Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Hypereosinofiel syndroom
Hypereosinofiel syndroom (HES) vormt een zeldzame en heterogene groep van stoornissen die worden gedefinieerd als aanhoudende en duidelijke eosinofilie in bloed en/of weefsel, geassocieerd met een brede waaier van klinische manifestaties, die de weefsel-/orgaanschade geïnduceerd door eosinofielen weerspiegelen.
ORPHA:168956
Classification level: Groep van aandoeningen
Prevalentie: Unknown
Erfelijkheid: Niet toepasbaar, Unknown
Leeftijd bij eerste symptomen: Elke leeftijd
De prevalentie is niet gekend. Het komt vaak voor bij patiënten van middelbare leeftijd, maar kan elke leeftijdsgroep treffen.
Orgaanschade gemedieerd door eosinofielen varieert sterk tussen patiënten, en bestaat uit dermatologische betrokkenheid (urticaria, eczeem, angio-oedeem, prurigineuze papels, noduli, erytrodermie) bij meer dan 50% van de gevallen, gevolgd door betrokkenheid van de longen (hoest, kortademigheid en piepende ademhaling) en het spijsverteringsstelsel (misselijkheid, braken, buikpijn, diarree, ascites) bij ongeveer 40% van de gevallen. Betrokkenheid van het hart komt minder frequent voor, maar dient vroeg opgemerkt te worden vanwege onomkeerbare en levensbedreigende complicaties zoals acute myocarditis, intraventriculaire trombus, endomyocardiale fibrose, en verdikking en/of destructie van de hartkleppen. Constitutionele symptomen als koorts, myalgie en vermoeidheid kunnen voorkomen. Andere gangbare complicaties zijn onder meer betrokkenheid van het centrale of perifere zenuwstelsel, hepato- en/of splenomegalie, en coagulatiestoornissen. Betrokkenheid van de huid wordt vaker waargenomen bij lymfocytisch HES en hartschade bij FIP1L1-PDGFRA (F/P) fusiegen-positieve (+) chronische eosinofiele leukemie (CEL; zie deze term).
Bij recente doorbraken betreffende de onderliggende pathogenese werd vastgesteld dat wat ooit als ''idiopathisch'' HES werd beschouwd, in sommige gevallen het gevolg kan zijn van ofwel primitieve betrokkenheid van myeloïde cellen (primair HES), hoofdzakelijk door het voorkomen van een interstitiële chromosomale deletie van 4q12 die leidt tot de vorming van het F/P fusiegen (CEL), ofwel verhoogde productie van interleukine (IL)-5 door een klonaal vermeerderde populatie T-cellen (lymfocytische variant van HES) die meestal gekarakteriseerd wordt door een CD3-CD4+ fenotype, of als gevolg van andere reactieve oorzaken (secundair HES) zoals infectie met helminthen. In ongeveer 3/4 van de gevallen blijft de pathogenese echter onbekend, en deze worden nu gedefinieerd als idiopathisch HES. In geval van onverklaarbare aanhoudende asymptomatische hypereosinofilie (HE) wordt de voorlopige term HE van onbepaald belang gebruikt. Een kleine subgroep van patiënten heeft HES dat familiale groepering vertoont (familiale HES), waarschijnlijk vanwege overerving van een tot nog toe onbekend gen.
Diagnose van HES is gebaseerd op het waarnemen van aanhoudende en duidelijke HE (>1,5 × 10E9/L) en/of infiltratie van weefsel(s) door eosinofielen, met als gevolg schade van het desbetreffende orgaan. Eens er is voldaan aan deze criteria, wordt verder onderzoek aangeraden met het oog op eventuele pathogene classificatie, aan de hand van gepaste cytogenetische, fenotypische, en functionele benaderingen. Wanneer de onderliggende oorzaken van HE werden uitgesloten, is de term idiopathisch HES van toepassing.
Differentiële diagnoses omvatten allergieën voor geneesmiddelen en parasitaire infecties, solide en hematologische maligniteiten (i.e. chronische myeloïde leukemie), eosinofiele granulomatose met polyangiitis en infectie met humaan T-cel-lymfotroop virus (zie deze termen).
Therapeutisch ziektebeheer dient aangepast te worden aan de ernst van de ziekte en eventuele detectie van pathogene varianten. Voor F/P+ patiënten is imatinib ontegensprekelijk de eerstelijnstherapie geworden. Bij anderen worden doorgaans initieel corticosteroïden toegediend, gevolgd door middelen zoals hydroxycarbamide, interferon-alfa, en imatinib, voor corticosteroïd-resistente gevallen alsook voor corticosteroïd-sparende doeleinden. Recente gegevens doen vermoeden dat mepolizumab, een anti-IL-5 antilichaam dat momenteel enkel beschikbaar is voor klinische studies of voor gebruik uit medelijden voor ernstige behandelingsrefractaire ziekte, een effectief corticosteroïd-sparend middel is voor F/P-negatieve patiënten.
De prognose is aanzienlijk verbeterd sinds HES werd gedefinieerd, en is momenteel afhankelijk van de ontwikkeling van irreversibele endomyocardiale fibrose, alsook van eventuele maligne transformatie van myeloïde of lymfoïde cellen.
Laatste update: januari 2015 - Deskundige recensent(en): Pr. Florence ROUFOSSE
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Het brede publiek
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (46)
- Klinische studies (12)
- Biobanken (9)
- Registers (56)
- Netwerk van experten (11)
Neonatale screening