Startpagina > Zeldzame ziekten > Zoek

Zoek een zeldzame ziekte

*
(*) verplicht veld

Idiopathische pulmonale fibrose

Opmerking
Your message has been sent Your message has not been sent. Please contact an administrator.
Definitie ziekte

Een interstitiële longziekte met slechte prognose, gekarakteriseerd door progressieve vorming van littekenweefsel in long in afwezigheid van een gekende oorzaak.

ORPHA:2032

Classification level: Aandoening

Synoniem(en):
  • IPF
  • Idiopathische longfibrose

Bron: PubMed ID 29052582 35935869 33618076

Prevalentie: 1-5 / 10 000

Erfelijkheid: Multigeen/multifactorieel

Leeftijd bij eerste symptomen: Volwassenheid

ICD-1O: J84.1

ICD-11: CB03.4

OMIM-nummer: 178500 616371 616373 614742 619611

UMLS: C1800706

MeSH: D054990

GARD: 8609

MedDRA: 10021240

Samenvatting
Epidemiologie

De incidentie van idiopathische pulmonale fibrose (IPF) lijkt toe te nemen. Gerapporteerde incidenties gaan van 0,2 per 100.000 per jaar tot 94 per 100.000 per jaar. De prevalentie wordt hoger geschat voor mannen dan voor vrouwen.

Klinische beschrijving

De gemiddelde leeftijd bij presentatie bedraagt 66 jaar. Initieel manifesteert IPF zich meestal met symptomen van kortademigheid bij fysieke inspanning en droge hoest. Auscultatie van long toont vroeg inspiratoire crepitaties, vooral gesitueerd in onderste posterieure zones van long. Trommelstokvorming wordt aangetroffen bij ongeveer 50% van de IPF-patiënten en inspanningsdyspneu evolueert doorgaans over een periode van maanden tot jaren. In praktijk worden patiënten vaak verkeerd gediagnosticeerd.

Etiologie

De etiologie is niet goed gekend. Het huidige conceptuele model stelt dat omgevingsfactoren microscopische schade in de longen kunnen veroorzaken, en dat dit bij mensen die vatbaar zijn, kan leiden tot een verstoorde helingsreactie die zal resulteren in een voortdurend proces van littekenvorming in de longen. Dit zal uiteindelijk leiden tot verlies van longfunctie.

Diagnostische methodes

IPF wordt herkend op computertomografie met hoge resolutie door reticulaire opaciteiten in perifere, subpleurale onderkwab in associatie met subpleurale honingraat-veranderingen. IPF is geassocieerd met een pathologische laesie die bekend staat als gewone interstitiële pneumonie (UIP). Het UIP-patroon bestaat uit afwisselend normale long en plekken met dense fibrose, in de vorm van collageenlagen. Diagnose van IPF vereist correlatie van klinische context met radiografische beelden. Indien deze geen uitsluitsel geven kan longbiopsie overwogen worden, maar dan dienen mogelijke gevolgen en geassocieerde risico's altijd afgewogen en besproken te worden. De diagnose van IPF kan gesteld worden aan de hand van gedefinieerde criteria die werden gepubliceerd in richtlijnen die werden onderschreven door verschillende beroepsverenigingen.

Differentiële diagnose

Differentiële diagnoses zijn onder meer idiopathische interstitiële pneumonie, bindweefselziekten (systemische sclerose, polymyositis, reumatoïde artritis), niet geheel ontwikkelde (forme fruste) auto-immuunziekten, chronische overgevoeligheidspneumonitis, en andere blootstellingen (soms beroepsmatig) aan de omgeving. Bij een deel van de patiënten met longfibrose kan ondanks grondige onderzoeken geen definitieve diagnose gesteld worden, en deze groep wordt bestempeld als niet-classificeerbare longfibrose.

Genetisch advies

Bij patiënten met een of meerdere familieleden met longfibrose dient erfelijkheidsadvies overwogen te worden.

Beheersing en behandeling

Farmacologische behandeling omvat twee medicijnen, pirfenidon en nintedanib, die worden aanbevolen in de huidige internationale richtlijnen voor behandeling van IPF. Deze medicatie is veilig en vertraagt progressie van de ziekte, bepaald aan de hand van afname van FVC (geforceerde vitale longcapaciteit) met ongeveer 50%. Daarnaast werden meerdere nieuwe moleculaire therapeutische doelwitten geïdentificeerd, en de werkzaamheid van nieuwe medicijnen wordt onderzocht in verschillende klinische studies. Deze niet-farmacologische benaderingen zijn gericht op verbetering of behoud van levenskwaliteit en soms ook langere levensduur. Preventieve maatregelen zoals stoppen met roken, en vaccinatie tegen influenza en pneumokokken, worden aanbevolen. Toediening van extra zuurstof wordt aangeraden voor patiënten met een saturatie van oxyhemoglobine onder de 88%, aangezien dit inspanningsdyspneu vermindert en inspanningscapaciteit verbetert bij patiënten. Pulmonale revalidatie en maatregelen gericht op verlichting van symptomen verbeteren de gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit van patiënten. Bij een deel van de patiënten kan longtransplantatie een optie zijn.

Prognose

De mediane overleving zonder behandeling bedraagt 2 tot 5 jaar vanaf het moment van diagnose.

Laatste update: juli 2020 - Deskundige recensent(en): Pr. María MOLINA-MOLINA - Pr. M.S. [Marlies] WIJSENBEEK
Er is een tekst voor deze aandoening beschikbaar in het English, Français, Español, Deutsch, Italiano, Português, Polski Русский
Gedetailleerde informatie

Logo ERN: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s) Logo FSMR: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)

Het brede publiek
Richtlijnen
Richtlijnen voor spoedgevallen
Français (2019.pdf) - Orphanet Urgences
Richtlijnen klinische praktijk
English (2015) - Am J Respir Crit Care Med Logo ERN
English (2022) - Am J Respir Crit Care Med Logo ERN
English (2022) - Eur Respir J Logo ERN
English (2014) - Eur Respir Rev
Overzichtsartikelen over ziekten
Clinical genetics review
English (2022) - GeneReviews
Review artikel
English (2008) - Orphanet J Rare Dis
Español (2015) - SEPAR
Diagnostische criteria
English (2011) - Am J Respir Crit Care Med
Beperking
Handicap informatiefiche
De documenten op deze website zijn louter ter informatie. Het materiaal is geenszins bestemd om professionele medische zorgen door een gediplomeerde specialist te vervangen en mag niet worden gebruikt als basis voor een diagnose of behandeling.