Startpagina > Zeldzame ziekten > Zoek

Zoek een zeldzame ziekte

*
(*) verplicht veld

Hypereosinofiel syndroom

Opmerking
Your message has been sent Your message has not been sent. Please contact an administrator.
Definitie ziekte

Hypereosinofiel syndroom (HES) vormt een zeldzame en heterogene groep van stoornissen die worden gedefinieerd als aanhoudende en duidelijke eosinofilie in bloed en/of weefsel, geassocieerd met een brede waaier van klinische manifestaties, die de weefsel-/orgaanschade geïnduceerd door eosinofielen weerspiegelen.

ORPHA:168956

Classification level: Groep van aandoeningen

Prevalentie: Unknown

Erfelijkheid: Niet toepasbaar, Unknown

Leeftijd bij eerste symptomen: Elke leeftijd

UMLS: C1540912

MeSH: D017681

GARD: 2804

MedDRA: 10048643

Samenvatting
Epidemiologie

De prevalentie is niet gekend. Het komt vaak voor bij patiënten van middelbare leeftijd, maar kan elke leeftijdsgroep treffen.

Klinische beschrijving

Orgaanschade gemedieerd door eosinofielen varieert sterk tussen patiënten, en bestaat uit dermatologische betrokkenheid (urticaria, eczeem, angio-oedeem, prurigineuze papels, noduli, erytrodermie) bij meer dan 50% van de gevallen, gevolgd door betrokkenheid van de longen (hoest, kortademigheid en piepende ademhaling) en het spijsverteringsstelsel (misselijkheid, braken, buikpijn, diarree, ascites) bij ongeveer 40% van de gevallen. Betrokkenheid van het hart komt minder frequent voor, maar dient vroeg opgemerkt te worden vanwege onomkeerbare en levensbedreigende complicaties zoals acute myocarditis, intraventriculaire trombus, endomyocardiale fibrose, en verdikking en/of destructie van de hartkleppen. Constitutionele symptomen als koorts, myalgie en vermoeidheid kunnen voorkomen. Andere gangbare complicaties zijn onder meer betrokkenheid van het centrale of perifere zenuwstelsel, hepato- en/of splenomegalie, en coagulatiestoornissen. Betrokkenheid van de huid wordt vaker waargenomen bij lymfocytisch HES en hartschade bij FIP1L1-PDGFRA (F/P) fusiegen-positieve (+) chronische eosinofiele leukemie (CEL; zie deze term).

Etiologie

Bij recente doorbraken betreffende de onderliggende pathogenese werd vastgesteld dat wat ooit als ''idiopathisch'' HES werd beschouwd, in sommige gevallen het gevolg kan zijn van ofwel primitieve betrokkenheid van myeloïde cellen (primair HES), hoofdzakelijk door het voorkomen van een interstitiële chromosomale deletie van 4q12 die leidt tot de vorming van het F/P fusiegen (CEL), ofwel verhoogde productie van interleukine (IL)-5 door een klonaal vermeerderde populatie T-cellen (lymfocytische variant van HES) die meestal gekarakteriseerd wordt door een CD3-CD4+ fenotype, of als gevolg van andere reactieve oorzaken (secundair HES) zoals infectie met helminthen. In ongeveer 3/4 van de gevallen blijft de pathogenese echter onbekend, en deze worden nu gedefinieerd als idiopathisch HES. In geval van onverklaarbare aanhoudende asymptomatische hypereosinofilie (HE) wordt de voorlopige term HE van onbepaald belang gebruikt. Een kleine subgroep van patiënten heeft HES dat familiale groepering vertoont (familiale HES), waarschijnlijk vanwege overerving van een tot nog toe onbekend gen.

Diagnostische methodes

Diagnose van HES is gebaseerd op het waarnemen van aanhoudende en duidelijke HE (>1,5 × 10E9/L) en/of infiltratie van weefsel(s) door eosinofielen, met als gevolg schade van het desbetreffende orgaan. Eens er is voldaan aan deze criteria, wordt verder onderzoek aangeraden met het oog op eventuele pathogene classificatie, aan de hand van gepaste cytogenetische, fenotypische, en functionele benaderingen. Wanneer de onderliggende oorzaken van HE werden uitgesloten, is de term idiopathisch HES van toepassing.

Differentiële diagnose

Differentiële diagnoses omvatten allergieën voor geneesmiddelen en parasitaire infecties, solide en hematologische maligniteiten (i.e. chronische myeloïde leukemie), eosinofiele granulomatose met polyangiitis en infectie met humaan T-cel-lymfotroop virus (zie deze termen).

Beheersing en behandeling

Therapeutisch ziektebeheer dient aangepast te worden aan de ernst van de ziekte en eventuele detectie van pathogene varianten. Voor F/P+ patiënten is imatinib ontegensprekelijk de eerstelijnstherapie geworden. Bij anderen worden doorgaans initieel corticosteroïden toegediend, gevolgd door middelen zoals hydroxycarbamide, interferon-alfa, en imatinib, voor corticosteroïd-resistente gevallen alsook voor corticosteroïd-sparende doeleinden. Recente gegevens doen vermoeden dat mepolizumab, een anti-IL-5 antilichaam dat momenteel enkel beschikbaar is voor klinische studies of voor gebruik uit medelijden voor ernstige behandelingsrefractaire ziekte, een effectief corticosteroïd-sparend middel is voor F/P-negatieve patiënten.

Prognose

De prognose is aanzienlijk verbeterd sinds HES werd gedefinieerd, en is momenteel afhankelijk van de ontwikkeling van irreversibele endomyocardiale fibrose, alsook van eventuele maligne transformatie van myeloïde of lymfoïde cellen.

Laatste update: januari 2015 - Deskundige recensent(en): Pr. Florence ROUFOSSE
Er is een tekst voor deze aandoening beschikbaar in het English, Français, Español, Deutsch, Italiano Suomi
Gedetailleerde informatie

Logo ERN: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s) Logo FSMR: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)

Het brede publiek
Artikel voor het grote publiek
Sleutels tot diagnose
Français (2024) - Les clés du diagnostic Logo FSMR
Richtlijnen
Richtlijnen klinische praktijk
English (2015) - Blood Logo ERN
English (2017) - J Natl Compr Canc Netw Logo ERN
Richtlijnen voor spoedgevallen
Français (2018.pdf) - Orphanet Urgences
Overzichtsartikelen over ziekten
Review artikel
Deutsch (2014) - Onkopedia
English (2015) - Am J Hematol
De documenten op deze website zijn louter ter informatie. Het materiaal is geenszins bestemd om professionele medische zorgen door een gediplomeerde specialist te vervangen en mag niet worden gebruikt als basis voor een diagnose of behandeling.