Startpagina > Zeldzame ziekten > Zoek

Zoek een zeldzame ziekte

*
(*) verplicht veld

Syndroom van Crigler-Najjar

Opmerking
Your message has been sent Your message has not been sent. Please contact an administrator.
Definitie ziekte

Een zeldzame erfelijke stoornis van bilirubinemetabolisme, gekenmerkt door niet-geconjugeerde hyperbilirubinemie als gevolg van volledige deficiëntie (type 1) of verminderde en induceerbare activiteit (type 2) van UDP-glucuronosyltransferase 1A1 in lever. De aandoening manifesteert zich met neonatale geelzucht, met risico op ontwikkeling van bilirubine-encefalopathie.

ORPHA:205

Classification level: Aandoening

Synoniem(en):
  • Bilirubine-UGT-deficiëntie
  • Deficiëntie van bilirubine-uridinedifosfaat-glucuronosyltransferase

Prevalentie: 1-9 / 100 000

Erfelijkheid: Autosomaal recessief

Leeftijd bij eerste symptomen: Kindsheid, Neonataal

ICD-1O: E80.5

ICD-11: 5C58.00

OMIM-nummer: 218800 606785

UMLS: C5551003

MeSH: D003414

MedDRA: 10011386

Samenvatting
Epidemiologie

Hoewel gegevens over prevalentie zeer beperkt zijn, treft syndroom van Crigler-Najjar (CNS) naar schatting minder dan 1/100.000 mensen in Europa. Beide geslachten worden in gelijke mate getroffen.

Klinische beschrijving

De eerste klinische manifestaties verschijnen meestal kort na de geboorte, en de aandoening presenteert zich met geïsoleerde geelzucht die ernstiger is bij CNS type 1 (CNS1) dan bij CNS type 2 (CNS2). In geval van CNS1 kan dit evolueren naar bilirubine-encefalopathie (kernicterus) met hypertonie, doofheid, oculomotorische verlamming en lethargie wanneer de behandeling vertraagd of ontoereikend is. Bij CNS2 bestaat het risico op kernicterus ook maar is het veel kleiner.

Etiologie

Talloze varianten in het gen UGT1A1 (2q37), dat codeert voor het enzym UDP-glucuronosyltransferase 1A1 (UGT1A1), werden in verband gebracht met CNS. In de lever conjugeert UGT1A1 bilirubine met glucuronzuur, wat de oplosbaarheid van bilirubine in water verhoogt en bijgevolg de excretie ervan faciliteert. De varianten van UGT1A1 resulteren in afwezige (CNS1) of verminderde (CNS2) activiteit van UGT1A1, met opmerkelijke verstoring van conjugatie van bilirubine.

Diagnostische methodes

Lichamelijk onderzoek toont geïsoleerde geelzucht, en biologische analyses detecteren enkel ernstige niet-geconjugeerde hyperbilirubinemie met normale leverfunctietesten. Beeldvormingsonderzoeken van abdomen (CT of echografie) zijn normaal. Vandaag de dag wordt een definitieve diagnose gesteld door analyse van genomisch DNA (waardoor leverbiopsie overbodig is). Vroeger was definitieve diagnose gebaseerd op bewijs van enzymdeficiëntie in de lever (leverbiopsie uitgevoerd na de leeftijd van drie maanden), maar leverbiopsie wordt niet langer uitgevoerd.

Differentiële diagnose

Differentiële diagnoses variëren afhankelijk van het type van CNS, en zijn onder meer aandoeningen met excessieve productie van bilirubine (hemolyse) en milde deficiëntie van UGT1A1 in lever (syndroom van Gilbert).

Antenatale diagnose

Prenatale diagnose is mogelijk indien beide causale mutaties van de ziekte reeds werden geïdentificeerd bij de proband.

Genetisch advies

Transmissie gebeurt autosomaal recessief. Erfelijkheidsadvies dient aangeboden te worden aan koppels die risico lopen (beide individuen zijn drager van een causale mutatie van de ziekte) om hen te informeren over het risico van 25% op het krijgen van een getroffen kind bij elke zwangerschap.

Beheersing en behandeling

Behandeling van CNS1 bestaat uit lichttherapie (initieel in het hospitaal en dan thuis) gedurende 10-12 uur per dag. Bilirubinechelatoren en ursodeoxycholzuur kunnen ook voorgeschreven worden voor deze patiënten. Tot op heden is levertransplantatie de enige effectieve behandeling voor CNS1. Behandeling van CNS2 bestaat uit dagelijkse toediening van fenobarbital.

Prognose

Kinderen met CNS1 kunnen neurologische complicaties ontwikkelen als gevolg van de neurotoxiciteit van niet-geconjugeerd bilirubine, terwijl de prognose voor patiënten met CNS2 doorgaans goed is.

Laatste update: juni 2021 - Deskundige recensent(en): Pr. Philippe LABRUNE | MetabERN*

* Europese referentienetwerken

Er is een tekst voor deze aandoening beschikbaar in het English, Logo ERN Français, Logo ERN Español, Logo ERN Deutsch, Logo ERN Italiano, Português Logo ERN Suomi, Ελληνικά, Slovenčina
Gedetailleerde informatie

Logo ERN: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s) Logo FSMR: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)

Richtlijnen
Richtlijnen voor spoedgevallen
Français (2022.pdf) - Orphanet Urgences
Italiano (2012.pdf) - Orphanet Urgences
De documenten op deze website zijn louter ter informatie. Het materiaal is geenszins bestemd om professionele medische zorgen door een gediplomeerde specialist te vervangen en mag niet worden gebruikt als basis voor een diagnose of behandeling.