Kennis over zeldzame ziekten en weesgeneesmiddelen
COVID-19 & Zeldzame Ziekten
Hulpbronnen voor Zeldzame Ziekten voor Vluchtelingen/Ontheemden
Zoek een zeldzame ziekte
Smeulende systemische mastocytose
Een zeldzame, traag progressieve vorm van systemische mastocytose (SM), gekarakteriseerd door graduele accumulatie van neoplastische mestcellen in de inwendige organen. Patiënten vertonen doorgaans splenomegalie, hypercellulair beenmerg en, in de meeste gevallen, urticaria pigmentosa-achtige huidletsels.
ORPHA:158775
Classification level: Aandoening
Prevalentie: Unknown
Erfelijkheid: Autosomaal dominant, Unknown
Leeftijd bij eerste symptomen: Volwassenheid, Op leeftijd
De prevalentie en incidentie zijn niet gekend.
De aanvangsleeftijd van smeulende systemische mastocytose (SSM) ligt in de volwassenheid, en patiënten zijn eerder ietwat ouder dan diegenen met geïsoleerde SM (ISM). De ziekte wordt gedefinieerd door de aanwezigheid van minstens twee B-bevindingen, die indicatief zijn voor een hoge belasting van mestcellen (MC), en geen C-bevindingen (orgaandisfunctie). Er is geen uitgesproken MC-infiltratie (>30% in beenmerg (BM) biopsie), organomegalie en tryptasegehalte boven 200 ng/ml. Het klinisch verloop wordt gekarakteriseerd door trage progressie zonder tekenen van agressieve ziekte of een geassocieerd hematologisch neoplasma (AHN). Patiënten kunnen jarenlang stabiel blijven of kunnen evolueren naar een meer gevorderde variant (agressieve SM (ASM), mestcelleukemie (MCL) of SM met een AHN).
Hoewel de etiologie van SSM nog niet volledig gekend is, wordt in de MC's van nagenoeg alle SSM-gevallen een activerende mutatie in KIT aangetroffen, meestal KIT-D816V. Deze mutatie is waarschijnlijk verantwoordelijk voor de abnormale accumulatie van MC's in orga(a)n(en)/weefsel(s). Betrokkenheid van multilineaire KIT-D816V wordt constant bij alle SSM-patiënten aangetroffen.
Diagnose van SSM wordt gesteld door eerst een diagnose met SM vast te stellen, op basis van de consensuscriteria van de WHO. Vervolgens wordt de ziekte gecategoriseerd volgens de aanwezigheid van B-bevindingen en C-bevindingen. Voor SSM dienen minstens twee B-bevindingen (maar geen C-bevindingen) aanwezig te zijn.
Differentiële diagnose omvat alle andere vormen van SM, alsook andere oorzaken van MC-activatiesyndromen (MCAS): primair (klonaal, maar voldoet niet aan de diagnostische criteria voor SM) MCAS; secundair MCAS waarbij een IgE-afhankelijke allergie of een ander reactief inflammatoir ziekteproces aanwezig is; en idiopathisch MCAS waarbij noch klonale MC noch een IgE-afhankelijke allergie of een andere onderliggende conditie/ziekte kan gedocumenteerd worden. Bijkomende differentiële diagnoses zijn onder meer andere vormen van mastocytose (zuivere cutane mastocytose, indolente SM, agressieve SM), endocriene stoornissen (adrenale tumoren, VIPoom, gastrinoom), en sommige gastro-intestinale pathologieën. Ziekte van Waldenström dient ook onderscheiden te worden.
Voor stabiele SSM-patiënten kan symptomatische behandeling de enige therapie zijn. Het vermijden van uitlokkende factoren, profylactisch voorschrijven van een EpiPen, en medicatie zoals antihistaminica, antileukotriënen, natriumcromoglicaat, omalizumab en aspirine kunnen allemaal bijdragen tot de preventie of behandeling van MC-gemedieerde symptomen. Regelmatige opvolging en inschatting van transformatie naar meer agressieve varianten van de ziekte zijn vereist. Tryptase in het serum, wat kan gebruikt worden om de respons van de ziekte te beoordelen, kan tweemaal per jaar geëvalueerd worden om de activiteit van de ziekte op te volgen en de therapie op gepaste wijze aan te passen. Voor patiënten die progressie naar verder gevorderde varianten van de ziekte vertonen, kan introductie van gerichte of niet gerichte cytoreductieve therapie overwogen worden. Ondanks de gunstige resultaten die werden waargenomen met de huidige gerichte en niet gerichte behandeling, werd nog geen consensus voor de behandeling van patiënten met SSM bereikt.
Sommige SSM-patiënten kunnen jarenlang stabiel blijven, terwijl anderen progressie naar verder gevorderde varianten van de ziekte kunnen vertonen (ASM of MCL), met een slechtere prognose. Doorgaans is de prognose voor SSM wat betreft overleving zonder progressie en algehele overleving beter dan de prognose voor ASM of MCL, maar slechter dan de prognose voor typische ISM.
Laatste update: augustus 2019 - Deskundige recensent(en): Pr. Michel AROCK
: opgesteld/goedgekeurd door ERN(s)
: opgesteld/goedgekeurd door FSMR(s)
Richtlijnen
Overzichtsartikelen over ziekten
Meer informatie over deze ziekte
Patiëntgerichte faciliteiten voor deze ziekte
Onderzoeksactiviteiten naar deze ziekte
- Onderzoeksprojecten (47)
- Klinische studies (6)
- Biobanken (10)
- Registers (53)
- Netwerk van experten (12)
Neonatale screening