coderend voor V2-receptor van antidiuretisch hormoon. In geval van autosomaal recessieve of dominante transmissie wordt NDI veroorzaakt door mutaties in het gen AQP2 (12q13), dat codeert voor aquaporine-2. Aquaporine-2 is betrokken bij transport van water in niertubuli. Verworven NDI wordt voornamelijk veroorzaakt door geneesmiddelen met lithium die gebruikt worden als therapie voor psychiatrische aandoeningen zoals bipolaire stoornis.

Diagnostische methodes

Diagnose van diabetes insipidus (DI) wordt makkelijk gesteld bij aanwezigheid van ongepast verdunde urine in een context van hypernatriëmische dehydratie. Wanneer DI wordt vermoed op basis van anamnese maar natriumconcentratie in en osmolaliteit van serum normaal zijn, kan een dorstproef helpen de diagnose te bevestigen. Eens de diagnose van DI werd vastgesteld, kan een desmopressinetest (DDAVP) een onderscheid maken tussen centrale en nefrogene DI. In geval van congenitale NDI kan de diagnose bevestigd worden door genetisch testen.

Differentiële diagnose

De voornaamste differentiële diagnose is centrale diabetes insipidus. Er zijn ook secundair overgeërfde vormen van NDI, geassocieerd met andere erfelijke ziekten zoals syndroom van Bartter, cystinose, en distale renale tubulaire acidose (dRTA). Deze patiënten vertonen een klinisch fenotype van NDI, maar dan geassocieerd met andere kenmerken van de onderliggende aandoening, zoals hypokaliëmische alkalose (syndroom van Bartter) of acidose (cystinose, dRTA).

Antenatale diagnose

Mutatieanalyse van amnioncellen of chorionvilli is mogelijk bij families met een gekende genetische oorzaak van NDI, maar is geassocieerd met een klein risico op foetaal letsel of verlies. Aangezien de osmotische belasting van moedermelk of flesvoeding laag is, presenteren de meeste gevallen van NDI zich tijdens de speenperiode, en genetisch testen van een bloedstaal van navelstreng bij de geboorte volstaat meestal om een vroege diagnose te stellen en dehydratie te voorkomen.

Genetisch advies

De ziekte is in de meeste gevallen X-gebonden recessief, maar kan ook autosomaal recessief of dominant zijn. Erfelijkheidsadvies dient aangeboden te worden aan getroffen families.

Beheersing en behandeling

Abnormale concentratie van urine reageert niet op behandeling met antidiuretisch hormoon. Behandeling is profylactisch met preventie van hypernatriëmische dehydratie door verlies van urine te minimaliseren. Patiënten dienen een zoutarm dieet te volgen met beperkte inname van kalium en eiwit. Thiazidediuretica (e.g. hydrochloorthiazide) en remmers van synthese van prostaglandine (e.g. indometacine, ibuprofen of celecoxib) kunnen helpen de uitscheiding van urine verder te verminderen. Zorgvuldig advies betreffende dieet wordt aangeraden om adequate inname van calorieën en eiwitten te verzekeren, alsook normale groei bij kinderen.

Prognose

Mentale functiestoornis geassocieerd met intracraniële calcificatie werd eerder gerapporteerd, maar wordt niet langer waargenomen bij patiënten die gepaste medische behandeling krijgen toegediend. Een rapport benadrukt een verhoogde prevalentie van aandachtsstoornis met hyperactiviteit bij patiënten met NDI, maar het is niet duidelijk of het gaat om een intrinsiek aspect van de aandoening, of een weerspiegeling van het constant verlangen naar water en de frequente nood om te urineren. Dilatatie van urinewegstelsel werd ook gerapporteerd bij patiënten met NDI, vooral bij diegenen met mictiestoornis, en kan leiden tot ernstige functiestoornis van blaas en/of nier.

Laatste update: april 2020 - Deskundige recensent(en): Pr. Detlef BÖCKENHAUER | ERKNet*

* Europese referentienetwerken

Er is een tekst voor deze aandoening beschikbaar in het English, Logo ERN Français, Logo ERN Español, Deutsch, Logo ERN Italiano Logo ERN Русский
Gedetailleerde informatie

Logo ERN: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s) Logo FSMR: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)

Richtlijnen
Richtlijnen voor spoedgevallen
Français (2017.pdf) - Orphanet Urgences
Español (2018.pdf) - Orphanet Urgences
Richtlijnen klinische praktijk
English (2025) - Nat Rev Nephrol
Overzichtsartikelen over ziekten
Clinical genetics review
English (2020) - GeneReviews
Genetische testen
Guidance voor genetische testen
De documenten op deze website zijn louter ter informatie. Het materiaal is geenszins bestemd om professionele medische zorgen door een gediplomeerde specialist te vervangen en mag niet worden gebruikt als basis voor een diagnose of behandeling.